© Albert
STEENWIEK

Onstaan Steenwijk

De ene kant van Steenwijk was moeras door de Steenwijker Aa de andere kant de hoge

Kampe

Steenwijk ligt in de kop van Overijssel op de grens van enkele stuwwallen(de Woldberg en de Havelter-berg) en  het laagveen gebied van Giethoorn, de Wieden en de de Weerribben. Door Steenwijk stroomt van oorsprong een kleine rivier, de STEENWIJKER Aa, welke ontstaan is door smeltwater. Later is deze Steenwijker Aa gekanaliseerd en heet dan vanaf Steenwijk het Steenwieker Diep en deze maakt de stad bereikbaar voor scheepvaart. Bestuurlijk gezien maakte Steenwijk deel uit van het gewest Land van Vollenhove. In 944 kreeg de bisschop van Utrecht  Balderik het jachtrecht in Vollenhove,in 1024 verwierf hij het graafschap  Drenthe,waartoe dus ook het land van Vollenhove behoorde. Het was dan Balderik of zijn op volger die Steenwijk moet hebben gesticht. Er bestaat ook een legende over het ontstaan van Steenwijk. namelijk van drie  kastelen aan de oevers  van de Aa t.w. Oostwijk, Middelwijk en Westwijk. Het middelste slot was Middelwijk en deze naam  zou veranderd zijn Steenwijk. In 1141 bestond  de Sint Clemenskerk al, deze was  door de bisschop  Hardbert al als kapittelkerk  aangewezen voor het Land van Vollenhove, als  onderdeel van de abdij van Ruinen. Vanuit de kapittelkerk werden  parochies gesticht in  Friesland en Drenthe. Aan de macht van bisschoppen werd nogal eens  getwijfeld in die tijd. Er werd in 1229 een troepenmacht gestationeerd in Steenwijk, onder leiding van bisschop Wilbrand van Oldenburg. Deze moest  het hoofd bie- den aan nog geen verdedigingswerken in die  tijd. In 1295 werd melding gemaakt van versterkte  plaats Steenwijk (aarden wallen/ houten palissa- den  moet men dan aan denken. In 1412 bestond de Meijeringepoort (later Gasthuispoort). Er werd begonnen met de aanleg van de gracht aan de  zuidwest zijde. De Sint Clemens werd in 1500 afgebouwd in Steenwijk. Steenwijk werd onderdeel van het Oostenrijkse vorstenhuis de Habsburgers. Het huwelijk van Filips de Schone met de Spaanse koningsdochter Johanna waren grote delen van Europa onder éé’n koningschap bij elkaar ge- bracht. Hun zoon Karel kreeg  uiteindelijk de Nederlanden Oostenrijk, Spanje en Italie in één land. De installatie van Karel de V zorgde voor scher- mutselingen rond Steenwijk. De ligging van Steenwijk was om richting Friesland te gaan, was erg belangrijk. Hij werd krachtig tegen gewerkt door door de hertog Karel van Gelre. In 1522 werd door Cornelis van Meurs een poging onder nomen om de stad in te nemen. Vijfhonderd soldaten lieten het leven, maar de aanval werd afgeslagen. Maarten van Rossem lukte het wel op 20 september 1523 Steenwijk te veroveren voor de Gelderse Her- tog. Deze verovering werd grondig gedaan, de gehele stad werd in de as gelegd en de bevolking vluchtte. Bij deze brand ging ook het stadsarchief in vlammen op. Zodoende zijn er weinig geschriften te vinden van voor die tijd. De bezetting duurde niet zo lang, al op 4 november 1523 wist Karel V Steenwijk te heroveren en voegde  het  onder gezag van de stadhouder van Friesland George Schenck van Toutenburg. Na 1523  werd de stad en zijn verdedigingswerken weer opgebouwd, maar bij het sluiten van de vrede in 1528  werd de opbouw van de verdedigingswerken weer gestopt. In 1528 was de positie van de Gelderse hertogen zo verzwakt dat ze vrede sloten met Karel V. De bisschop van Utrecht droeg ook zijn wereldlijke macht over aan  de keizer en Steenwijk werd  bestuurlijk weer onderdeel van Overijssel. Het duurde nog geruime tijd, maar toen men in 1543 het Verdrag van Venlo ondertekende, waarbij ook Gelre overgedragen werd aan de Habsburgers, kwam er er eindelijk een einde aan de schermutselingen. Er kwam  een  tijdelijke rust toen Karel V in 1555 zijn gezag over de Nederlanden  aan zijn zoon Filips overdroeg, die 1556 koning van Spanje werd, De onder Karel V ingevoerde hervormingen werden echter door de adel van de Nederlanden niet zo gewaardeerd. Ze werden ernstig gekort in hun privileges en waren  verantwoording schuldig aan de inmiddels benoemde landvoogdes Margaretha van Parma. Willem van Oranje wierp zich op als leider van de Nederlandse adel tegen de Spaanse koning. Hij verzette zich ook sterk tegen de Spaanse maatregelen tegen verspreiding van ideeën van de Re- formatie. Nadat dit verzet,  tegen corruptie  van de katholieke kerk en de harde aanpak van het Spaanse bewind, jaren lang gesluimerd  had, kwam er in 1566 uitbarsting, die in zuid Nederland begon en zich als olievlek uitbreide. Deze uitbarsting  noemde men de beeldenstorm. Deze woedde ook in Steenwijk, en een groot deel van van St .Clemenskerk werd onherstelbaar vernield. De Nederlandse Opstand zorgde er voor dat Filips de Spaanse hertog Alva met een 10.000 man sterk leger naar de Nederlanden zond.