Park RamsWoerthe

Park RamsWoerthe werd ruim 100 jaar geleden aan gelegd in het beekdal

van de Oude Aa bij Steenwijk. Het ontwerp is van de hand van Hendrik

Copijn.Hij maakte het in opdracht van Jan Hendrik tromp Meesters bij de villa

RamsWoerthe. Deze jugend vila  was voor de familie  ontworpen door

A.L.Gendt. Bij de restauratie/renovatieplan voor RamsWoerthe is de

oorspronkelijke ontwerptekening  die Copijn voor het park maakte en nog

bestaat en in bezit is van de gemeente Steenwijk  gebruikt. Er ontbreekt

echter een toelichting bij het plan.Men bestuurde echter de tekeningen en

oude foto's en het huidige park kan geconcludeerd worden dat het park

bijna geheel volgens  de in de tekening vervatte ideeën van Copijn zijn uitgevoerd. De samenhang van het plan met de Aa. Het langgerekte park is aan gelegd in het beekdal van de Aa zou men kunnen denken dat het park aan weerzijden van het natuurlijke riviertje is ontworpen. Dit is echter niet het geval. Alleen  de oostrand van de vijver herbergt een stukje  van de oude Aa. De slingerende vijver is geheel  ontworpen en aangelegd als een waterpartij parallel  aan het riviertje.De Aa zelf werd afgedamd en enigszins rechtgetrokken en ligt nu als grenssloot aan de zuidrand van het park.Op een kadasterkaart die in 1917 werd gebruikt, staat  deze grenssloot nog als "De Aa" aangegeven. Later men deze sloot 'de Paardesloot'gaan noemen. Om te te voorkomen dat turfschippers door het park bleven varen werd de  zogeheten "Turfhaven"gegraven. Deze is inmiddels gedempt (Gedempte turfhaven). Vroeger werd de vijver op een natuurlijke manier aan de noordzijde gevoed met de Aa water dat  het park instroomde. Nu wordt het Aa water eerst opgepompt in de stadsgracht,om  na een rondgang om de stad achter de Kornputsingel te verdwijnen.In het park ziet de argeloze  bezoeker bij de nieuwe ingang aan de Gedempte Turfhaven de vijver beginnen met een watervalletje over een stuw. Het is niet duidelijk waar dat water vandaan komt. D e lange  duiker met stuw, die de vijver met de stadsgracht achter de Kornputsingel verbindt is onzichtbaar. De Engelse landschapsstijl van H. Copijn en de hoofdopzet van RamsWoerthe. Van Henri Copijn is werk bekend van 1865 tot 1923. Terwijl zijn latere werk wordt gekenmerkt door geometrische vormen in combinatie met de landschapsstijl, de zogeheten  mengstijl, is Rams Woerthe een goed voorbeeld van zijn vroegere werk in landschapsstijl. Het ruimtelijk ontwerp van een tuin in landschapsstijl is gebaseerd op een rondwandeling. Wanneer men deze volgt ziet men steeds nieuwe landschapstaferelen die zich  `ontvouwen' en weer uit beeld verdwijnen. Vanuit de tuin krijgt men ook taferelen te zien waar het huis deel van uitmaakt. De villa is echter niet voortdurend in beeld en men loops er  vanuit het park ook nooit in een rechte lijn naartoe. Meestal, en zo is het ook in het park RamsWoerthe, is er niet één rondgaand pad, maar is er een heel stelsel van paden, met  hoofdpaden en `spannende' zijpaadjes, waardoor er verschillende wandelingen mogelijk zijn. In RamsWoerthe heeft Copijn de wandeling rondom de centrale langgerekte water-partij ontworpen. Het padenstelsel dat oorspronkelijk is aangelegd komt grotendeels overeen met  het door Copijn voorgestelde padenontwerp. De hoofdopzet bestaat uit drie aaneengeschakelde `ringen' die rondom de drie delen van de waterpartij slingeren. Copijn tekende deze hoofdpaden breder dan de zijpaden, die van de hoofdroute afbogen en dichter langs de oever of juist op grotere afstand ervan liepen. Paden werden in  die tijd uitgevoerd in zand. Alleen direct rond het huis werd grind toege-past. De grootste verschillen tussen het padenstelsel op de ontwerptekening en het aangelegde padenstelsel  zijn in het meest westelijke deel te vinden. Mogelijk heeft dit te maken met de geringere mate van uitgewerktheid van de ontwerptekening voor het westelijk deel. Er werden hier  meer zij paadjes aangelegd en naar de top van de heuvel in het bos werd maar liefst 7 paadjes gemaakt. De sterk bewegende vormen van de waterpartij van Rams Woerthe zijn typerend voor het werk van Copijn. Ook de vijvers van Hydepark te Driebergen (1888) het Wilhelminapark te  Utrecht, en het water in het landschappelijk deel van kasteel De Haar (vanaf 1894) hebben zulke grillige vormen. De situatiekaart van 1969, opgemeten door de Grontmij, last zien  hoe de oude oeverlijnen exact waren. De oeverlijn had veel holle rondingen en landpunten, zoals aangegeven op de tekening van H. Copijn. Wanneer een vijver wordt gegraven, wordt de vrijkomende grond doorgaans gebruikt voor verhoging van delen van het terrein. En relief is naast beplanting een belangrijk 'middel'  bij het ontwerpen van taferelen of uitzichten. Copijn heeft de vrijkomende grond dan ook benut om in het vrij vlakke beekdal van de Aa een landschap te creëren met heel natuurlijk  ogende hoogteverschillen. De villa staat op een grote hoogte vergeleken bij het waterpeil in de (gestuwde) vijvers. Hier zal veel grond zijn verwerkt. Naast de heuvel voor de villa zijn  er elders in het park ver-schillende kleinere uitkijkheuvels gemaakt. Verder is grond gebruikt om de oevers van de vijver heel nauwkeurig te modelleren, afwisselend steil en vlak,  met de achterste oever als een 'holle-bolle' rand. Op een oude ansichtkaart ziet men een eilandje omzoomd met een beschoeiing van gevlochten wilgetenen. Zo werden de hoge  landpunten bijeen gehouden. De rest van de vijveroevers was waarschijnlijk onbeschoeid. Ten slotte is ook grond verwerkt in de rand van het park. Deze is overal enigszins  verhoogd. Er ligt dus als het ware een walletje om het park, behal-ve aan de smalle voor- en achterzijden. Kenmerkend voor het concept dat Copijn voor het langgerekte terrein van Rams Woerthe bedacht is de overgang van 'open' en gecultiveerd in het oosten naar `besloten' en  'ongecultiveerd' in het westen. Het hooggelegen huis bevindt zich aan de oostzijde van het water, aan de rand van een groot gazon (weide) met losse boomgroepen. Naarmate men  zich op de rondwandeling verder van het huis verwijderde, werden de ruimten aan het water kleiner, kregen de door Copijn ontworpen oevers een grilliger vorm en werd de  omgeving bosachtiger. De ornamenten waren in het westelijk deel schaarser en eenvoudiger van vorm. Om de opbouw van het `landschap' van RamsWoerthe verder te kunnen 'ontleden' zijn vervolgens de `zichtlijnen' belangrijk: zorgvuldig geconstrueerde uitzichten en door kijkjes  vanaf het huis en vanaf bijzondere plekken op de rond de vijvers sling-erende paden. De zichtlijnen zijn vaak gericht op een bepaald element of tafereel, zoals een bijzonder  gebouwtje of een bijzondere boom(groep). Een aantal zichtlijnen is op de ontwerptekening aangegeven. Tuinsierraden en banken Op de ontwerptekening staat op een enkele plaats aangegeven dat er een gebouwtje zou moeten komen. Behalve een theekoepel (aan de voorste vijver) en een badhuisje (aan de  achterste vijver) is het plan verrijkt met nog verschillende andere bijzondere elementen. Ze waren gemaakt in verschillende vormen en materialen. In de beschrijving van het park  hierna komen ze aan de orde. Op verschillende oude foto's staan zitbanken afgebeeld, sommige met rugleuning, andere zonder. Vermoedelijk had Copijn maar op een enkele plaats een bank gedacht en zijn de  meeste banken geplaatst toen RamsWoerthe een openbaar park werd. Omdat er niets meer van het oude meubilair over is, word er in de gedetailleerde beschrijving van het park  geen aandacht aan besteed. Aangezien de nu aanwezige banken en afvalbakken hard aan vervanging toe zijn, komen we bij de voorgestelde maatregelen wel op het onderwerp  zitbanken terug. In RamsWoerthe zijn op verschillende plaatsen ronde rotsblokken gebruikt: als ornament en `sfeermaker' (in het dal aan de noordkant van het huis) en als stapstenen (in de  Wildernis). Copijn heeft dergelijke stenen ook in andere parken toegepast. (Bijvoorbeeld Hydepark in Zeiss). Omstreeks 1900 werden dikwijls goedkopere kunstrotsen gemaakt,  maar Tromp Meesters had het er voor over om echte rolkeien te kopen, die wellicht via de houthandel werden aangevoerd Theekoepel De oude theekoepel is helaas door brand verwoest in 1974 en niet weer origineel opge-bouwd. De wanden hiervan  waren met druiven ranken versierd. Er staat nu een geheel andere theekoepel als vroeger helaas.  Beplanting. De ontwerptekening vertelt niets over de soorten bomen en struiken waarmee het ontwerp uitgevoerd zou moeten worden. Aan de hand van de oude beplanting die nog in het park  aanwezig is, oude foto's en kennis van andere parken van Copijn valt wel was te zeggen over het gebruikte sortiment. Copijn gebruikte meestal veel verschillende boomsoorten en  soorten heesters en dat heeft hij ook in Rams Woerthe gedaan. Met zomereik, Amerikaanse eik, beuk en esdoorn als hoofdsoorten, en een grote variatie van andere boomsoorten  als bijsoor-ten crederde hij in RamsWoerthe schilderachtige beplantingsgroepen. Hij voegde bijvoorbeeld aan een rand van beuken en eiken een of meer contrasterende bomen toe  zoals een Italiaanse populier in combinatie met een wilg of treurwilg. Hij gebruikte daarvoor ook soorten als plataan, tamme kastanje, bruine esdoorn en rode meidoorn. Blikvangers  (in zichtlijnen) zijn soms solitaires of groepen van soorten met een opvallende vorm of kleur en soms ook bomen die als solitair erg groot en breed worden. Donkere naaldbomen,  moerascipressen, bruine beuken, linden, paardekastanjes en vleugelnoten zijn ook opvallend. Met inheemse, groenblijvende en opvallend bloeiende heesters werkte hij op een  vergelijkbare manier. Er is nagegaan welke soorten bomen en heesters uit de tijd van aanleg kunnen dateren, om zo het sortiment te leren kennen dat Henri Copijn gebruikte. 45 soorten bomen en  heesters dateren vermoedelijk uit de tijd van aanleg, zie kaart en lijst in 7.1. Soorten waarover enige twijfel bestaat, dit betreft vooral struiken, zijn aangeduid met een *. Ook is  aangegeven of er weinig, tamelijk veel, of veel exemplaren van een bepaalde soort aanwezig zijn. Copijn paste in zijn ontwerpen ook wel bloemperken toe. In het zicht van de woning van Tromp Meesters aan de Kornputsingel, de latere kwekerij, waren ovale bloemperken  getekend en een bloemenrand. Op het plein voor de villa Rams Woerthe heeft hij een verdiept grasveld met bloemranden getekend. De entree vroeger en nu De villa RamsWoerthe is dicht bij het oude centrum van  Steenwijk gebouwd. De gevel van het huis is door de korte afstand tot de straat goed te zien. In het ontwerp van de tuin speelt de ruimte aan de voorzijde dus een belangrijke rol als  entree en visitekaartje naar de stad. Copijn stelde voor de entree niet in landschapsstijl te maken, maar in een formele stijl. Hij tekende een grasveld in een neobarokke vorm. De  oorspronkelijke situatie aan de voorzijde van het huis is te beschrijven aan de hand van oude foto's die net na de aanleg zijn genomen. Recht voor de ingang is een verdiept gelegen  grasveld aangelegd, met op de hoger gelegen randen een aantal bloembedden. Dit perk ligt besloten in een brede toegangsweg. Om bij de voordeur te komen moesten de koetsen,  en later de auto's, om het perk heenrijden. Op een van de oude foto's zijn de rijen pas geplante linden, die het plein flankeren, goed te zien. Zij gaven (en geven) de entree een  voornaam aanzien, richten de blik van de bezoeker op het de gevel van het huis en onttrokken de kas en dienstingangen aan het zicht. De gehele ruimte werd omgeven door een  lage haag, waar de bomen in opgenomen waren. In de huidige situatie zijn de lindenrijen gehalveerd, waardoor de oorspronkelijke symmetrische inrichting minder herkenbaar is. Het sierperk heeft, blijkens foto's en ansichtkaarten,  veel verschillende inrichtingen gekend. De huidige inrichting past aardig bij de stijl van het huis. Alleen dreigt de Magnolia op de kop van het perk de voordeur aan het zicht te  onttrekken. Het toegenomen fiets- en autoverkeer op het voorplein (gevolg van de kantoorfunctie van het huis) heeft geleid tot de plaatsing van een fietsenstalling, verandering van  de vorm van het perk in een eenvoudiger `verkeerseiland' en de plaatsing van (lelijke) antiparkeer-paaltjes. De `antieke' lantaarnpalen zijn niet origineel (gees Jugendstil), maar  passes beter bij het geheel dan de paddestoelen lampen die er eerder gestaan hebben. Een belangrijke toevoeging aan het voorplein is het oorlogsmonument dat is geplaatst in de  noordelijke van de twee halve cirkels waarmee paden vanuit het park op  formele wijze op het voorplein aansloten. De zuidelijke halve cirkel, die naast de portierswoning lag, is  verdwenen. Na de renovatie van het park in 1972-1975 is het plein buiten het hek, dat voor samenhang met de stad zorgde, ook aangepakt. Het plein aan de weg was oorspronkelijk een sober  bestraat plein met één grote boom (bruine beuk). Het werd door de aanleg in 1977 van verhoogde verkeerseilandjes, verhoogde planten bakken met bomen en een zithoek rond een  kiosk zeer onoverzichtelijk. Hoofdzichtassen vanuit de villa. Omdat het park is ontworpen als een privé tuin bij een huis, is de beleving van de ruimte vanuit de villa van prominent belang. De villa staat in het plan als het ware op de top van  een lage uitkijkheuvel. Het terras grenst als een bordes aan een grote zachtglooiende ruimte. Over deze ruimte heen heeft Copijn twee Lange zichtassen ontworpen, zodat de  bewoners vanuit het huis tot ver achter in de tuin konden kijken. De zichtassen worden van elkaar gescheiden door boomgroepen en eilandjes in de vijver. Het zuidelijke en meest  verre zicht reikte tot een groep bruine beuken die aan de rand van de middelste vijver staat. De noordelijke zichtlijn werd bedindigd bij een ovaal bloemperk (vermoedelijk niet door  Copijn gepland) met een rododendrongroep en hoge coniferen daarachter. De zuidelijke zichtas is nog goed herkenbaar, al nemen te ver uitgegroeide struiken in de oevers iets van het uitzicht weg. Het bloemperk in de noordelijke zichtlijn werd in 1975  vervangen door een langgerekte bloemborder op een voormalig pad. De rododendrongroep is er nog wel en ook zijn twee Thuja's te zien in de boomkruinen erachter. De zichten  vanuit het huis zijn ook gewijzigd door het wegvallen van een groep bruine beuken in de hertenwei. Deze scheidde de assen al eerder van elkaar, waardoor ze Langer leken, terwijl  ze als boomgroep in de weide ook voor groter perspectief zorgden. Het veld is nu iets te leeg. Zichtassen over het grote gazon. Vanuit het huis had de familie Tromp Meesters ook uitzicht op de  witte achthoekige duiventil in de bosrand van het grote gazon en  op de theekoepel. De theekoepel stond aan de rand van de vijver  en vormde samen met de erachter liggende brug en omringende  sierbeplanting een fraai tafereel. De theekoepel had een rieten  dak en een balustrade van quasi natuurlijke (cementen)  houtstammen. (De term hiervoor is `cementrustiek'.) Bij de  theekoepel was ook een Steiger voor het aanleggen van bootjes.  Omdat de theekoepel een verblijfsruimte was (een kamer in de  tuin) voorzag het ontwerp erin dat men zittend in de theekoepel  ook weer kon genieten van fraaie uitzichten over het water en  over het veld met de boomgroepen. Belangrijk was dat je over het  glooiende gazon langs het huis heen tot aan de zuidoostrand van  het park kon kijken. Een grote bruine beuk, die in de dwarsas van het huis staat, vormt het focuspunt voor deze zichtlijn. Het gazon, dat oorspronkelijk bedoeld was voor sport en spel, en waar ook een tennisbaan heeft gelegen, veranderde ca 1928 in een hertenkamp. Dat deed aan de sfeer van de  grazige ruimte nets af. Het ijzeren hek rond de hertenweide en de rustieke stal die werd gebouwd, onderstreepten eerder nog het gecultiveerde karakter van het grote veld. Het hek is echter later vervangen door een hek dat nauwelijks mooi te nemen is en dat bovendien te dicht langs de paden staat. De rustieke hertenstal is afgebrand en vervangen  door een nieuwe, stal midden in de wei. Dit gebouwtje is al evenmin een sieraad. De duiventil is verdwenen en niet vervangen. Hetzelfde gelds voor de theekoepel die in 1974  afbrandde. Behalve dat er door het verdwijnen van de theekoepel geen nadrukkelijk uitzichtpunt meer is aan de rand van het hertenkamp is ook het lange doorzicht niet meer aanwezig. Toen  namelijk voor de gemeentelijke diensten noodgebouwen werden neergezet in de zuidoosthoek van het veld, werden deze met nieuwe beplantingen visueel van het veld  afgeschermd. De jonge eiken en de onderbeplanting van heesters vormen nu een hoge, dichte rand. Muziekkoepel. De muziekkoepel die omstreeks 1930 van de markt naar het park werd verplaatst, is vanaf het huis gezien net uit het zicht  geplaatst. De zuide- lijke zichtas scheert er als het ware net langs. Het was een goed besluit om de koepel niet in de zichtas to plaatsen, omdat  hij niet in de compo-sitie van Copijn thuishoort, maar vooral ook omdat gelijktijdig uitzicht op twee achthoekige gebouwtjes  teveel van het goede zou zijn geweest. De muziekkoepel is inmiddels ook niet meer aanwezig. Wegens grote  bouwvalligheid werd hij in 1974 afgebroken. (Ter plaatse werd in het kader van de renovatie in 1975 een zithoek met  verhoogde randen van paaltjes aangelegd rondom een verhoogd sierperk. Deze zithoek is nu geheel vervallen.)Nu is er een  muziek koepel geplaatst op het veldtje bij de Nieuwe theekoepel.Noordoost hoek: tuin, kwekerij, hertenwei. Noordoost hoek: tuin, kwekerij, hertenwei. In de ontwerptekening van Copijn is in de noordoosthoek een tuin getekend die grenst aan het grote open veld. Deze tuin  beyond zich achter de woning van Tromp Meesters aan de Kornputsingel, die hij als kantoor wilde gaan gebruiken als zijn  nieuwe villa gereed was. Ook vanuit dit pand heeft Copijn lange zichtlijnen het park ingetrokken en daar het ontwerp op  afgestemd. In de tuin was een grote boomgaard met kassen en schuren aan de noordrand. Toen de echtgenote van Jan  Hendrik Tromp zich na zijn overlijden weer in het pand aan de Kornputsingel vestigde en dit huis ruimtelijk werd  afgescheiden van het door de gemeente overgenomen park, werd de noordelijke rand bebouwd en kreeg de rest van de  tuin een functie als gemeentekwekerij. Op den duur was dat niet praktisch en verdween ook de kwekerij. De hoek werd op  eenvoudige wijze met gras heringericht en heeft recent een nieuwe functie gekregen als 'tijdelijke weide' voor de  damherten. Doordat in de huidige situatie interessante visuele relaties tussen de voormalige tuin en de rest van het park  ontbreken is dit deel nu een `dode' hoek in het park. Schuine zichtas. Een andere belangrijke zichtas, die Copijn ook op kaart heeft gezet, is een lange zichtas schuin over het water van de middelste vijver, van de rand van een grasveld aan de ene  kant naar de rand van een grasveld aan de andere kant. Naast het verre zicht dwars over de hertenkamp is dit een tweede 'dwars-zichtlijn' die de breedte van het terrein benadrukt.  Deze belangrijke zichtlijn is nagenoeg verdwenen doordat in 1975 de vorm van de beplantingsgroepen die de grasvelden begrensden, is veranderd. Zichtassen over het water en uitzichtspunten. De theekoepel is al genoemd als belangrijk uitzichtspunt aan de rand van de vijverpartij. Andere belangrijke uitzichtspunten  aan het water zijn de uitzichtshoekjes in hoger gelegen bochten. Vanaf een brug behoort men naar twee kanten een fraai  uitzicht te hebben. De brug zelf vormt altijd de kern van het `schilderij', het landschappelijke plaatje. Het voert te ver om alle uitzichten over het water afzonderlijk te beschrijven, maar een tweetal uitzichtspunten dient hier nog  wel genoemd te worden. Het eerste uitzichtspunt is de `uitkijk' aan de zuidkant van de oostelijke waterpartij. Dat deze plek  als een uitzichtsheuvel aan het water ontworpen was, is in de huidige situatie nog goed te zien aan het zijpaadje en de  halve cirkel van bomen. Het uitzicht is echter verdwenen door het dichtgroeien van de never met hoge struiken (deels  spontane opslag) en door verandering van de beplantingsgroep aan de overzijde van het water. Achter in het park, aan de rand van de 'grillige' vijver heeft vermoedelijk het schiereiland als vergelijkbaar uitzichtspunt  gefungeerd. Omdat in de ontwerptekening van Copijn geen hoogteverschillen zijn getekend en de achterste vijver slechts  schetsmatig is weergegeven, moet het park zelf aanwijzingen geven over de mogelijke locatie. In de huidige situatie zijn alle  steile oevergedeelten dichtgegroeid en ontbreken zijpaden. Daardoor is er geen uitzicht op de, eveneens dichtgegroeide  `holle-bolle' oevers. Bruggen. De bruggen die werden gebouwd, hadden ook een functie in het landschappelijke beeld ter plaatse en kregen daarom elk  een eigen karakter, dat paste bij de sfeer van het deel van het park waar ze zich bevonden. Behalve dat men vanaf de  bruggen goed over het water kon uitkijken, waren de bruggen zelf dus ook weer bijzondere elementen in 'taferelen'. De meest oostelijke brug, de bloemenbrug, is een licht gebogen betonnen brug zonder leuningen. Het dek is aan  weerszijden gevat in een ijzeren balk met I-profiel. Oorspronkelijk waren er aan de binnenkanten lange cementen  plantenbakken aanwezig die door bewerking van het oppervlak op boomstammen leken. De bakken waren gevuld met  bloemen. De brug was zo een kleurig, bij de theekoepel passend ornament. Vanaf de brug had Copijn een lange zichtlijn  over het water naar het zuiden bedacht. Aan het einde hiervan stond, en staat nog steeds, een treurbeuk. Naar het  noordoosten toe was het oorspronkelijk mogelijk om over het water naar `buiten' te kijken, het park uit. Toen de Turfhaven  gedempt werd, werd het water echter visueel be dwingend tegen de rand van het park. In de Engelse landschapsstijl, waarin  waterpartijen altijd een natuurlijke stroom verbeelden, is het gebruikelijk dat onnatuurlijke begin- en eindpunten verborgen  zijn in beplantingen. De 'bron' van het water is mysterieus. In Rams Woerthe is de 'bron' echter iets te dicht bij de brug  gelegen en bovendien is de duiker zichtbaar. Minder gelukkig is ook, dat het begin van de vijverpartij een soort achterkant  vormt naar de nieuwe toegang van het park aan de Gedempte Turfhaven. De kleine stuw net aan de noorkant van de brug is in de vijftiger jaren gebouwd. De waterval die de stuw  veroorzaakt vormt een interessante en in de landschapsstijl zeer goed passende toevoeging. Alleen de zakelijke vormgeving is niet zo geschikt voor een historisch wandelpark. De  kettingbrug, is een houten boogbrug met sierlijke ijzeren kettingen als leuningen. De bovenste ketting was met zijn rechthoeken en cirkelvormige schakels de mooiste. Het brugdek is  vernieuwd en de eenvoudige schakels van de onderste ketting zitten nu ook boven. De brug kon oorspronkelijk worden opgehaald, zodat de familie met bootjes op de vijver rond kon  varen. Vanaf de brug werd naar het oosten kijkend de blik vooral getrokken naar een groep moerascipressen aan de rand van de vijver. Aan de westzijde kon de wandelaar vanaf de  brug de drie eilandjes van `de Wildernis' zien liggen. De moerascipressen zijn inmiddels indrukwekkend grote bomen geworden. Alleen is de oever ter plaatse met grond aangevuld,  waardoor de elegante belijning die de plaats van de bomen benadrukte is verdwenen. Ook worden de luchtwortels, die de moerascipressen van nature vormen, en waar in het  ontwerp rekening mee is gehouden, beschadigd door het maaien rond de stammen. De derde brug, de kleine brug, bevindt zich in het meer bosachtige deel van het park. Het was oorspronkelijk een eenvoudige houten brug met een vlak dek en een rechte ijzeren  leuning aan 66n zijde. De brug is vernieuwd, waarbij het model is veranderd. Het is echter nog altijd een sobere rechte brug. Ook vanaf deze brug, die hier de vijver op een smal  punt overbrugt, waren aan weerszijden taferelen gemaakt die het bekijken waard waren. Rondom de brug staan naaldbomen die de sfeer bepalen en het lijkt erop dat Copijn deze  sfeer ook in de uitzichten heeft willen vormgeven. Aan de oostzijde wordt de zichtlijn in ieder geval bedindigd door een conifeer. In de huidige situatie is van het uitzicht weinig over  doordat het water versmald is, de oevers volledig dichtgegroeid zijn en twee vleugelnoten aan de westzijde van de brug omgevallen zijn, dwars op de vijver. De vierde brug die de vijverpartij kruiste, de Koebrug, is er niet meer. Toen deze houten brug op instorten stond, is hij vervangen door een dam met een duiker. De vierde brug  bevond zich, net als de eerste brug, vlak bij de rand van het park en bood uitzicht naar buiten. In de huidige situatie ziet de wandelaar die naar het zuidwesten over het water kijkt  een plantsoen met speelvoorzieningen voor de woonwijk die aan de zuidkant van RamsWoerthe is gebouwd. Naar de andere kant bood de brug zicht op het laatste en meest grillige  deel van de vijver. In het zicht lag een beplant schiereiland. Een van de bomen op de punt is een aantal jaren geleden omgewaaid of omgezakt en ligt nu horizontaal in de vijver. De  boom, een witte esdoorn, leeft nog. Opschoot op de scam heeft de boom in een soort bosschage veranderd. Eilanden in de vijvers. De eilandjes die Copijn in de grillig vormgegeven vijverpartij ontwierp, versterken de suggestie van natuurlijk water met vertakkingen. Doordat ze het moeilijker maken de oevers te  overzien en het water te 'volgen', maken ze de vijverpartij visueel nog interessanter en mysterieuzer. In de meest oostelijke vijver komen drie eilanden voor. Ekn ligt er midden in het water, twee liggen relatief dicht bij de kant. Het eilandje midden in het water was bedoeld om de  zichtlijnen vanuit het huffs mee vorm te geven en om het zicht vanuit de theekoepel te splitsen in twee zichtlijnen. Belangrijk is daarom dat er bomen op stonden, en staan,  waaronder een bruin beuk. De twee andere eilandjes zijn meer verbijzonderingen van de oever, die te zien zijn vanaf de omliggende paden en de tweede brug. Het is belangrijk dat  de beplanting op de eilandjes niet met de beplanting op de vijver oever vergroeit, wat in de huidige situatie enigszins het geval is. Even voorbij de tweede brug ligt `de Wildernis': drie eilandjes waarvan er twee vanaf de kant te bereiken waren via stapstenen. De eilandjes zijn wat eenvoudiger uitgevoerd dan op  de ontwerptekening. Het smalle water werd niet zo grillig en gevarieerd dat de suggestie van een wild stroompje werd waargemaakt. Niettemin vormden de eilandjes een spannend  'verborgen' wereldje dat vanaf het hoofdpad via een smal bospaadje te bereiken was. Door een bijzondere beplanting van lichte berken en donkergroene coniferen en rododendrons  hadden ze een eigen sfeer. In de huidige situatie zijn de stenen verzakt, ligt er veel rommel in het water en is de beplanting verwilderd. Nabij de derde brug had Copijn een vergelijkbaar wereldje gepland. Op de tekening ziet men een "bassin voor watervogels" aangegeven tussen het lange eiland en de kant.  Niemand kan bevestigen dat hier een soort vogeltuin heeft gelegen. Wel waren er zwarte en witte zwanen in het park. Ook hier is het eiland minder grillig uitgevoerd dan getekend. Opvallend is dat in de achterste vijver, de 'bosvijver' geen eilandjes voorkomen. In plaats daarvan had Copijn een schiereiland bedacht. De steiger bij het voorgestelde badhuisje aan  de noord oever lijkt op het schiereiland gericht to zijn. Daar kon je naar toe zwemmen. Het badhuisje bestaat niet meer en het schiereiland is in de huidige situatie nauwelijks meer  herkenbaar. De Lange laan. Een zeer opmerkelijk element is de lange rechte laan in de noordwesthoek van het park. De laan loops evenwijdig aan de  noordelijke grenslijn. Aan het einde van de laan stond een houten gebouwtje in rustieke stijl. Het was een prieeltje dat  onderdak voor de regen moest bieden, maar ook wel paardenstal words genoemd. Naar verluidt gebruikte Tromp Meester  en zijn zoon de laan voor ringsteken. Zeker is dat de lange weg tussen twee rijen bomen (Amerikaanse eik en haagbeuk)  in aansluiting op de gebogen paden tussen beplantingsgroepen een verrassend ruimtelijk effect had. De plaatsing van een  gebouwtje aan het einde van een zichtas die samenvalt met de weg er naar toe, is afkomstig uit oudere, formele tuin  stijlen. De laan is het enige stukje 'mengstijl' dat Copijn in Rams Woerthe realiseerde. In een halfronde grondwal is een  bank geplaatst. Verderop staan twee majestueuze haagbeuken langs de laan. De rechte laan is in de loop van de tijd verwaterd. Het is niet meer van begin tot eind een rechte ruimte, en van de  bomenrijen zijn nog maar weinig bomen over. Uitzichtsheuvel in het bos. Ten slotte is de opgeworpen heuvel achter in het park een belangrijk focus- en uitzichtspunt. Na de aanleg, toen de beplanting nog jong en dicht was, waren er vooral uitzichten via  de paden. Nu de beuken hoge bomen geworden zijn en onder de aaneengesloten kruinen een dichte heesterlaag niet goed meer mogelijk is, is de heuvel een meer open  uitzichtspunt geworden. De vallei aan de noordzijde van de villa. De gedeelten van het park aan weerszijden van het huis maken niet direct deel uit van de compositie rondom de vijver, maar vormen wel een belangrijke verbinding tussen de villa  en het ontworpen landschap. Aan de noordzijde van het huis, de schaduwzijde, had Copijn een begroeide vallei bedacht die het grote veld als een donkere bosrand omarmt. Zowel  vanaf het voorplein, als vanuit de kelder van het huis als vanaf het terras kon men door de vallei of langs de rand van de vallei met een bong rondom het veld wandelen naar de  eerder genoemde tuin en theekoepel. Onder de bomen stonden winter groene struiken en bomen: buxus, taxus, hulst en rododendron. Deze donkere groepen werden afgewisseld  met bloeiende struiken. Voorts zijn enkele kolossale stenen gebruikt in de randen. In de vallei is op de tekening een halfrond gebouwtje getekend. Dit gebouwtje, de `appelkelder' is  op een iets andere plaats en in een andere vorm gerealiseerd. Voor de warmte-isolatie is het gebouwtje met aarde overdekt, waardoor het onderdeel uitmaakt van het relief. De donkere, vallei bestaat nog, alleen is het beeld nu enigszins 'uitgehold' doordat de beplanting tussen de paden te transparant is geworden en er niet zoveel bloeiende heesters  meer zijn. De appelkelder heeft een nieuwe functie gekregen als vleermuiskelder, maar oogt verwaarloosd. (De zware ijzeren balk voor de deur is lelijk.) Het gazon aan de zuidzijde van het huis. Aan de zuidzijde, de zonzijde, was het ontwerp in contrast met de donkere vallei `licht' en 'open'. Hier was het uitzicht vanuit de kas een belangrijk ontwerpgegeven. In de tekening  van Copijn lijkt het de bedoeling te zijn dat de ruimte naast de kas vanuit de theekoepel gezien bij het grote veld hoort. De ruimte verdwijnt ten zuidoosten van de villa op dezelfde  manier onder de kruinen van in het gras staande bomen als aan de zuidzijde van het veld. Uit oude foto's valt echter af te leiden dat er zoveel bomen in het veld geplant zijn direct  ten zuidwesten van het huis dat de `zijtuin' van meet af aan als een aparte ruimte werd ervaren. Het gazon naast de kas is ingrijpend veranderd als gevolg van het gebruik van de villa als kantoor. In eerste instantie zijn voor de gemeente ten behoeve van de noodbebouwing  enkele wijzigingen uitgevoerd, waarbij parkeerplaatsen werden aangelegd. Vervolgens is deze veranderde, aanleg weer gewijzigd voor het waterschap. Nu ligt er een enigszins  slingerende asfaltweg met aan weerszijden haakse parkeerplaatsen (in betonsteen uitgevoerd). Hoewel er duidelijk naar gestreefd is de parkeerplaats zo goed mogelijk in het park in  te passen, vormt de ruimte voor de kas in de huidige situatie geen vanzelfsprekend onderdeel meer van de rondwandeling. De ruimte is daarvoor te stenig en het wandelpad langs  de zuidkant van de hertenkamp sluit op de parkeerplaats aan met een knik. De moderne lampen die de parkeerplaats verlichten zijn fraai, maar passen niet bij de stijl van het huis.  Een opvallend element in de huidige situatie is de grote groep Gunners.Maar deze zijn ook weer verwijderd, nu staat er een ordinair speeltoestel. De randen van het park. Afgezien van de openingen in de randbeplanting op de plaatsen waar het water het park  instroomde en uitstroomde, had Copijn langs de hele, rand van het park een afschermende  beplanting ontworpen. Kennelijk zag hij in de omgeving weinig aanleiding voor het maken  van meer doorkijkje's. Bij rondwandelen door het park blijkt dat er toch wel punten in de  omgeving zijn die een rol gespeeld moeten hebben in het ontwerp, namelijk de kerktorens.  De zicht lijnen naar deze kerktorens zijn door middel van beplantingsgroepen 'gericht'. Ze  lopen echter over de rand van het park heen. Opmerkelijk is voorts dat de rand langs de  Gasthuislaan, als enige van de randen, bestaat uit groenblijvende bomen en struiken (taxus,  buxus, thuja, hulst enz.) Dit heeft een esthetische waarde, als achtergrond voor het uitzicht  vanuit de theekoepel. Maar waarschijnlijk moest de beplanting ook voorkomen dat de  bebouwing aan de Gasthuislaan 's winters (al te) zichtbaar zou zijn. In de randbeplanting langs de Gasthuislaan zijn gaten ontstaan. De andere bosranden zijn  over het algemeen nog redelijk tot goed gesloten. Hier en daar zijn de randen aangevuld met  heesters. Daarbij zijn sours te veel heesters van te weinig soorten aangeplant, waardoor het beeld op sommige plaatsen te 'plantsoenachtig' is geworden. Op enkele plaatsen,  zoals bij de Burgemeester Voetelinkschool, zijn illegale achteruitgangen naar het park gemaakt. In de zuidrand bevindt zich, ongeveer in het midden, heel onopvallend een tweede kelder. Deze voormalige ijskelder is net als de appelkelder tegenwoordig in gebruik als  onderkomen voor vleermuizen. Verandering padenstructuur. Ten opzichte van het oorspronkelijke padenstelsel is het huidige padenstelsel door `slijtage' enigszins verwaterd. Doordat sommige paden zijn verdwenen of iets verlegd, is de reeks  van beelden die Copijn had bedacht, minder rijk geworden. Er hebben ook enkele ingrijpende wijzigingen plaatsgevonden. Als gevolg van de bouw van loodsen langs het  Steenwijker Diep werd aan de noordrand een stuk van het park afgesneden. Daardoor moest het pad waarop, de rechte laan aansluit en dat een grote bong maakte, naar het zuiden  verlegd worden. Tevens verdween toen een ingang bij het houten 19de eeuwse huis, later kantoor van de houthandel van Tromp, Meesters. In 1955 kwam er een nieuwe toegang aan de Gedempte Turfhaven. Ook de paden in het grasveld bij de muziekkoepel kregen een ander verloop. In plaats van twee holle bogen, die de blik van de wandelaar op de vijvers richten, zijn het twee bolle  bogen geworden, die het grasveld benadrukken. In 1975 werden er, in verband met de stedebouwkundige ontwikkeling van de omge-ving van RamsWoerthe en de hogere eisen die aan de functionaliteit van het park werden  gesteld twee nieuwe toegangen gemaakt, een aan de noordzijde, westelijk aan de Gedempte Turfhaven en een aan de zuidzijde aan de Verlaatseweg. Tegelijk werd een deel van  het padenstelsel verhard (in het oostelijke gedeelte, dat het meest in de stedelijke 'doorloop' lag). In aanvulling hierop, is een zeer ingrijpende wijziging in de padenstructuur  aangebracht door de aanleg van een pad tussen de vijver en de hertenkamp. Dit pad vormt een verbinding tussen de oostelijke toegang aan de Gedempte Turfhaven en de toegang  aan de Verlaatseweg. Het snijdt de oostelijke ring doormidden en maakt het mogelijk om, op vrij korte afstand, 'frontaal' naar de achterzijde van het huis te kijken. In 1997 is er, ten behoeve van de bootbezitters die in de jachthaven hun boten afmeren, een onopvallende ingang aan de westzijde bijgekomen. Deze ingang heeft weinig invloed op  de structuur van het padenstelsel Verandering vijver. De vijverpartij zoals die door Copijn werd ontworpen en zoals die werd aangelegd, is hierboven beschreven. Sinds de renovatie van 1975 is de vijver veel minder gevarieerd  geworden. De Grontmij oordeelde in 1970 dat de door Copijn ontworpen grilligheid niet bij de landschapsstijl zou passen. Het bedrijf heeft de vorm van de vijver versimpeld door in  een aantal bochten een nieuwe beschoeiing op, afstand van de never te zetten en daarachter de grond aan te vullen. Daardoor is het eigen karakter van de westelijke vijver  verdwenen en 'kloppen' verschillende `taferelen' niet meer. De oevers hebben overal eenzelfde snort beschoeiing van houten paaltjes gekregen en de gazons langs het water zijn  gelijkvormig geworden. Door verkorting van de oeverlijn hoefde minder beschoeiing gezet te worden. Dat maakte het beschoeiingsplan goedkoper. Bij de eilandjes van de Wildernis  is het plan gelukkig slechts ten dele uitgevoerd, zodat de drie eilandjes bewaard zijn gebleven. De beschoeiingen zijn geen groot succes gebleken. Dit is niet zo verbazingwekkend, wanner men bedenkt dat het park in een beekdal met een slecht doorlatende bodem ligt. Grond  die net boven het waterpeil ligt, heeft weinig draagkracht. Op een aantal plaatsen zijn de oorspronkelijke oevers weer zichtbaar geworden, doordat de nieuwe grond vanzelf weer is  verdwenen. Hier staan de beschoeiingspaaltjes nu zinloos in het water. Verandering beplantingen In het kader van de renovatie in 1975 zijn forse ingrepen in de beplantingen gepleegd. Er zijn grote en bijzondere bomen  verwijderd en er zijn nieuwe bomen geplant. Er zijn ook veel heesters verwijderd en aangevuld. Voorzover valt na te gaan hebben de plannenmakers destijds wel hun best gedaan om het sortiment gevarieerd te houden, maar hebben ze geen (grondige) analyse van het ontwerp van Copijn gemaakt. Er zijn daardoor veel bomen op verkeerde plaatsen geplant en vaak is behalve de plaats ook de soort verkeerd gekozen. Inmiddels zijn de bomen van de verjonging al ook uit de kluiten gewassen en hebben ze grote, invloed op het ruimtelijke beeld. Af en toe zijn erg grote vakken met Rododendron soort ingevuld. In het algemeen zijn de beplantingen nu veel minder gevarieerd en schilderachtig. Om in de vergelijking met geschilderde  landschappen te blijven (niet ten onrechte want de schilderkunst is een belangrijke inspiratiebron voor de Engelse landschapsstijl  geweest): vaak is bij de verjonging een te grove kwast gebruikt; de vorm- en kleuraccenten ontbreken en 'lucht' tussen  beplantingen is dicht gesmeerd.