© Albert
STEENWIEK

Monumenten

Stallen Spijkervet                                                                                                 

Het voor een stalhouderij met paardestallen voor tuigpaarden bestemde pand is in 1904-1905 gebouwd voor landbouwer R. Spijkervet naar een ontwerp van het Steenwijker architectenbureau H. Aberson en Zn. Het pand is een fraai voorbeeld van een mengvorm van neorenaissance en art nouveau en heeft dezelfde architectonische kenmerken als het koetshuis Gasthuisstraat 28 dat in dezelfde jaren voor deze opdracht- gever is gebouwd. Omschrijving Het pand heeft twee bouwlagen onder een met bouletpannen gedekt, afgeknot schilddak. De symmetrische voorgevel met hoger opgaande middenpartij wordt gedomineerd door twee getoogde, tussen smalle penanten staande dubbele inrijdeuren, die zijn voorzien van beslag, koperen sluitwerk, traceringen en golvende houten banden. De sluitsteen in de segmentboog boven beide inrijdeuren is versierd met een paardekop. Op de verdieping bevindt zich een rechtgesloten dubbele laaddeur met middenstijl en gebogen raamtraceringen onder hardstenen latei. De samengestelde ven- sters met ramen van verschillende grootte aan weerszijden zijn eveneens voorzien van gebogen tracerin- gen onder hardstenen lateien en ontlastingsboog. In de op kraagstukken met consoles uitgemetselde ge- veltop bevindt zich eveneens een dubbele laaddeur met gebogen venstertraceringen, maar onder een rondboog met baksteenmozaïek in de boogtrommel. De aanzet van de deklijst op de gevelpunt wordt ge- vormd door kraagstukken met een piron op de schouders. De top en de zinken dakkapelletjes aan weers- zijden zijn eveneens bekroond met een piron. De facade wordt aan weerszijden van de uitkragende gevel- top beëindigd door een op gesneden consoles steunende kroonlijst, waartussen tegeltjes van granito zijn geplaatst. De gevel wordt verder verlevendigd door speklagen in contrasterende kleur. De zwart-glazen gevelplaat in de middelste penant is grotendeels vernield, waardoor alleen de fabrieksaam "Gravo Mar- morite Mij. Maastricht" nog is te lezen. Rechts naast de stallen bevindt zich een deur onder een smal muurvlak waaraan een ramskop is bevestigd en die wordt bekroond door een haan op een bol. In de lan- ge rechter zijgevel zijn een gietijzeren roosvenster, twee deuren en een reeks esruitsvenstertjes geplaatst. Het achterste deel van deze zijmuur behoort bij een ruimte die later is toegevoegd. Het interieur is heel bijzonder vanwege de aanwezigheid van de oorspronkelijke stalindeling met gietijzeren kolommen voor de tussenschotten met gebogen ijzeren hekken op houten schotten. De elf ruiven van hout en ijzer zijn door middel van stortgaten met de hooizolder verbonden. De muren zijn aan de binnenzijde bekleed met zeshoekige tegeltjes. De ongelede, gepleisterde linker muur is voorzien van ijzeren constructies voor het ophangen van het tuig. Achter de rechter inrijdeuren bevindt zich een kleinere, afgesloten ruimte, die oor- spronkelijk onder meer diende als spoellokaal. De achterste ruimten behoren tot een latere uitbreiding van het gebouw. Op de zeer ruime zolder is een ruimte afgetimmerd, met het opschrift "laboratorium" bo-ven de deur. Een gedeelte van de ruimte boven de zolder wordt gebruikt als vliering. De ijzeren kapconstructie bestaat uit een stelsel van gebroken kapstijlen met gelijkbenige drie-hoekspanten. Links achter de stallen bevinden zich nog de restanten van een wintertuin op een niet meer in gebruik zijnd terreintje. Waardering. De paardestalling is vanwege de oorspronkelijke functie, de situering in de oude binnenstad, de architectonische en stilistische gaaf- heid, de detaillering en het nog originele interieur een in alle opzichten zeer bijzonder architectonisch element in het stadshart. De stalling heeft grote zeldzaamheidswaarde en is tevens van groot cultuurhistorisch en architectuurhistorisch belang.