Swindermanspoortje

In de Scholestraat staat een leuk poortje, dat in de  volksmond nog altijd het

Swindermanspoortje  wordt

genoemd. Vanwaar die naam? Dat

heeft  alles te maken met de

kanunnik Harmen van  Swinderen,

die omstreeks het midden van de 

zestiende eeuw was verbonden aan

het kapittel  van de Sint

Clemenskerk in Steenwijk. Zijn ou-

ders waren Johan  van Swinderen

en Mechteld, die woonden op de

hoeve Businge,  even buiten de stadsgracht tussen de Gasthuis- en Woldpoort.  Mogelijk zal Harmen

gestudeerd hebben aan de Steenwijker  kapittelschool en is hij daarna geestelijke geworden. Zo was

hij  tegelijkertijd pastoor te Vledder en kanunnik in Steenwijk. Beide  ambten waren moeilijk te com-

bineren, maar in zijn tijd nam men  het niet zo nauw met de regels en liet men een van de beide 

ambten vaak door een plaatsvervanger uitoefenen. Harmen van Swinderen stierf in 1560. Na opening

van zijn  testament bleek dat hij twee huizen had bij de Kleine Kerk en dat  hij nog verschillende jaar-

lijkse renten had bestemd voor een  liefdadig doel en het onderhoud van de in 1627 gestichte school te

financieren. In de vier kamers die de huizen telden konden acht armlastige burgers worden onderge-

bracht,in elke kamer. Zij  mochten daar gratis wonen en ontvingen bovendien een  uitkering uit de

renten die Harmen had gelegateerd. De uitvoering van het testament was opgedragen aan het  stads-

bestuur, dat spoedig een reglement opstel-de over de wijze  waarop de goederen beeerd moesten

worden.  In zo'n geval werd er dan een provisor aangesteld, die werd  belast met het bestuur van de

Swindermanstichting. Niet  iedereen kwam in aanmerking voor deze vorm van onderdak: de  toekom-

stige bewoner moest geboren burger of burgeres van  Steenwijk zijn, een tot dan toe deugdzaam

Leven geleid hebben  en bejaard zijn. Als taken kreeg hij mee dat hij tot God moest  bidden en danken voor de gemeenschappelijke welvaart,

zoals  zij die van aalmoezen leefden betaamde. Na vele eeuwen bleek  eerst in 1979 (!) dat zich voor een vrijgekomen 'proeve' of  uit-kering

geen gegadigde meer had gemeld. De gemeenteraad  besloot daarom op 13 december van dat jaar voortaan geen  pogingen meer te doen

om nog vrijgekomen proeven opnieuw  toe te kennen. Daarmee kwam een einde aan.