© Albert
STEENWIEK

Monumenten

Bedelarij & Werkverschaffing

Tromp Meesters werd geboren als Salco  Tromp, zoon van Jan Meesters en Letje  Tromp. Hij kreeg in 1873 toestemming  om de achternaam van zijn moeder  Tromp bij de zijne te voegen. Ook zijn  na- komelingen verkregen het recht om de  dubbele naam Tromp Meesters te  dragen. Hij dreef in Steenwijk een  houthandel, die hij tot bloei wist te  brengen. Bij zijn overlijden in 1895 werd  uit een door hem verstrekt legaat een  werkinrichting tot wering der bedelarij  gesticht.In 1896 werd het ge- bouw in  gebruik genomen. Dit gebouw werd tot  na de Tweede wereldoorlog werk  geboden aan Steenwijkse werklozen.De  Verenging tot bestrijding der Bedelarij  door Werkverschaffing. De  werk- zaamheden bestonden in die  periode voornamelijk uit het vlechten van  matten. Het Staat aan het Steenwijkerdiep  nummer 71 en het is nu in exploitatie als  Chinees Restaurant. De Vereniging heeft bestaan van 1893 - 1951.                                                                                                                                            

De Heren  van de Rechter

Het voorm. stadhuis (Markt 72) [8] heeft een voorgevel uit 1842. Het deels oudere stadhuiscomplex daarachter strekt zich uit  over het bouwblok tussen Waagstraat, Vrouwestraat en Koningstraat; dat bouwblok omvat tevens de voorm. stadswaag en het voorm. postkantoor. Over de oudste geschie- denis van het stadhuis is weinig bekend. In ieder geval nam men in 1564 op de hoek van Markt en Koningstraat een nieuw stadhuis annex stadswijnhuis in gebruik. Het stadswijnhuis - tevens stads- herberg werd  later ingericht in een aangrenzend, in 1650 aangekocht, pand op de hoek van Markt en Waag- straat. In 1657 kwam aan de  achterzijde, langs de Waagstraat, een nieuwe raadkamer tot stand, in 1696 gevolgd door een verdere uitbreiding. Delen van het  stadhuis kregen in 1750 een nieuwe kap. Burgemeester J.J. Cornelissen legde in 1842 de eerste steen voor een grote verbouwing waarvan de ontwerper onbekend is  gebleven, maar waarvan de uitvoering in handen lag van tim- merman R.A. de Boer. De beide panden aan de Marktzijde kregen  één gepleisterde neoclassicisti- sche gevel met gepleisterde hoekblokken en een dito middenrisaliet. De ingangspartij heeft  gesti- leerde ionische pilasters op postamenten. Daarboven bevinden zich een balkon en, op de daklijst, een dakkapel met  wijzerplaat. De grote raadzaal aan de Waagstraatzijde werd in 1842 ook nieuw opgetrokken, zij het met behoud van enig ouder muurwerk. Het stadhuis bood onderdak aan het politiebureau, de brandweer en het in 1838 opgerichte kantongerecht. De stadsherberg bleef tot 1876 bestaan. In 1873 werd de stadsstal aan de achterzijde, langs de Vrouwenstraat, verbouwd en  verhoogd en het deel op de hoek met de Waagstraat ingericht als postkantoor. Aan de Koningstraat kwam in 1898 een uitbreiding  voor de postbestellers tot stand, uitgevoerd in neorenaissance vor- men, waarschijnlijk naar ontwerp van B. Rouwkema. Nadat in 1921 het nieuwe postkantoor (Oos- terstraat 80) gereedkwam voorzien van reliëfwerk van Hildo Krop stootte men een deel van  de ge- bouwen, op de hoek van Waagstraat en Vrouwenstraat, af. In 1919 verhuisde het stadhuis naar de villa Rams Woerthe, waarna het oude complex tot 1992 in gebruik was als kantongerecht.  Bij een ingrijpende modernisering in 1952 kreeg de zijgevel aan de Koningstraat een extra verdie-ping. Op enkele oude eiken  kapspanten en twee deuren met 15de- eeuwse rozetten gevat in neorenaissan- ce omlijsting na is er inwendig weinig bewaard  gebleven. De Rechter  Nu is in het oude gebouw  gevestigd het Grand cafe De  Heren van de Rechter men kwam aan de  naam natuurlijk door het oude  kantongerecht, dat was de  basis. Daarna zijn wij aan het  zoeken en  denken geslagen. In  Vledderveen woont de familie  van Muylwijck. Wij kwamen in  contact met deze bijzonder  aardige familie. Jesse is  namelijk de tekenaar van de  strip De Rechter. Kijk eens op  de site www.jessecartoons.com},  dan wordt alles een stuk  duidelijker. Veel idee'n kwamen  er op tafel. Zo heeft Jesse de  menukaart geschreven, de  cartoons hiervoor gemaakt. De  Rechter uit de boeken wordt als  logo gebruikt samen met het  lettertype. Karikaturen zijn er  gemaakt van alle  perso- neelsleden, deze hangen in het café aan de wand. Een  prachtige vergroting van de door  Jesse gete- kende Nachtwacht  hangt in de hal. En zo kunnen  we nog uren doorgaan. Voor ons was het duide- lijk, na de fijne gesprekken met Jesse  en Marleen besloten we ons  bedrijf "De Rechter van  Steen- wijk" te noemen.  

Stadswaag

Stadswaag dateert uit 1642 Echter in een archief  stuk uit 1488, blijkt  echter dat er toen al  een waag bestond. In 1632 werd het  Steenwijkerdiep gereed gemaakt, en  kwam de handel voor Steen- wijk echt  op gang. Het gebouw dateert uit 1642 zi jaartal steen. De waag was iets waar men  goede- ren liet wegen en keuren voor week en jaarmarkten. Voor deze diensten moest betaald  worden en gelden kwamen weer ten  goede aan de Landsheer (Bisschop  van Utrecht) en aan de stad  Steen- wijk zelf. Deze werden gewogen met balans of  met ook wel evenaar genoemd. Deze hing in het ge- bouw en is over gebracht naar het stadsmuseum  Steenwijk, waar nog meer van dergelijke instru- menten zijn te  bewonderen. Op de voorgevel van het gebouw  zien we twee twee beelden. Links staat Themis de Griekse godin  der gerechtigheid en rechts het oude stadswapen van Steenwijk,  uitgebeeld met Sint Clemens de  beschermheilige van Steenwijk met  het bekende anker.In de 19de eeuw  werd het gebouw als boterwaag  gebruikt en tot 1882 deed het ook als  varkenswaag dienst. In 1877 trok  men de ter rechterzijde  aangrenzende kamer van het  stadhuis bij de waag. Na ophef- fing  van de waag in 1908 nam de  brandweer het pand als bergplaats in  gebruik. In 1929-'30 werd het  gerestaureerd onder leiding van W.  Scheepers. Inwendig is de kap uit de  bouwtijd nog aanwe- zig.

Smederij

De Smederij  De Smederij  dateert uit  1836 en nu is  er een lux  logement in  gemaakt. Bij het smidsvuur in de  sfeervolle smederij wordt  een klassiek ontbijt  geserveerd. Boven de  smederij vindt u vijf  bijzondere gastenkamers.  Voorzien van alle comfort en  zeer smaakvol ingericht. Alle  kamers hebben een  exclusieve inrichting, eigen  sanitair, kluisje, minibar en  gratis draadloos in- ternet. Wilt u wel eens slapen in  een authentieke bedstee? Of kiest u voor een ruime loft of  een romantisch hemelbed? De kamers en (junior-)suites  zijn stuk voor stuk echte  schatkamers. Hier heeft u  een vorstelijk verblijf, met  een uitstekende  prijs/kwaliteit-verhouding.  Het proeflokaal van De  Smederij van Steenwijk biedt  tevens plaats aan een galerie annex centrum voor erfgoedkunst en ambacht,  vergaderruimte en  mogelijkheden voor besloten  feestelijkheden. Contact: Hotel  Espressobar Koffie&Theewinkel De  Smederij van Steenwijk Gasthuisstraat 34-36  8331 JR SteenwijkNederland  Tel. +31 (0)521-520852 / (0)6- 21285991  Email: info@smederijvansteenwijk.nl       Website: http://www.stadslogementsteenwijk.nl/

Swindermanspoortje

In de Scholestraat staat een leuk poortje, dat in de  volksmond nog altijd het Swindermanspoortje  wordt genoemd. Vanwaar die naam? Dat heeft  alles te maken met de kanunnik Harmen van  Swin- deren, die omstreeks het midden van de  zestiende eeuw was verbonden aan het kapittel van de Sint Clemenskerk in Steenwijk. Zijn ouders waren Johan van Swinderen en Mechteld, die woonden op de hoeve Businge, even buiten de stadsgracht tussen de Gasthuis- en Woldpoort.  Mogelijk zal Harmen gestudeerd hebben aan de Steenwijker kapittelschool en is hij daarna geestelijke gewor- den. Zo was hij  tegeijkertijd pastoor te Vledder en kanunnik in Steenwijk. Beide  ambten waren moeilijk te combineren, maar in zijn tijd namen het niet zo nauw met de regels en liet men een van de beide  ambten vaak door een plaatsvervanger uitoefenen. Harmen van Swinderen stierf in 1560. Na opening van zijn  testament bleek dat hij twee huizen had bij de Kleine Kerk en dat  hij nog ver- schillende jaarlijkse renten had bestemd voor een liefdadig doel en het onderhoud van de in 1627 gestichte school te financieren. In de vier kamers die de huizen telden konden acht armlastige bur- gers worden ondergebracht,in elke kamer. Zij mochten daar gratis wonen en ontvingen bovendien een uitkering uit de renten die Harmen had gelegateerd. De uitvoering van het testament was op- gedragen aan het  stadsbestuur, dat spoedig een reglement opstelde over de wijze  waarop de goe- deren beeerd moesten worden. In zo'n geval werd er dan een provisor aangesteld, die werd  belast met het bestuur van de Swindermanstichting. Niet iedereen kwam in aanmerking voor deze vorm van onderdak: de toekomstige bewoner moest geboren burger of burgeres van  Steenwijk zijn, een tot dan toe deugdzaam Leven geleid hebben  en bejaard zijn. Als taken kreeg hij mee dat hij tot God moest  bidden en danken voor de gemeenschappelijke welvaart, zoals  zij die van aalmoezen leef- den betaamde. Na vele eeuwen bleek  eerst in 1979 (!) dat zich voor een vrijgekomen 'proeve' of  uitkering geen gegadigde meer had gemeld. De gemeenteraad  besloot daarom op 13 december van dat jaar voortaan geen pogingen meer te doen om nog vrijgekomen proeven op-nieuw  toe te kennen. Daarmee kwam een einde aan.

Stallen Spijkervet                                                                                                 

Het voor een stalhouderij met paardestallen voor tuigpaarden bestemde pand is in 1904-1905 gebouwd voor landbouwer R. Spijkervet naar een ontwerp van het Steenwijker architectenbureau H. Aberson en Zn. Het pand is een fraai voorbeeld van een mengvorm van neorenaissance en art nouveau en heeft dezelfde architectonische kenmerken als het koetshuis Gasthuisstraat 28 dat in dezelfde jaren voor deze opdrachtgever is gebouwd. Omschrijving Het pand heeft twee bouwlagen onder een met bouletpannen gedekt, afgeknot schilddak. De symmetrische voorgevel met hoger opgaande middenpartij wordt gedomineerd door twee getoogde, tussen smalle penanten staande dubbele inrijdeuren, die zijn voorzien van beslag, koperen sluitwerk, traceringen en golvende hou- ten banden.  De sluitsteen in de segmentboog boven beide inrijdeuren is versierd met een paarde- kop. Op de verdieping bevindt zich een rechtgesloten dubbele laaddeur met mid-denstijl en gebo- gen raamtraceringen onder hardstenen latei. De samengestelde vensters met ramen van verschil- lende grootte aan weerszijden zijn eveneens voorzien van gebogen traceringen onder hardstenen lateien en ontlastingsboog. In de op kraagstukken met consoles uitgemetselde geveltop bevindt zich eveneens een dubbele laaddeur met gebogen venstertraceringen, maar onder een rondboog met baksteenmozaïek in de boogtrommel. De aanzet van de deklijst op de gevel-punt wordt ge- vormd door kraagstukken met een piron op de schouders. De top en de zinken dakkapelletjes aan weerszijden zijn eveneens bekroond met een piron. De facade wordt aan weerszijden van de uit- kragende geveltop beëindigd door een op gesneden consoles steunende kroonlijst, waartussen tegeltjes van granito zijn geplaatst. De gevel wordt verder verlevendigd door speklagen in contra- sterende kleur. De zwart-glazen gevelplaat in de middelste penant is grotendeels vernield, waar- door alleen de fabrieks-aam "Gravo Marmorite Mij. Maastricht" nog is te lezen. Rechts naast de stallen bevindt zich een deur onder een smal muurvlak waaraan een ramskop is bevestigd en die wordt bekroond door een haan op een bol. In de lange rechter zijgevel zijn een gietijzeren roosven- ster, twee deuren en een reeks esruitsvenstertjes geplaatst. Het achterste deel van deze zijmuur behoort bij een ruimte die later is toegevoegd. Het interieur is heel bijzonder vanwege de aanwezig- heid van de oorspronkelijke stal-indeling met gietijzeren kolommen voor de tussenschotten met gebogen ijzeren hekken op houten schotten. De elf ruiven van hout en ijzer zijn door middel van stortgaten met de hooizolder verbonden. De muren zijn aan de binnenzijde be-kleed met zeshoeki- ge tegeltjes. De ongelede, gepleisterde linker muur is voorzien van ijzeren constructies voor het ophan- gen van het tuig. Achter de rechter inrijdeuren bevindt zich een kleinere, afgesloten ruimte, die oorspronkelijk onder meer diende als spoellokaal. De achterste ruimten behoren tot een latere uitbreiding van het gebouw. Op de zeer ruime zolder is een ruimte afgetimmerd, met het opschrift "laboratorium" boven de deur. Een gedeelte van de ruimte boven de zolder wordt gebruikt als vlie- ring. De ijzeren kapconstructie bestaat uit een stelsel van gebroken kapstijlen met gelijkbenige drie- hoekspanten. Links achter de stallen bevinden zich nog de restanten van een wintertuin op een niet meer in gebruik zijnd terreintje. Waardering De paardestalling is vanwege de oorspronkelijke func- tie, de situering in de oude binnenstad, de architectonische en stilistische gaafheid, de detaillering en het nog originele interieur een in alle opzichten zeer bijzonder architectonisch element in het stadshart. De stalling heeft grote zeldzaamheidswaarde en is tevens van groot cultuur-historisch en architectuur-historisch belang.

Uurwerk Grote en Kleine Kerk                                 

De voorgeschiedenis van beide uurwerken tot circa 1750. Het is niet bekend wanneer de toren van de Grote of St.-Clemenskerk, waarmee in 1467 werd begonnen en die in 1511 gereed kwam, zijn eerste uurwerk kreeg. Zo ook niet van de Kleine of Onze Lieve Vrouwekerk, die in 1477 voor de tweede keer werd voltooid, nadat het gebouw eerder was afgebrand. In 1558 waaide bij een zware storm de spits van de toren en werd niet weer opgebouwd. Het oudste bericht van een uurwerk vinden we in het stadsarchief; het betreft een reparatie van het ‘grote uurwerk’ in 1588 door de uur- werkmaker Mr. Christoffel uit Groningen. Het ligt voor de hand, dat dit het uurwerk van de Grote kerk was. Christoffel kwam met de magistraat overeen, dat hij het uurwerk voor 38 daalders zal herstellen en het daarna zijn leven lang in goede staat houden voor 2 daalders per jaar. Twee jaar later, op 8 juli 1590, wordt door Schepenen en Raden weer een contract gesloten, nu met Mr. Geert Sluijtter, uurwerkmaker te Vollenhove. Hij heeft aangenomen het uurwerk in de St.Cle- menstoren vanaf Jacobi (25 juli) 1591 te onderhouden voor een vast jaarloon van 4 daalders en het eerste jaar voor 12 goudguldens. In de 17e eeuw zijn er regelmatig uurwerkmakers in de stad om de uurwer- ken van de beide kerken in goede staat te houden. In 1629 ‘verstelt’ (repareert) Mr. Matthijs uit Groningen het uurwerk voor 35 goudguldens en 20 stuivers. Aan het uurwerk van de Kleine kerk wordt in 1633 gewerkt door Andries Constabel en in 1641 door een uurwerkmaker uit Blokzijl. In 1649 krijgt de plaatselijke uurwerkmaker Dirck van Kal opdracht om de uurwerken van beide kerken te repareren voor 450 gld. met de voorwaarde, dat hij ze twintig jaar in goede staat zal houden. Daar het bestek bewaard is gebleven weten we precies wat er aan beide uurwerken moest gebeu- ren, alle onderdelen worden genoemd. In de Grote kerk moest het uurwerk helemaal uit elkaar worden genomen om een nieuwe as met slinger en rondsel voor het opwinden aan te kunnen brengen, verder een nieuwe ‘onrust’ met as en een nieuw ‘stiechrad’ met rondsel en as. Ook moes- ten de lagers van alle assen van nieuwe stalen bussen worden voorzien en er moest een nieuw aan- drijfmechanisme komen voor de drie wijzers, die ook werden vernieuwd evenals de houten wijzer- borden. In de Kleine kerk kreeg het uurwerk nieuwe onderdelen voor het opwinden, een nieuwe windvleugel, een ‘slachcruis’, een nieuw ‘stiechrad’ en een slagrad, beide inclusief de rondsels. Verder zouden twee nieuwe raden gemaakt worden voor de wijzer, die zelf ook vernieuwd werd. Het uurwerk moest worden ver- bust en alle versleten onderdelen vervangen. Zoals gezegd bleven beide uurwerken 20 jaar lang in onderhoud bij Dirck van Kal. In 1688 werkt Jochiem Kleijn uit De Blesse aan de beide uurwerken en brengt er 28 car.gld. en 7 stuivers voor in rekening. In 1693 is er een kleine reparatie nodig, die Dirck Bloemen uitvoert voor twee gulden. Inmiddels zijn we in de 18e  eeuw aangekomen. In 1726/’27 wordt een van de uurwerken nog onder handen genomen door David Leo en Willem Otterbosch, die voor hun werk en materialen 49 car.gld. en 16 stuivers in rekening brengen. In 1746 krijgt de Grote kerk een nieuw uurwerk. Dit is bewaard gebleven en staat nu in museale opstelling onderin de toren van de Grote kerk. Het wordt hierna beschreven door ir. L.A.A. Romeyn. De Grote kerk met het Van der Meer-uurwerk van 1746 Dit nieuwe uurwerk werd geleverd door Melstert van der Meer, uurwerkmaker te Krommenie. Hij kwam per schip van Am-sterdam om met de magistraat te onderhandelen, de aanneemsom werd 400 car.gld. Het contract is bewaard in het 9 e  Memoriaal (resolutieboek) en ook de afrekening van alle bijkomende kosten, die in totaal 220 car.gld. en 9 stuivers bedroeg. Het betrof timmer- en smidswerk voor 95 car.gld., logies van de uurwerkmaker voor 65 gld. en bijkomende kosten van 160 gld. en 9 st. Deze kosten waren voor een houten bok onder het uurwerk, lood aan de gewichten, touwen, een ijzeren hamer bij de slagklok en vracht vanaf Amsterdam. Van der Meer zijn zoon Derk tekende op 28 januari 1748 voor ontvangst van de 400 gld. Hij had met zijn vader in 1744 ook al een nieuw uurwerk geplaatst in de Grote kerk van Vollenhove. Het Steenwijker uurwerk had een heel uursslag met het volle aantal slagen en een half uurs met één slag. De afmetingen waren 3 voet en 8 duim hoog en breed en 3 voet en 5 duim diep. [In werkelijkheid zijn deze maten 100.5 x 99.7 x 79.3 cm]. Via een verticale stang en een verdeelwerk moest het uurwerk drie wijzers aandrijven. De looptijd zou 28 uur bedra-gen, het kon dus langer dan een etmaal lopen voordat het weer moest worden opgewonden. In 1791 wordt het uurwerk schoongemaakt door C.W. Bakker te Goor, die dan een nieuw uurwerk levert voor de Kleine kerk. We vinden deze informatie in de stadsrekening van 1792. Dit is het laatste concrete ge-geven over de uurwerken, daar het 19 e  eeuws archief geen bijzondere informatie bevat. In de stadrekeningen staat een jaarlijkse post van 25 gulden. voor het onderhoud van de stads uurwerken. Aan het eind van die eeuw, in oktober 1894, komt het Van der Meer-uurwerk in het nieuws omdat het niet meer naar behoren functioneert. Het is af en toe zo van slag, dat het openbare leven er hinder van ondervindt. De gemeenteraad gaat er zich mee be- moeien en burgemeester en wethouders moeten uitzoeken wat de kosten zouden zijn van een nieuw uurwerk met mi-nuutwijzer. Er volgde een strijd van jaren, voordat het stadsbestuur het er over eens was, dat reparatie de beste oplossing zou zijn. Er was advies gevraagd aan de Haagse uurwerkmaker Louis Frantz Wilhelm Volcke. Hij had geconstateerd, dat het uurwerk nog zeker de kosten van een reparatie waard was, alleen het aandrijfwerk van de wijzers met de conische tand- raden zou moeten worden vernieuwd. In 1896 wendde men zich tot de gebroeders Van Bergen te Heiligerlee met het verzoek om een rapport over de toestand van het uurwerk en een begroting van de kosten. Zij constateerden, dat het nog in vrij goede staat was, alleen de lagers moesten worden verbust, de compensatie-slinger vernieuwd en ook de anker- of pennengang. Ook moesten er drie roodkoperen wijzerbor-den met uur- en minuutwijzers worden gemaakt, die evenals de cij- fers op de borden met ducaten-goud verguld zouden worden. De totale kosten werden begroot op 750 gulden. Een nieuw uurwerk met de zelfde wijzerborden zou 1425 gulden kosten met het voor- deel dat het eens in de acht dagen opgewonden behoefde te worden. Uiteindelijk werd in decem- ber 1896 besloten om de reparatie op te dragen aan de Gebroeders Van Bergen te Heiligerlee, er 1.100 gulden voor uit te trekken en het aantal wijzerborden uit te breiden tot vier. Het werk werd uitgevoerd in 1897 voor het genoemde bedrag, ƒ 885 voor het uurwerk en de wijzerborden en nog ƒ 215 voor de bijkomende kosten. Er was steigerwerk nodig, hulp van een timmerman en een smid en een week logies voor de mon-teurs, die het uurwerk en de wijzerborden op hun plaats brachten. In 1906 vonden herstellingen plaats door de stadsklokkenist Jacob van der Feer en J. Lameris uit Workum. Het betrof de hamer-heffing op de klok en het wijzigen van de aandrijving van de wijzers, die het gevolg was van het verplaatsen van het uurwerk naar de bovenste zolder in de toren. De reparateurs gaven een garantie van tien jaar. In 1914 kreeg de toren weer een spits, die zoals ver- meld sinds 1558 ontbrak. De plaat-selijke aannemer Aberson bouwde hem naar het ontwerp van architect  Wolter te Riele uit Deven-ter, onder toezicht van P.J.H. Cuypers, de rijksadviseur. Het uur- werk moest tijdelijk worden opgeslagen; het werd een jaar later hersteld en op zijn oude plaats te- ruggezet door de Nederlandsche To-renuurwerkenfabriek Jos van de Kerkhof en Zoon te Aarle- Rixtel. Op de nieuwe spits kwamen vier nieuwe wijzerplaten met koperen uur- en minuutwijzers, die door het uurwerk werden aangedre-ven met een lange verticale aandrijfstang. De Grote kerk met het Van Bergen-uurwerk vanaf 1941   In 1941 kwam het toch tot de aanschaf van een nieuw uurwerk, dat werd geleverd door Koper-, Metaal-gieterij en Machinefabriek Concordia (voorheen Gebroeders van Bergen) te Midwolda voor 1.750 gulden. Het werd een mechanisch uurwerk met slinger en een constante krachtaandrijving; het was voorzien van een elektromotor voor het automatisch opwinden van de gewichten. Bij het wegvallen van de stroom had het uurwerk minstens zes uur gangreserve. Het zou zo nauwkeurig zijn, dat de afwijking hoogstens één minuut per maand zou bedragen. De vier wijzerwerken zouden worden hersteld, eventueel vernieuwd en gemoderniseerd. De wijzers zouden afzonderlijk met servomotoren worden aangedreven en per minuut verspringen. De cijferplaten en wijzers werden opnieuw verguld met speciaal dubbeldik toren-bladgoud. Ook werden de problemen met de grote luidklok verholpen. Die bracht nogal wat trillingen in de toren waardoor scheuren waren ontstaan. Van Bergen had geconstateerd, dat dit kwam omdat de klok los aan het klokhoofd hing. De remedie was het aanbrengen van een moderne stalen luidas met zware rol- of kogellagers; de klok kreeg een nieuwe klepel, een ijzeren luidwiel en er kwam een nieuwe slaghamer. In de offerte staat, dat ‘één normale man’ de klok gemakkelijk zou kunnen luiden, maar deze klok werd van 1925 tot 1964 geluid door een kleine vrouw, Lammegien Boonstra, alias ‘Lammegien de Luudster’. In 1950 werd er verlichting op de wijzerplaten aangebracht door de firma Eijsbouts voor ƒ 4080 en een post van ƒ 420 voor bijkomend werk. In 1942 wordt J. van der Feer jr. aangesteld voor het onderhoud voor ƒ 220 per jaar. In 1953 zijn er storingen aan de wijzers, die door Eijsbouts worden verholpen. In 1960 installeert de firma Concordia een moederklok en brengt een nieuwe wijzerverlichting aan in glazen buizen. In 1965 komt er een elektrische luidinstallatie, die wordt geleverd door Fa. S. van de Heide te Kollum voor ƒ 12.500. In 2000 wordt een nieuwe klokkenstoel in gebruik genomen met daarin de twee historische klokken van Fredrijck Bütgen (1604) en François Simoni (1638) en vier nieuwe. Toen werd ook de moederklok vervangen door een nieuw elektronisch mechaniek, dat zo is gepro- grammeerd, dat er ook een voorslag is die de kwar-tieren op een kleinere klok aankondigt met één tot vier slagen. Het uurwerk in de Kleine kerk vanaf de reparatie van 1757 In 1757 vindt een grote reparatie plaats van het uurwerk in de Kleine kerk door de uurwerkmakers Jan Jacobs en Adam Jans, vader en zoon. De vader is stadsuurwerkmaker van Deventer en de zoon woont in Steenwijk. Zij nemen voor 130 car.gld. aan om het uurwerk te repareren en daarna tien jaar lang te onderhou-den. Alle versleten en ontbrekende delen zullen worden vervangen, het wij- zerbord geschilderd en de letters en de wijzer verguld. Het stadsbestuur zal een steiger laten ma- ken om bij het wijzerbord en het slagwerk te kunnen komen en zal ook zorgdragen voor nieuwe touwen aan de gewichten. Uit het contract blijkt, dat het uurwerk op de slagklok laat slaan op de hele en halve uren. Bij de uitvoe-ring van het werk blijkt, dat het wijzerbord in zo’n slechte staat is dat het vernieuwd moet worden. Adam Jans ontvangt er een gouden dukaat extra voor. In 1791 is het oude uurwerk zo zeer versleten, dat het moet worden vervangen. Het nieuwe wordt gemaakt door uurwerkmaker Carel Willems Bakker uit Goor. Doordat het bestek bewaard is gebleven weten we precies hoe groot het was. Het kon alleen de hele uren voluit slaan en gaf op de halve uren één slag. Er is aanvankelijk het plan geweest een volle halfuursslag aan te brengen maar de betreffende alinea is in het contract weer doorgestreept. Voor deze extra voorziening moest een tweede slaand werk worden gemaakt, dat tussen het gaande en het slaande werk zou worden ge-plaatst. Er zou- den dan drie gewichten moeten komen en zes katrollen voor de touwen. Toen het uurwerk in 1874 niet meer werkte en ook nog eens in de weg stond is het door de kerkvoogdij van de Hervormde gemeente met toestemming van de gemeenteraad van de zolder van de Kleine kerk verwijderd, maar het is niet bekend waar het is gebleven. Bijlagen 1. Bestek voor reparatie van de beide uurwerken door Dirck van Kal, 3 juli 1649 (OA inv.no. 6, Memoriaal 1647-1666, fol. 43 ro+vo,) Reparatie aan de beide uurwercken Den 3 julij 1649 heft de Magistraet deser stadt Steenwijk bestadet aen Mr. Dirck van Kal uijrwerck- maker alhier om te maeken eerstelijck aen ’t uijrwerck in de grote toorn, een opwindels ronsel met een spil nieuw en een nieuwe onrust met een nieuwe onrust spil. Item een nieuw stiechratt met een nieuw stiechradts ronsel, een nieuwe hameivhere met een nieuwe bus, voorts een geheel nieuw leijtwerck tot drie wijsers, met drie nieuwe handen met nieuwe stangen die de wijsers drijven. Mede het werck schoon te maeken ende de gaten so versleten sijn met stalen bussen ingeleijt en daerbij noch alle andere faulten ende gebreeken hierinne niet genaempt als te maeken dat de uijrwercken sijn so goet als nieuwe goede wercken roemen sal. Ten anderen aen ’t uijrwerck in de Kleine kerk te maeken dienstich en goet, een nieuwe onrust spil, een nieuw slachcruis, twee nieuwe wiesraden met een nieuwe handt die wiest, noch een nieuwe stiechradts ronsel met een stiechradt ende mede een slachradt ronsel, noch een nieuw opwindels ronsel ende alle de verslete- ne gaten te verbussen met stalen ringen mette half uir goet en gangbaer te maecken als mede ’t gehele werck te suveren ende schoon te maeken daerenboven oock alle andere onbenoemde faulten ende repareren ende also ’t gantsche uijrwerck te maecken dattet alles so goet als nieuw is. Hebbende den voornoemde Mr. Dirck van Kal mede angenomen den tijdt van twintich eerstcomp- stige jaren goet en gangbaer te holden buten costen van de stadt. Alle voorbenoemde beide uir- wercken in sulcken voegen dat de magistraet daer geen wijldre oncosten als van het schoonmae- cken sal hebben te dragen ende te doen. En heeft de magistraet daer voor an den voorn. Mr. Dirck te betalen aengelooft voor eerst stede vast een somme van vierhondert en vijftich car.gld. van twin- tich st. ’t stuck bij ’t voltrecken vant voorsz. werck voort te betaelen. Doch daer voorn. Mr. Dirck eenige penningen onder ’t gemel-de werck mocht van nodig hebben ende des begeert sal men den- selven tot redelickheijt ende di-stinctie van de magistraat daermede accomoderen ende genieten gelijck nu almede bij genoem-de Mr. Dirck in casse ’t gemelte aengenomene werck wel tot goet genoegen gemaeckt te sijn bevonden mach worden tot redelijcke discretie van de magistraet noch boven voorsz. bedongen penningen een recognitie sal doen ten dage en iaren als boven. Ende is daerop een instrument bij de heren burger-meesteren in den tijt hier vollgens neffens Mr. Dirck Kal voorts onder teickent ende mede also selvige dagen in dit memoriael gereseseert. 2. Contract voor levering van nieuw uurwerk in de Grote kerk en de specificatie van de kosten  (OA Steenwijk, inv.no 9, Memoriaal 1724-1748) a. Het contract, 6 juni 1746 (fol. 296) Het uurwerk in de groote Tooren door ouderdom gansch versleten, en onherstelbaer zijnde heeft de Magistraat geresolveert een nieuw uijrwerk te laten maken en is daer over gehandelt met Melstert van der Meer om het selve alhier te maken, dat: Het werk zal hoog zijn 3 voedt agt duijm, breed 3 voedt en 8 duijm en zijn kant of vierkant 3 voet en 5 duijm.  Slaende het geheele uijre vol uijt en halv uijr een slag, lopende 28 uijren met drie lopende wijsers die egaal wijsen alles in goede ordre waer voor den aennemer zal genieten vier hondert guldens als het werk voltoijt in de tooren gestelt opgenomen en goedgekeurt is. Voorts zal de magistraat den aennemer geduijrende hij alhier zijn moet om het werk te setten en stellen vrij logement besorgen, de smith en timmerman zoo daer bij moeten geemploijeert worden geduijrende het werk alhier zal geplaetst worden zijn tot laste van de stad, het transport van het uurwerk van Amster- dam tot hier tot laste van de stad. b. Het betalingsoverzicht, 28 januari 1748 (327 vo ) Ten dienste van de stad van Merkmeester Albert Aberkrombe in gekomen zijnde agt hondert car. guldens, zijnde dese pen-ningen gemploijeert tot reparatie van de Kleijne Toorn en betalinge van het uijrwerk in de groote Toorn den 6 junij 1746 bestedet om te maken. Den 28 januari 1748 Aan Jannes Aberkrombi voor aengenomen reparatien en daer toe geleverde materialen aen de Toorn op de Kleijne kerk              80.-.- Aan de Horologie maker volgens accoord van den 6 junij 1746      400.-.- Albert Bloemer voor ijserwerk                                     32.-.- Lucas Busing timmerloon                                             24.-.- Andries Crediet timmerloon                                        39.-.- Swaentjen Harms                                                   15.16.0 Roelof Kiers voor logijsgelt van de horologemaker    65.-.- Jan Tomas voor de vragt van het uijrwerk van Amsterdam herwaerts   6.11.0 Voor het touw en de stoel van het uijrwerk                        14.18.0 Voor lood aen de gewichten                                                  13.10.0 Aen de merkmeijster een jaar gagie pinx. 1748          25.-.- Voor de hamer aen het uijrwerck                                         9.14.0 In de marge: den 28 januari 1748 De magistraat van Steenwijk heeft aen mij betaelt de bedongen vier hondert car.gld. over nevenstaende accoord begrepen.                                     Derk van der Meer 3.Bestek voor reparatie van het uurwerk in de Kleine kerk, 27 sept 1757  (OA Steenwijk inv.no. 276 Contract met de horologiemaker Adam Jans alhier te Steenwijk en desselfs vader Jan Jacobs te Deventer over de reparatie van het uurwerk in de Kleine kerk. Wij Burgermeesteren Schepenen en Raden der Stadt Steenwijk bekennen en verklaren overeen gekomen en geaccordeert te hebben met Adam Jans alhier te Steenwijk en deselve te hebben aenbestedet het repareren van het uurwerk in de Kleine kerk alhier te Steenwijk waarbij deselve heeft aengenomen het selve uirwerk wederom in goede gangbare staet te brengen met gehele en halve slagh daer toe te sullen leveren alle het manquerende ijserwerk ende boven en al het gene aan het oud werk mochte ontbreken, mitsgaders het schilderen van de wijser en het vergulden van de selve, invoegen de stad daer toe niet anders sal behoeven te leveren dan het touwerk mitsga- ders het maken van de steigeragien tot het in ordre brengen van het slagwerk en de wijser ver- eischt werdende. Wijders verklaren wij Adam Jans en Jan Jacobs stads Horologiemaker te Deventer het selve uirwerk in goed gangbare staet te sullen houden en in cas van reddeloosheid het selve te sullen repareren en weder in gangbaren staat te sullen brengen en onderhouden de tijd van tien jaren lang gedurende ingaande a dato desen en sullende eindigen op gelijke datum in’t jaar 1767 alle onweerbaar geweld uitgesondert mitsgaders het onderhoud van de touwen waarmede sij aannemers niet sullen te doen hebben: waar voor wij Burgermeesteren Schepenen ende Raed voorsz hebben belooft en aangenomen beloven en nemen aan bij desen aan gemelde Adam Jans ende Jan Adams te betalen een somme van één hondert dartigh Caroli guldens dus segge 130 te betalen voor desen. Vermits het wijserbort vergaand zijnde een nieuw wijserbort heeft moeten gemaakt worden voor schilderen en vergulden vant selve de leverantie van goud daeronder begre- pen aan deselve toegeleijt een gouden ducaat 5.5.0. Te oirconde is desen getekent voor desen stadssecretaris en door de aennemers voorsz binnen Steenwijk. den 27 sept. 1757              ter ordonnantie van de Heren voorsz.  alhier was getekent            was getekent Jan Jacobs Adam Jans                             H. Tuttel                  Zie voor onderstaande tekst de bijlagen: Contract 1, contract 2 en Contract 3. 4. Bestek voor een nieuw uurwerk in de Kleine kerk, 26 sept. 1791   (OA Steenwijk inv.no. 276) Ontwerp of opstel van een nieuw uurwerk alhier tot Steenwijk in den toren te maken.       Ten Eersten Soo moeten daer toe gemaekt worden vier vierkante pielaren 1½ duim dik 3½ voet hoog en de selve met 15 soo leggende als staende platte staven in malkander gewerk worden soo dat het selve vast en onbeweegelijk is en het vierkante werk over eene kant ruim 3 voet en de kant iets minder in sijn vierkant. Tot het gaende werk        2 Soo moet daer in gemaekt worden een rad met sijn spille daer toe nog een rad om de gewigten op te winden met een ronsel en spille en kruk daer toe een goede suivere houten rolle daer het tou op gaet met sijn snek en klink en veeren soo dat behoort en alles hegt en sterk genoeg om sijn behoor- lijk effekten te kunnen doen en daer toe nog twee raden met ronsels en spillen daer toe een onrust spille met sijn vesting daer de slinger an hangt en een Slinger na Proporti van de hoogte van het werk vierkant en dit soo gemaekt alles dat een die sig verstaende moet bekennen dat daer in vijftig jaeren geen Extra ordinaar Reperatie an behoef gedaen te worden ten sij dat behoorlijk getrakteert en schoongemaakt wort en ordentelijk gesmeert. Tot het slaende werk       3 Vereijst tot het slaende werk een dito rad als dat eerstgenoemde van het gaende werk daer benevens nog een rad met een ronsel om op te winden en daer toe nog een rad met een spille en ronsel en nog een dito spille met een ronsel daer een windvleugel an koomt. Daer benevens een rad daer de uiren op verdeijlt worden dat genaemt wort het sluitrad met een ronsel daer het selve door gedreven word.                                                                         4 (onderstaande tekst, betreffende een volle halfuurs slag, d.w.z. met het aantal slagen van de komende uurslag, is doorgestreept) Soo als het werk moet gemaekt worden om het half uir vol uit te slaen soo moet het vierkante werk soo veel breder gemaekt worden dat de beijde slaende werken daer tegen malkanderen kunnen ingebragt worden en daer toe wort dan vereijst drie touwen drie gewigten ses schijven daer de touwen over lopen en draetwerk om de hamers te trekken en goed en suffisant gemaekt.                                                                        5 Tot het werk om de wijser te draijen onder an het werk om die af en na boven te leijden wort vereijst vier raedjes en boven in de toren nog een rad met een ronsel om de wijser te doen gaen en alles in goede perfectie te brengen om sijn behoorlijke effekten te kunnen uitwerken.                                              6 Daer en boven soo moet het werk gemaekt worden dat alle de spillen van het gaende als slaende werk in metalen bossen draijen behalven die daer het opgewonden word. Dit hier in gemelde uurwerk neme ik an te maken en goed en gankbaer in den toren te leveren voor een somma van vierhondert gulden vermids de Heeren Besteders een houten stoel daer toe sullen laten maken voor haer rekening en an mij het oude werk sullen laten toekomen tot mijn voordeel. Dat hier twee alleensludende hier van gemaekt en getekent. Steenwijk den 26 sept. 1791     Carel Willem Bakker                                                             ter ordonnantie van de Magistraat.                           A. Fledderus Secret

RamsWoerthe

Het Ramswoerthe is gebouwd door Jan Hendrik Tromp Meester in 1899.De totale kosten voor deze kapitale villa was  75.582 gulden.Een van de kamers heeft  het originele plafond nog , mem heeft nu gekeken onder de andere  plafons en heeft men de verf verwijderd .En er onder zitten prachtige schilderingen ,men is nu van plan om deze  weer te voorschijn te halen.In het hele huis  treft men bij de versieringen  en afbeeldingen apen, uilen, hagedissen  panter achtige dieren aan.In de hal  waar een choorsteenmantel staat prijkt twee maal het wapen van de Trompmeesters .Er tussen staat een onderdeel van van het oude wapen van Steenwijk, het anker. verstrengeld  met met een slang in deze afbeelding. De wanden zijn beschilderd met agrarische  taferelen gemaakt door  kunst  schilder Co Breman.Wanneer de gebrandschilderde  glas in loodramen in het trappen portaal ge- plaatst zijn is niet  helemaal duidelijk. Waarschijnlijk pas na de bestemming  dat Ramswoerthe kreeg als gemeentehuis. Het heeft als  symboliek de lente.Het glas en lood werd gemaakt  door A. Le Comti.In een van de kamers boven  bevat een drieluik met links het wapen van Overijssel mid- den Steenwijker wapen  en rechts het Nederlands wapen.Het park is in de Engelse landschap stijl ingericht.De speelse vormen en kleuren van de Jugendstil zijn namelijk ook  gebruikt in het park. Copijn heeft geen gebruik gemaakt van rechte belijningen of een symmetrisch geheel.Achter  in het park was een kegelbaan aangelegd op een recht stuk laan, die door de gehele familie werd ge- bruikt. Vader  en zoons hielden zich hier ook bezig met het ringsteken te paard. Aan het eind van de laan stond een prieeltje,  waarin de familie bij regen kon schuilen.Het park is door de jaren heen sterk veranderd. Waar nu de Burgemeester  Voetelinkschool, het clubhuis "De Korf" en enkele huizen staan, was vroeger een grote boomgaard. Toen stonden  er in het park diverse woningen, schuren en kassen. Nu staan in het park alleen nog de woning van de  parkwachter en meer naar voren de bode woning. In het park stond tevens een thee koepel, waarvan de wanden  op dezelfde wijze beschilderd waren als in de villa. De koepel had een bijzonder rustiek uiterlijk, de stijlen en  schoren waren voorzien van stucwerk in boom schors structuur.In 1974 brandde de thee koepel geheel af. Plannen  tot herbouw waren er wel, maar  de koepel is nooit meer de mooie koepel van vroeger geworden. Ook stond er  vroeger in het park een muziektent. Door de bouwvallige toe- stand moest deze echter worden gesloopt. En er is nu  een nieuwe muziek tent geplaatst   vlak bij de theekoepel op het gras veld. Jugendstijl verklaring De Jugendstil is een stijl die rond 1895 ont- staan is  ten gevolge van propaganda in het tijdschrift 'Die  Jügend'. Die Jügend ging vooral tegen de historische stijlen in, die in de 19 e eeuw duidelijk  overheerst hadden. De reactie bestond uit plan- ten  vormen en vogels etc., die decoratief toegepast werden, en waarbij diepte en schaduw verme- den  werd.Het was  een  harmonie waar de mens  em  natuur centraal staan.In Frankrijk was één van de belangrijke mensen in de Jugendstil -in dit gebied  Art Nouveau genoemd- Samuel Bing. Samuel Bing  was een handelaar in Japanse kunst, en had de winkel Maison de l'Art Nouveau. De stijl die hij  toonde kwam overeen met de Jugendstil, en deze  stijl werd in Frankrijk bekend als de Art Nouveau, genaamd naar de naam van de winkel van Bing Wanschilderingen Co.Breman Bre- man, die zijn domicilie had in het Gooi, werd bij zijn artistieke uitingen vaak geïnspireerd door  agra- rische beelden als zomerse akkers, bloeiende velden en zoals in het gemeentehuis van  Steenwijk de daarmee verwante taferelen.Breman is vooral bekend geworden omdat hij een  gebruiker was van een bepaalde schilder techniek, het Pointillisme. Pointillisme is een verf  techniek, waarbij vlak- ken worden opgevuld met punten en strepen van een onvermengde  (primaire) kleur. Meest beken- de Nederlandse gebruiker van het Pointillisme is Bremans  tijdgenoot Vincent van Gogh geweest. Breman gebruikte het Pointil- lisme alleen als het hem  uitkwam. Zo is het mogelijk, dat zijn werk wel en niet gepointilleerde delen vertoont. Op de  wandschilderingen in het gemeentehuis komen geen gepointilleerde delen voor.Het maken van  wandschilderingen in Rams-Woerthe was één van Bremans grote werken. De uitbeelding van de  agra- rische taferelen is in perfecte harmonie met de gebrandschilderde glas-inloodramen in het  trapportaal.De wandschilderingen laten de gehele kringloop zien van het agrarisch gebeuren. Van  het ploegen en het zaaien, via dorsen en het schei- den van het kaf van het koren, naar het malen  en brood bakken zijn de gangen van het graan aan- gegeven. Deze beschilderingen kunnen als  uniek worden ervaren. Breman maakte twee andere wandschilderingen in gebouwen in Utrecht  en Laren, maar beide zijn inmiddels afgebroken, zodat Bremans werk in deze omvang alleen in  Steenwijk nog te aanschouwen is.Helaas zijn deze wand- schilderingen op veel plaatsen zwaar  beschadigd door afbladderen van de verf. Al een paar maal is men tot restauratie overgegaan,  echter zonder doeltreffend resultaat.Moest de gemeenteraad in 1919 nog een bedrag uitgeven  van 10.000 gulden voor de inrichting en verbouwing van RamsWoer- the ,in de toekomst zal de  gemeenteraad wellicht een bedrag dat aanmerkelijk hoger ligt uitgeven voor de restauratie en  het behoud van de unieke wandschilderingen van Cc Breman, wil men deze voor het nageslacht  bewaren.Van Breman is in het raadhuis van Steenwijk nog een ander werk te vinden: een  schilderij, voorstellende een moeder, die haar kind sprookjes vertelt. Het in Jugend- stijl  geschilderde schoorsteen werk, dat in de raadzaal hangt, is in 1976 door Christiaan Frederik, een  zoos van Jan Hendrik Tromp Meesters, aan de gemeente Steenwijk geschonken.Volgens  Chris- tiaan Frederik heeft het laten vervaardigen van dit doek, in opdracht van zijn vader, meer  ten doel gehad dan een muur te sieren. ,Ik zie in het schilderij een droom en een wensdroom,  namelijk dat vaders wens en hoop, dat met en door het stichten van een grote villa en een mooi  park, niet al- leen voor zichzelf en zijn gezin voor lange tijd, maar ook voor de bevolking van zijn  geliefde en ge- waardeerde stad, een bijzondere verrijking zou ontstaan voor nog veel langere  tijd: daarom werd het park van het begin of aan voor iedereen vrij toegankelijk gesteld.
© Albert Steenweik.nl
STEENWIEK

Monumenten

Bedelarij & Werkverschaffing

Tromp Meesters werd geboren als Salco  Tromp, zoon van Jan Meesters en Letje  Tromp. Hij kreeg in 1873 toestemming  om de achternaam van zijn moeder  Tromp bij de zijne te voegen. Ook zijn  na- komelingen verkregen het recht om de  dubbele naam Tromp Meesters te  dragen. Hij dreef in Steenwijk een  houthandel, die hij tot bloei wist te  brengen. Bij zijn overlijden in 1895 werd  uit een door hem verstrekt legaat een  werkinrichting tot wering der bedelarij  gesticht.In 1896 werd het ge- bouw in  gebruik genomen. Dit gebouw werd tot  na de Tweede wereldoorlog werk  geboden aan Steenwijkse werklozen.De  Verenging tot bestrijding der Bedelarij  door Werkverschaffing. De  werk- zaamheden bestonden in die  periode voornamelijk uit het vlechten van  matten. Het Staat aan het Steenwijkerdiep  nummer 71 en het is nu in exploitatie als  Chinees Restaurant. De Vereniging heeft bestaan van 1893 - 1951.                                                                                                                                            

De Heren  van de Rechter

Het voorm. stadhuis (Markt 72) [8] heeft een voorgevel uit 1842. Het deels oudere stadhuiscomplex daarachter strekt zich uit  over het bouwblok tussen Waagstraat, Vrouwestraat en Koningstraat; dat bouwblok omvat tevens de voorm. stadswaag en het voorm. postkantoor. Over de oudste geschie-denis van het stadhuis is weinig bekend. In ieder geval nam men in 1564 op de hoek van Markt en Koningstraat een nieuw stadhuis annex stadswijnhuis in gebruik. Het stadswijnhuis - tevens stads-herberg werd  later ingericht in een aangrenzend, in 1650 aangekocht, pand op de hoek van Markt en Waag- straat. In 1657 kwam aan de  achterzijde, langs de Waagstraat, een nieuwe raadkamer tot stand, in 1696 gevolgd door een verdere uitbreiding. Delen van het  stadhuis kregen in 1750 een nieuwe kap. Burgemeester J.J. Cornelissen legde in 1842 de eerste steen voor een grote verbouwing waarvan de ontwerper onbekend is  gebleven, maar waarvan de uitvoering in handen lag van tim-merman R.A. de Boer. De beide panden aan de Marktzijde kregen  één gepleisterde neoclassicisti-sche gevel met gepleisterde hoekblokken en een dito middenrisaliet. De ingangspartij heeft  gesti-leerde ionische pilasters op postamenten. Daarboven bevinden zich een balkon en, op de daklijst, een dakkapel met  wijzerplaat. De grote raadzaal aan de Waagstraatzijde werd in 1842 ook nieuw opgetrokken, zij het met behoud van enig ouder muurwerk. Het stadhuis bood onderdak aan het politiebureau, de brandweer en het in 1838 opgerichte kantongerecht. De stadsherberg bleef tot 1876 bestaan. In 1873 werd de stadsstal aan de achterzijde, langs de Vrouwenstraat, verbouwd en  verhoogd en het deel op de hoek met de Waagstraat ingericht als postkantoor. Aan de Koningstraat kwam in 1898 een uitbreiding  voor de postbestellers tot stand, uitgevoerd in neorenaissance vor-men, waarschijnlijk naar ontwerp van B. Rouwkema. Nadat in 1921 het nieuwe postkantoor (Oos-terstraat 80) gereedkwam voorzien van reliëfwerk van Hildo Krop stootte men een deel van  de ge-bouwen, op de hoek van Waagstraat en Vrouwenstraat, af. In 1919 verhuisde het stadhuis naar de villa Rams Woerthe, waarna het oude complex tot 1992 in gebruik was als kantongerecht.  Bij een ingrijpende modernisering in 1952 kreeg de zijgevel aan de Koningstraat een extra verdie-ping. Op enkele oude eiken  kapspanten en twee deuren met 15de- eeuwse rozetten gevat in neorenaissan-ce omlijsting na is er inwendig weinig bewaard  gebleven. De Rechter  Nu is in het oude gebouw  gevestigd het Grand cafe De  Heren van de Rechter men kwam aan de  naam natuurlijk door het oude  kantongerecht, dat was de  basis. Daarna zijn wij aan het  zoeken en  denken geslagen. In  Vledderveen woont de familie  van Muylwijck. Wij kwamen in  contact met deze bijzonder  aardige familie. Jesse is  namelijk de tekenaar van de  strip De Rechter. Kijk eens op  de site www.jessecartoons.com},  dan wordt alles een stuk  duidelijker. Veel idee'n kwamen  er op tafel. Zo heeft Jesse de  menukaart geschreven, de  cartoons hiervoor gemaakt. De  Rechter uit de boeken wordt als  logo gebruikt samen met het  lettertype. Karikaturen zijn er  gemaakt van alle  perso- neelsleden, deze hangen in het café aan de wand. Een  prachtige vergroting van de door  Jesse gete- kende Nachtwacht  hangt in de hal. En zo kunnen  we nog uren doorgaan. Voor ons was het duide-lijk, na de fijne gesprekken met Jesse  en Marleen besloten we ons  bedrijf "De Rechter van  Steen- wijk" te noemen.  

Stadswaag

Stadswaag dateert uit 1642 Echter in een archief  stuk uit 1488, blijkt  echter dat er toen al  een waag bestond. In 1632 werd het  Steenwijkerdiep gereed gemaakt, en  kwam de handel voor Steen-wijk echt  op gang. Het gebouw dateert uit 1642 zi jaartal steen. De waag was iets waar men  goede-ren liet wegen en keuren voor week en jaarmarkten. Voor deze diensten moest betaald  worden en gelden kwamen weer ten  goede aan de Landsheer (Bisschop  van Utrecht) en aan de stad  Steen-wijk zelf. Deze werden gewogen met balans of  met ook wel evenaar genoemd. Deze hing in het ge-bouw en is over gebracht naar het stadsmuseum  Steenwijk, waar nog meer van dergelijke instru-menten zijn te  bewonderen. Op de voorgevel van het gebouw  zien we twee twee beelden. Links staat Themis de Griekse godin  der gerechtigheid en rechts het oude stadswapen van Steenwijk,  uitgebeeld met Sint Clemens de  beschermheilige van Steenwijk met  het bekende anker.In de 19de eeuw  werd het gebouw als boterwaag  gebruikt en tot 1882 deed het ook als  varkenswaag dienst. In 1877 trok  men de ter rechterzijde  aangrenzende kamer van het  stadhuis bij de waag. Na ophef-fing  van de waag in 1908 nam de  brandweer het pand als bergplaats in  gebruik. In 1929-'30 werd het  gerestaureerd onder leiding van W.  Scheepers. Inwendig is de kap uit de  bouwtijd nog aanwe-zig.

Smederij

De Smederij  De Smederij  dateert uit  1836 en nu is  er een lux  logement in  gemaakt. Bij het smidsvuur in de  sfeervolle smederij wordt  een klassiek ontbijt  geserveerd. Boven de  smederij vindt u vijf  bijzondere gastenkamers.  Voorzien van alle comfort en  zeer smaakvol ingericht. Alle  kamers hebben een  exclusieve inrichting, eigen  sanitair, kluisje, minibar en  gratis draadloos in-ternet. Wilt u wel eens slapen in  een authentieke bedstee? Of kiest u voor een ruime loft of  een romantisch hemelbed? De kamers en (junior-)suites  zijn stuk voor stuk echte  schatkamers. Hier heeft u  een vorstelijk verblijf, met  een uitstekende  prijs/kwaliteit- verhouding.  Het proeflokaal van De  Smederij van Steenwijk biedt  tevens plaats aan een galerie annex centrum voor erfgoedkunst en ambacht,  vergaderruimte en  mogelijkheden voor besloten  feestelijkheden. Contact: Hotel  Espressobar Koffie&Theewinkel De  Smederij van Steenwijk Gasthuisstraat 34-36  8331 JR SteenwijkNederland  Tel. +31 (0)521-520852 / (0)6- 21285991  Email: info@smederijvansteenwijk.nl       Website: http://www.stadslogementsteenwijk.nl/

Swindermanspoortje

In de Scholestraat staat een leuk poortje, dat in de  volksmond nog altijd het Swindermanspoortje  wordt genoemd. Vanwaar die naam? Dat heeft  alles te maken met de kanunnik Harmen van  Swin- deren, die omstreeks het midden van de  zestiende eeuw was verbonden aan het kapittel van de Sint Clemenskerk in Steenwijk. Zijn ouders waren Johan van Swinderen en Mechteld, die woonden op de hoeve Businge, even buiten de stadsgracht tussen de Gasthuis- en Woldpoort.  Mogelijk zal Harmen gestudeerd hebben aan de Steenwijker kapittelschool en is hij daarna geestelijke gewor- den. Zo was hij  tegeijkertijd pastoor te Vledder en kanunnik in Steenwijk. Beide  ambten waren moeilijk te combineren, maar in zijn tijd namen het niet zo nauw met de regels en liet men een van de beide  ambten vaak door een plaatsvervanger uitoefenen. Harmen van Swinderen stierf in 1560. Na opening van zijn  testament bleek dat hij twee huizen had bij de Kleine Kerk en dat  hij nog ver- schillende jaarlijkse renten had bestemd voor een liefdadig doel en het onderhoud van de in 1627 gestichte school te financieren. In de vier kamers die de huizen telden konden acht armlastige bur-gers worden ondergebracht,in elke kamer. Zij mochten daar gratis wonen en ontvingen bovendien een uitkering uit de renten die Harmen had gelegateerd. De uitvoering van het testament was op-gedragen aan het  stadsbestuur, dat spoedig een reglement opstelde over de wijze  waarop de goe-deren beeerd moesten worden. In zo'n geval werd er dan een provisor aangesteld, die werd  belast met het bestuur van de Swindermanstichting. Niet iedereen kwam in aanmerking voor deze vorm van onderdak: de toekomstige bewoner moest geboren burger of burgeres van  Steenwijk zijn, een tot dan toe deugdzaam Leven geleid hebben  en bejaard zijn. Als taken kreeg hij mee dat hij tot God moest  bidden en danken voor de gemeenschappelijke welvaart, zoals  zij die van aalmoezen leef-den betaamde. Na vele eeuwen bleek  eerst in 1979 (!) dat zich voor een vrijgekomen 'proeve' of  uitkering geen gegadigde meer had gemeld. De gemeenteraad  besloot daarom op 13 december van dat jaar voortaan geen pogingen meer te doen om nog vrijgekomen proeven op-nieuw  toe te kennen. Daarmee kwam een einde aan.

Stallen Spijkervet                                                                                                 

Het voor een stalhouderij met paardestallen voor tuigpaarden bestemde pand is in 1904-1905 gebouwd voor landbouwer R. Spijkervet naar een ontwerp van het Steenwijker architectenbureau H. Aberson en Zn. Het pand is een fraai voorbeeld van een mengvorm van neorenaissance en art nouveau en heeft dezelfde architectonische kenmerken als het koetshuis Gasthuisstraat 28 dat in dezelfde jaren voor deze opdrachtgever is gebouwd. Omschrijving Het pand heeft twee bouwlagen onder een met bouletpannen gedekt, afgeknot schilddak. De symmetrische voorgevel met hoger opgaande middenpartij wordt gedomineerd door twee getoogde, tussen smalle penanten staande dubbele inrijdeuren, die zijn voorzien van beslag, koperen sluitwerk, traceringen en golvende hou-ten banden.  De sluitsteen in de segmentboog boven beide inrijdeuren is versierd met een paarde-kop. Op de verdieping bevindt zich een rechtgesloten dubbele laaddeur met mid-denstijl en gebo-gen raamtraceringen onder hardstenen latei. De samengestelde vensters met ramen van verschil- lende grootte aan weerszijden zijn eveneens voorzien van gebogen traceringen onder hardstenen lateien en ontlastingsboog. In de op kraagstukken met consoles uitgemetselde geveltop bevindt zich eveneens een dubbele laaddeur met gebogen venstertraceringen, maar onder een rondboog met baksteenmozaïek in de boogtrommel. De aanzet van de deklijst op de gevel- punt wordt ge-vormd door kraagstukken met een piron op de schouders. De top en de zinken dakkapelletjes aan weerszijden zijn eveneens bekroond met een piron. De facade wordt aan weerszijden van de uit-kragende geveltop beëindigd door een op gesneden consoles steunende kroonlijst, waartussen tegeltjes van granito zijn geplaatst. De gevel wordt verder verlevendigd door speklagen in contra-sterende kleur. De zwart-glazen gevelplaat in de middelste penant is grotendeels vernield, waar-door alleen de fabrieks-aam "Gravo Marmorite Mij. Maastricht" nog is te lezen. Rechts naast de stallen bevindt zich een deur onder een smal muurvlak waaraan een ramskop is bevestigd en die wordt bekroond door een haan op een bol. In de lange rechter zijgevel zijn een gietijzeren roosven-ster, twee deuren en een reeks esruitsvenstertjes geplaatst. Het achterste deel van deze zijmuur behoort bij een ruimte die later is toegevoegd. Het interieur is heel bijzonder vanwege de aanwezig-heid van de oorspronkelijke stal- indeling met gietijzeren kolommen voor de tussenschotten met gebogen ijzeren hekken op houten schotten. De elf ruiven van hout en ijzer zijn door middel van stortgaten met de hooizolder verbonden. De muren zijn aan de binnenzijde be- kleed met zeshoeki-ge tegeltjes. De ongelede, gepleisterde linker muur is voorzien van ijzeren constructies voor het ophan- gen van het tuig. Achter de rechter inrijdeuren bevindt zich een kleinere, afgesloten ruimte, die oorspronkelijk onder meer diende als spoellokaal. De achterste ruimten behoren tot een latere uitbreiding van het gebouw. Op de zeer ruime zolder is een ruimte afgetimmerd, met het opschrift "laboratorium" boven de deur. Een gedeelte van de ruimte boven de zolder wordt gebruikt als vlie-ring. De ijzeren kapconstructie bestaat uit een stelsel van gebroken kapstijlen met gelijkbenige drie-hoekspanten. Links achter de stallen bevinden zich nog de restanten van een wintertuin op een niet meer in gebruik zijnd terreintje. Waardering De paardestalling is vanwege de oorspronkelijke func-tie, de situering in de oude binnenstad, de architectonische en stilistische gaafheid, de detaillering en het nog originele interieur een in alle opzichten zeer bijzonder architectonisch element in het stadshart. De stalling heeft grote zeldzaamheidswaarde en is tevens van groot cultuur-historisch en architectuur-historisch belang.

Uurwerk Grote en Kleine

Kerk                                 

De voorgeschiedenis van beide uurwerken tot circa 1750. Het is niet bekend wanneer de toren van de Grote of St.-Clemenskerk, waarmee in 1467 werd begonnen en die in 1511 gereed kwam, zijn eerste uurwerk kreeg. Zo ook niet van de Kleine of Onze Lieve Vrouwekerk, die in 1477 voor de tweede keer werd voltooid, nadat het gebouw eerder was afgebrand. In 1558 waaide bij een zware storm de spits van de toren en werd niet weer opgebouwd. Het oudste bericht van een uurwerk vinden we in het stadsarchief; het betreft een reparatie van het ‘grote uurwerk’ in 1588 door de uur-werkmaker Mr. Christoffel uit Groningen. Het ligt voor de hand, dat dit het uurwerk van de Grote kerk was. Christoffel kwam met de magistraat overeen, dat hij het uurwerk voor 38 daalders zal herstellen en het daarna zijn leven lang in goede staat houden voor 2 daalders per jaar. Twee jaar later, op 8 juli 1590, wordt door Schepenen en Raden weer een contract gesloten, nu met Mr. Geert Sluijtter, uurwerkmaker te Vollenhove. Hij heeft aangenomen het uurwerk in de St.Cle- menstoren vanaf Jacobi (25 juli) 1591 te onderhouden voor een vast jaarloon van 4 daalders en het eerste jaar voor 12 goudguldens. In de 17e eeuw zijn er regelmatig uurwerkmakers in de stad om de uurwer-ken van de beide kerken in goede staat te houden. In 1629 ‘verstelt’ (repareert) Mr. Matthijs uit Groningen het uurwerk voor 35 goudguldens en 20 stuivers. Aan het uurwerk van de Kleine kerk wordt in 1633 gewerkt door Andries Constabel en in 1641 door een uurwerkmaker uit Blokzijl. In 1649 krijgt de plaatselijke uurwerkmaker Dirck van Kal opdracht om de uurwerken van beide kerken te repareren voor 450 gld. met de voorwaarde, dat hij ze twintig jaar in goede staat zal houden. Daar het bestek bewaard is gebleven weten we precies wat er aan beide uurwerken moest gebeu-ren, alle onderdelen worden genoemd. In de Grote kerk moest het uurwerk helemaal uit elkaar worden genomen om een nieuwe as met slinger en rondsel voor het opwinden aan te kunnen brengen, verder een nieuwe ‘onrust’ met as en een nieuw ‘stiechrad’ met rondsel en as. Ook moes-ten de lagers van alle assen van nieuwe stalen bussen worden voorzien en er moest een nieuw aan- drijfmechanisme komen voor de drie wijzers, die ook werden vernieuwd evenals de houten wijzer- borden. In de Kleine kerk kreeg het uurwerk nieuwe onderdelen voor het opwinden, een nieuwe windvleugel, een ‘slachcruis’, een nieuw ‘stiechrad’ en een slagrad, beide inclusief de rondsels. Verder zouden twee nieuwe raden gemaakt worden voor de wijzer, die zelf ook vernieuwd werd. Het uurwerk moest worden ver- bust en alle versleten onderdelen vervangen. Zoals gezegd bleven beide uurwerken 20 jaar lang in onderhoud bij Dirck van Kal. In 1688 werkt Jochiem Kleijn uit De Blesse aan de beide uurwerken en brengt er 28 car.gld. en 7 stuivers voor in rekening. In 1693 is er een kleine reparatie nodig, die Dirck Bloemen uitvoert voor twee gulden. Inmiddels zijn we in de 18e  eeuw aangekomen. In 1726/’27 wordt een van de uurwerken nog onder handen genomen door David Leo en Willem Otterbosch, die voor hun werk en materialen 49 car.gld. en 16 stuivers in rekening brengen. In 1746 krijgt de Grote kerk een nieuw uurwerk. Dit is bewaard gebleven en staat nu in museale opstelling onderin de toren van de Grote kerk. Het wordt hierna beschreven door ir. L.A.A. Romeyn. De Grote kerk met het Van der Meer-uurwerk van 1746 Dit nieuwe uurwerk werd geleverd door Melstert van der Meer, uurwerkmaker te Krommenie. Hij kwam per schip van Am-sterdam om met de magistraat te onderhandelen, de aanneemsom werd 400 car.gld. Het contract is bewaard in het 9 e  Memoriaal (resolutieboek) en ook de afrekening van alle bijkomende kosten, die in totaal 220 car.gld. en 9 stuivers bedroeg. Het betrof timmer- en smidswerk voor 95 car.gld., logies van de uurwerkmaker voor 65 gld. en bijkomende kosten van 160 gld. en 9 st. Deze kosten waren voor een houten bok onder het uurwerk, lood aan de gewichten, touwen, een ijzeren hamer bij de slagklok en vracht vanaf Amsterdam. Van der Meer zijn zoon Derk tekende op 28 januari 1748 voor ontvangst van de 400 gld. Hij had met zijn vader in 1744 ook al een nieuw uurwerk geplaatst in de Grote kerk van Vollenhove. Het Steenwijker uurwerk had een heel uursslag met het volle aantal slagen en een half uurs met één slag. De afmetingen waren 3 voet en 8 duim hoog en breed en 3 voet en 5 duim diep. [In werkelijkheid zijn deze maten 100.5 x 99.7 x 79.3 cm]. Via een verticale stang en een verdeelwerk moest het uurwerk drie wijzers aandrijven. De looptijd zou 28 uur bedra-gen, het kon dus langer dan een etmaal lopen voordat het weer moest worden opgewonden. In 1791 wordt het uurwerk schoongemaakt door C.W. Bakker te Goor, die dan een nieuw uurwerk levert voor de Kleine kerk. We vinden deze informatie in de stadsrekening van 1792. Dit is het laatste concrete ge-geven over de uurwerken, daar het 19 e  eeuws archief geen bijzondere informatie bevat. In de stadrekeningen staat een jaarlijkse post van 25 gulden. voor het onderhoud van de stads uurwerken. Aan het eind van die eeuw, in oktober 1894, komt het Van der Meer-uurwerk in het nieuws omdat het niet meer naar behoren functioneert. Het is af en toe zo van slag, dat het openbare leven er hinder van ondervindt. De gemeenteraad gaat er zich mee be- moeien en burgemeester en wethouders moeten uitzoeken wat de kosten zouden zijn van een nieuw uurwerk met mi-nuutwijzer. Er volgde een strijd van jaren, voordat het stadsbestuur het er over eens was, dat reparatie de beste oplossing zou zijn. Er was advies gevraagd aan de Haagse uurwerkmaker Louis Frantz Wilhelm Volcke. Hij had geconstateerd, dat het uurwerk nog zeker de kosten van een reparatie waard was, alleen het aandrijfwerk van de wijzers met de conische tand-raden zou moeten worden vernieuwd. In 1896 wendde men zich tot de gebroeders Van Bergen te Heiligerlee met het verzoek om een rapport over de toestand van het uurwerk en een begroting van de kosten. Zij constateerden, dat het nog in vrij goede staat was, alleen de lagers moesten worden verbust, de compensatie-slinger vernieuwd en ook de anker- of pennengang. Ook moesten er drie roodkoperen wijzerbor-den met uur- en minuutwijzers worden gemaakt, die evenals de cij-fers op de borden met ducaten-goud verguld zouden worden. De totale kosten werden begroot op 750 gulden. Een nieuw uurwerk met de zelfde wijzerborden zou 1425 gulden kosten met het voor-deel dat het eens in de acht dagen opgewonden behoefde te worden. Uiteindelijk werd in decem-ber 1896 besloten om de reparatie op te dragen aan de Gebroeders Van Bergen te Heiligerlee, er 1.100 gulden voor uit te trekken en het aantal wijzerborden uit te breiden tot vier. Het werk werd uitgevoerd in 1897 voor het genoemde bedrag, ƒ 885 voor het uurwerk en de wijzerborden en nog ƒ 215 voor de bijkomende kosten. Er was steigerwerk nodig, hulp van een timmerman en een smid en een week logies voor de mon-teurs, die het uurwerk en de wijzerborden op hun plaats brachten. In 1906 vonden herstellingen plaats door de stadsklokkenist Jacob van der Feer en J. Lameris uit Workum. Het betrof de hamer- heffing op de klok en het wijzigen van de aandrijving van de wijzers, die het gevolg was van het verplaatsen van het uurwerk naar de bovenste zolder in de toren. De reparateurs gaven een garantie van tien jaar. In 1914 kreeg de toren weer een spits, die zoals ver-meld sinds 1558 ontbrak. De plaat-selijke aannemer Aberson bouwde hem naar het ontwerp van architect  Wolter te Riele uit Deven- ter, onder toezicht van P.J.H. Cuypers, de rijksadviseur. Het uur-werk moest tijdelijk worden opgeslagen; het werd een jaar later hersteld en op zijn oude plaats te-ruggezet door de Nederlandsche To-renuurwerkenfabriek Jos van de Kerkhof en Zoon te Aarle-Rixtel. Op de nieuwe spits kwamen vier nieuwe wijzerplaten met koperen uur- en minuutwijzers, die door het uurwerk werden aangedre-ven met een lange verticale aandrijfstang. De Grote kerk met het Van Bergen-uurwerk vanaf 1941   In 1941 kwam het toch tot de aanschaf van een nieuw uurwerk, dat werd geleverd door Koper-, Metaal-gieterij en Machinefabriek Concordia (voorheen Gebroeders van Bergen) te Midwolda voor 1.750 gulden. Het werd een mechanisch uurwerk met slinger en een constante krachtaandrijving; het was voorzien van een elektromotor voor het automatisch opwinden van de gewichten. Bij het wegvallen van de stroom had het uurwerk minstens zes uur gangreserve. Het zou zo nauwkeurig zijn, dat de afwijking hoogstens één minuut per maand zou bedragen. De vier wijzerwerken zouden worden hersteld, eventueel vernieuwd en gemoderniseerd. De wijzers zouden afzonderlijk met servomotoren worden aangedreven en per minuut verspringen. De cijferplaten en wijzers werden opnieuw verguld met speciaal dubbeldik toren-bladgoud. Ook werden de problemen met de grote luidklok verholpen. Die bracht nogal wat trillingen in de toren waardoor scheuren waren ontstaan. Van Bergen had geconstateerd, dat dit kwam omdat de klok los aan het klokhoofd hing. De remedie was het aanbrengen van een moderne stalen luidas met zware rol- of kogellagers; de klok kreeg een nieuwe klepel, een ijzeren luidwiel en er kwam een nieuwe slaghamer. In de offerte staat, dat ‘één normale man’ de klok gemakkelijk zou kunnen luiden, maar deze klok werd van 1925 tot 1964 geluid door een kleine vrouw, Lammegien Boonstra, alias ‘Lammegien de Luudster’. In 1950 werd er verlichting op de wijzerplaten aangebracht door de firma Eijsbouts voor ƒ 4080 en een post van ƒ 420 voor bijkomend werk. In 1942 wordt J. van der Feer jr. aangesteld voor het onderhoud voor ƒ 220 per jaar. In 1953 zijn er storingen aan de wijzers, die door Eijsbouts worden verholpen. In 1960 installeert de firma Concordia een moederklok en brengt een nieuwe wijzerverlichting aan in glazen buizen. In 1965 komt er een elektrische luidinstallatie, die wordt geleverd door Fa. S. van de Heide te Kollum voor ƒ 12.500. In 2000 wordt een nieuwe klokkenstoel in gebruik genomen met daarin de twee historische klokken van Fredrijck Bütgen (1604) en François Simoni (1638) en vier nieuwe. Toen werd ook de moederklok vervangen door een nieuw elektronisch mechaniek, dat zo is gepro-grammeerd, dat er ook een voorslag is die de kwar-tieren op een kleinere klok aankondigt met één tot vier slagen. Het uurwerk in de Kleine kerk vanaf de reparatie van 1757 In 1757 vindt een grote reparatie plaats van het uurwerk in de Kleine kerk door de uurwerkmakers Jan Jacobs en Adam Jans, vader en zoon. De vader is stadsuurwerkmaker van Deventer en de zoon woont in Steenwijk. Zij nemen voor 130 car.gld. aan om het uurwerk te repareren en daarna tien jaar lang te onderhou-den. Alle versleten en ontbrekende delen zullen worden vervangen, het wij-zerbord geschilderd en de letters en de wijzer verguld. Het stadsbestuur zal een steiger laten ma- ken om bij het wijzerbord en het slagwerk te kunnen komen en zal ook zorgdragen voor nieuwe touwen aan de gewichten. Uit het contract blijkt, dat het uurwerk op de slagklok laat slaan op de hele en halve uren. Bij de uitvoe-ring van het werk blijkt, dat het wijzerbord in zo’n slechte staat is dat het vernieuwd moet worden. Adam Jans ontvangt er een gouden dukaat extra voor. In 1791 is het oude uurwerk zo zeer versleten, dat het moet worden vervangen. Het nieuwe wordt gemaakt door uurwerkmaker Carel Willems Bakker uit Goor. Doordat het bestek bewaard is gebleven weten we precies hoe groot het was. Het kon alleen de hele uren voluit slaan en gaf op de halve uren één slag. Er is aanvankelijk het plan geweest een volle halfuursslag aan te brengen maar de betreffende alinea is in het contract weer doorgestreept. Voor deze extra voorziening moest een tweede slaand werk worden gemaakt, dat tussen het gaande en het slaande werk zou worden ge-plaatst. Er zou-den dan drie gewichten moeten komen en zes katrollen voor de touwen. Toen het uurwerk in 1874 niet meer werkte en ook nog eens in de weg stond is het door de kerkvoogdij van de Hervormde gemeente met toestemming van de gemeenteraad van de zolder van de Kleine kerk verwijderd, maar het is niet bekend waar het is gebleven. Bijlagen 1. Bestek voor reparatie van de beide uurwerken door Dirck van Kal, 3 juli 1649 (OA inv.no. 6, Memoriaal 1647-1666, fol. 43 ro+vo,) Reparatie aan de beide uurwercken Den 3 julij 1649 heft de Magistraet deser stadt Steenwijk bestadet aen Mr. Dirck van Kal uijrwerck- maker alhier om te maeken eerstelijck aen ’t uijrwerck in de grote toorn, een opwindels ronsel met een spil nieuw en een nieuwe onrust met een nieuwe onrust spil. Item een nieuw stiechratt met een nieuw stiechradts ronsel, een nieuwe hameivhere met een nieuwe bus, voorts een geheel nieuw leijtwerck tot drie wijsers, met drie nieuwe handen met nieuwe stangen die de wijsers drijven. Mede het werck schoon te maeken ende de gaten so versleten sijn met stalen bussen ingeleijt en daerbij noch alle andere faulten ende gebreeken hierinne niet genaempt als te maeken dat de uijrwercken sijn so goet als nieuwe goede wercken roemen sal. Ten anderen aen ’t uijrwerck in de Kleine kerk te maeken dienstich en goet, een nieuwe onrust spil, een nieuw slachcruis, twee nieuwe wiesraden met een nieuwe handt die wiest, noch een nieuwe stiechradts ronsel met een stiechradt ende mede een slachradt ronsel, noch een nieuw opwindels ronsel ende alle de verslete-ne gaten te verbussen met stalen ringen mette half uir goet en gangbaer te maecken als mede ’t gehele werck te suveren ende schoon te maeken daerenboven oock alle andere onbenoemde faulten ende repareren ende also ’t gantsche uijrwerck te maecken dattet alles so goet als nieuw is. Hebbende den voornoemde Mr. Dirck van Kal mede angenomen den tijdt van twintich eerstcomp-stige jaren goet en gangbaer te holden buten costen van de stadt. Alle voorbenoemde beide uir-wercken in sulcken voegen dat de magistraet daer geen wijldre oncosten als van het schoonmae-cken sal hebben te dragen ende te doen. En heeft de magistraet daer voor an den voorn. Mr. Dirck te betalen aengelooft voor eerst stede vast een somme van vierhondert en vijftich car.gld. van twin-tich st. ’t stuck bij ’t voltrecken vant voorsz. werck voort te betaelen. Doch daer voorn. Mr. Dirck eenige penningen onder ’t gemel-de werck mocht van nodig hebben ende des begeert sal men den-selven tot redelickheijt ende di-stinctie van de magistraat daermede accomoderen ende genieten gelijck nu almede bij genoem-de Mr. Dirck in casse ’t gemelte aengenomene werck wel tot goet genoegen gemaeckt te sijn bevonden mach worden tot redelijcke discretie van de magistraet noch boven voorsz. bedongen penningen een recognitie sal doen ten dage en iaren als boven. Ende is daerop een instrument bij de heren burger-meesteren in den tijt hier vollgens neffens Mr. Dirck Kal voorts onder teickent ende mede also selvige dagen in dit memoriael gereseseert. 2. Contract voor levering van nieuw uurwerk in de Grote kerk en de specificatie van de kosten  (OA Steenwijk, inv.no 9, Memoriaal 1724-1748) a. Het contract, 6 juni 1746 (fol. 296) Het uurwerk in de groote Tooren door ouderdom gansch versleten, en onherstelbaer zijnde heeft de Magistraat geresolveert een nieuw uijrwerk te laten maken en is daer over gehandelt met Melstert van der Meer om het selve alhier te maken, dat: Het werk zal hoog zijn 3 voedt agt duijm, breed 3 voedt en 8 duijm en zijn kant of vierkant 3 voet en 5 duijm.  Slaende het geheele uijre vol uijt en halv uijr een slag, lopende 28 uijren met drie lopende wijsers die egaal wijsen alles in goede ordre waer voor den aennemer zal genieten vier hondert guldens als het werk voltoijt in de tooren gestelt opgenomen en goedgekeurt is. Voorts zal de magistraat den aennemer geduijrende hij alhier zijn moet om het werk te setten en stellen vrij logement besorgen, de smith en timmerman zoo daer bij moeten geemploijeert worden geduijrende het werk alhier zal geplaetst worden zijn tot laste van de stad, het transport van het uurwerk van Amster- dam tot hier tot laste van de stad. b. Het betalingsoverzicht, 28 januari 1748 (327 vo ) Ten dienste van de stad van Merkmeester Albert Aberkrombe in gekomen zijnde agt hondert car. guldens, zijnde dese pen-ningen gemploijeert tot reparatie van de Kleijne Toorn en betalinge van het uijrwerk in de groote Toorn den 6 junij 1746 bestedet om te maken. Den 28 januari 1748 Aan Jannes Aberkrombi voor aengenomen reparatien en daer toe geleverde materialen aen de Toorn op de Kleijne kerk              80.-.- Aan de Horologie maker volgens accoord van den 6 junij 1746      400.-.- Albert Bloemer voor ijserwerk                                     32.-.- Lucas Busing timmerloon                                             24.-.- Andries Crediet timmerloon                                        39.-.- Swaentjen Harms                                                   15.16.0 Roelof Kiers voor logijsgelt van de horologemaker    65.-.- Jan Tomas voor de vragt van het uijrwerk van Amsterdam herwaerts   6.11.0 Voor het touw en de stoel van het uijrwerk                        14.18.0 Voor lood aen de gewichten                                                  13.10.0 Aen de merkmeijster een jaar gagie pinx. 1748          25.-.- Voor de hamer aen het uijrwerck                                         9.14.0 In de marge: den 28 januari 1748 De magistraat van Steenwijk heeft aen mij betaelt de bedongen vier hondert car.gld. over nevenstaende accoord begrepen.                                     Derk van der Meer 3.Bestek voor reparatie van het uurwerk in de Kleine kerk, 27 sept 1757  (OA Steenwijk inv.no. 276 Contract met de horologiemaker Adam Jans alhier te Steenwijk en desselfs vader Jan Jacobs te Deventer over de reparatie van het uurwerk in de Kleine kerk. Wij Burgermeesteren Schepenen en Raden der Stadt Steenwijk bekennen en verklaren overeen gekomen en geaccordeert te hebben met Adam Jans alhier te Steenwijk en deselve te hebben aenbestedet het repareren van het uurwerk in de Kleine kerk alhier te Steenwijk waarbij deselve heeft aengenomen het selve uirwerk wederom in goede gangbare staet te brengen met gehele en halve slagh daer toe te sullen leveren alle het manquerende ijserwerk ende boven en al het gene aan het oud werk mochte ontbreken, mitsgaders het schilderen van de wijser en het vergulden van de selve, invoegen de stad daer toe niet anders sal behoeven te leveren dan het touwerk mitsga-ders het maken van de steigeragien tot het in ordre brengen van het slagwerk en de wijser ver-eischt werdende. Wijders verklaren wij Adam Jans en Jan Jacobs stads Horologiemaker te Deventer het selve uirwerk in goed gangbare staet te sullen houden en in cas van reddeloosheid het selve te sullen repareren en weder in gangbaren staat te sullen brengen en onderhouden de tijd van tien jaren lang gedurende ingaande a dato desen en sullende eindigen op gelijke datum in’t jaar 1767 alle onweerbaar geweld uitgesondert mitsgaders het onderhoud van de touwen waarmede sij aannemers niet sullen te doen hebben: waar voor wij Burgermeesteren Schepenen ende Raed voorsz hebben belooft en aangenomen beloven en nemen aan bij desen aan gemelde Adam Jans ende Jan Adams te betalen een somme van één hondert dartigh Caroli guldens dus segge 130 te betalen voor desen. Vermits het wijserbort vergaand zijnde een nieuw wijserbort heeft moeten gemaakt worden voor schilderen en vergulden vant selve de leverantie van goud daeronder begre-pen aan deselve toegeleijt een gouden ducaat 5.5.0. Te oirconde is desen getekent voor desen stadssecretaris en door de aennemers voorsz binnen Steenwijk. den 27 sept. 1757              ter ordonnantie van de Heren voorsz.  alhier was getekent            was getekent Jan Jacobs Adam Jans                             H. Tuttel                  Zie voor onderstaande tekst de bijlagen: Contract 1, contract 2 en Contract 3. 4. Bestek voor een nieuw uurwerk in de Kleine kerk, 26 sept. 1791   (OA Steenwijk inv.no. 276) Ontwerp of opstel van een nieuw uurwerk alhier tot Steenwijk in den toren te maken.       Ten Eersten Soo moeten daer toe gemaekt worden vier vierkante pielaren 1½ duim dik 3½ voet hoog en de selve met 15 soo leggende als staende platte staven in malkander gewerk worden soo dat het selve vast en onbeweegelijk is en het vierkante werk over eene kant ruim 3 voet en de kant iets minder in sijn vierkant. Tot het gaende werk        2 Soo moet daer in gemaekt worden een rad met sijn spille daer toe nog een rad om de gewigten op te winden met een ronsel en spille en kruk daer toe een goede suivere houten rolle daer het tou op gaet met sijn snek en klink en veeren soo dat behoort en alles hegt en sterk genoeg om sijn behoor-lijk effekten te kunnen doen en daer toe nog twee raden met ronsels en spillen daer toe een onrust spille met sijn vesting daer de slinger an hangt en een Slinger na Proporti van de hoogte van het werk vierkant en dit soo gemaekt alles dat een die sig verstaende moet bekennen dat daer in vijftig jaeren geen Extra ordinaar Reperatie an behoef gedaen te worden ten sij dat behoorlijk getrakteert en schoongemaakt wort en ordentelijk gesmeert. Tot het slaende werk       3 Vereijst tot het slaende werk een dito rad als dat eerstgenoemde van het gaende werk daer benevens nog een rad met een ronsel om op te winden en daer toe nog een rad met een spille en ronsel en nog een dito spille met een ronsel daer een windvleugel an koomt. Daer benevens een rad daer de uiren op verdeijlt worden dat genaemt wort het sluitrad met een ronsel daer het selve door gedreven word.                                                                         4 (onderstaande tekst, betreffende een volle halfuurs slag, d.w.z. met het aantal slagen van de komende uurslag, is doorgestreept) Soo als het werk moet gemaekt worden om het half uir vol uit te slaen soo moet het vierkante werk soo veel breder gemaekt worden dat de beijde slaende werken daer tegen malkanderen kunnen ingebragt worden en daer toe wort dan vereijst drie touwen drie gewigten ses schijven daer de touwen over lopen en draetwerk om de hamers te trekken en goed en suffisant gemaekt.                                                                        5 Tot het werk om de wijser te draijen onder an het werk om die af en na boven te leijden wort vereijst vier raedjes en boven in de toren nog een rad met een ronsel om de wijser te doen gaen en alles in goede perfectie te brengen om sijn behoorlijke effekten te kunnen uitwerken.                                              6 Daer en boven soo moet het werk gemaekt worden dat alle de spillen van het gaende als slaende werk in metalen bossen draijen behalven die daer het opgewonden word. Dit hier in gemelde uurwerk neme ik an te maken en goed en gankbaer in den toren te leveren voor een somma van vierhondert gulden vermids de Heeren Besteders een houten stoel daer toe sullen laten maken voor haer rekening en an mij het oude werk sullen laten toekomen tot mijn voordeel. Dat hier twee alleensludende hier van gemaekt en getekent. Steenwijk den 26 sept. 1791     Carel Willem Bakker                                                             ter ordonnantie van de Magistraat.                           A. Fledderus Secret

RamsWoerthe

Het Ramswoerthe is gebouwd door Jan Hendrik Tromp Meester in 1899.De totale kosten voor deze kapitale villa was  75.582 gulden.Een van de kamers heeft  het originele plafond nog , mem heeft nu gekeken onder de andere  plafons en heeft men de verf verwijderd .En er onder zitten prachtige schilderingen ,men is nu van plan om deze  weer te voorschijn te halen.In het hele huis  treft men bij de versieringen  en afbeeldingen apen, uilen, hagedissen  panter achtige dieren aan.In de hal  waar een choorsteenmantel staat prijkt twee maal het wapen van de Trompmeesters .Er tussen staat een onderdeel van van het oude wapen van Steenwijk, het anker. verstrengeld  met met een slang in deze afbeelding. De wanden zijn beschilderd met agrarische  taferelen gemaakt door  kunst  schilder Co Breman.Wanneer de gebrandschilderde  glas in loodramen in het trappen portaal ge-plaatst zijn is niet  helemaal duidelijk. Waarschijnlijk pas na de bestemming  dat Ramswoerthe kreeg als gemeentehuis. Het heeft als  symboliek de lente.Het glas en lood werd gemaakt  door A. Le Comti.In een van de kamers boven  bevat een drieluik met links het wapen van Overijssel mid- den Steenwijker wapen  en rechts het Nederlands wapen.Het park is in de Engelse landschap stijl ingericht.De speelse vormen en kleuren van de Jugendstil zijn namelijk ook  gebruikt in het park. Copijn heeft geen gebruik gemaakt van rechte belijningen of een symmetrisch geheel.Achter  in het park was een kegelbaan aangelegd op een recht stuk laan, die door de gehele familie werd ge-bruikt. Vader  en zoons hielden zich hier ook bezig met het ringsteken te paard. Aan het eind van de laan stond een prieeltje,  waarin de familie bij regen kon schuilen.Het park is door de jaren heen sterk veranderd. Waar nu de Burgemeester  Voetelinkschool, het clubhuis "De Korf" en enkele huizen staan, was vroeger een grote boomgaard. Toen stonden  er in het park diverse woningen, schuren en kassen. Nu staan in het park alleen nog de woning van de  parkwachter en meer naar voren de bode woning. In het park stond tevens een thee koepel, waarvan de wanden  op dezelfde wijze beschilderd waren als in de villa. De koepel had een bijzonder rustiek uiterlijk, de stijlen en  schoren waren voorzien van stucwerk in boom schors structuur.In 1974 brandde de thee koepel geheel af. Plannen  tot herbouw waren er wel, maar  de koepel is nooit meer de mooie koepel van vroeger geworden. Ook stond er  vroeger in het park een muziektent. Door de bouwvallige toe-stand moest deze echter worden gesloopt. En er is nu  een nieuwe muziek tent geplaatst   vlak bij de theekoepel op het gras veld. Jugendstijl verklaring De Jugendstil is een stijl die rond 1895 ont-staan is  ten gevolge van propaganda in het tijdschrift 'Die  Jügend'. Die Jügend ging vooral tegen de historische stijlen in, die in de 19 e eeuw duidelijk  overheerst hadden. De reactie bestond uit plan-ten  vormen en vogels etc., die decoratief toegepast werden, en waarbij diepte en schaduw verme-den  werd.Het was  een  harmonie waar de mens  em  natuur centraal staan.In Frankrijk was één van de belangrijke mensen in de Jugendstil -in dit gebied  Art Nouveau genoemd- Samuel Bing. Samuel Bing  was een handelaar in Japanse kunst, en had de winkel Maison de l'Art Nouveau. De stijl die hij  toonde kwam overeen met de Jugendstil, en deze  stijl werd in Frankrijk bekend als de Art Nouveau, genaamd naar de naam van de winkel van Bing Wanschilderingen Co.Breman Bre-man, die zijn domicilie had in het Gooi, werd bij zijn artistieke uitingen vaak geïnspireerd door  agra-rische beelden als zomerse akkers, bloeiende velden en zoals in het gemeentehuis van  Steenwijk de daarmee verwante taferelen.Breman is vooral bekend geworden omdat hij een  gebruiker was van een bepaalde schilder techniek, het Pointillisme. Pointillisme is een verf  techniek, waarbij vlak-ken worden opgevuld met punten en strepen van een onvermengde  (primaire) kleur. Meest beken-de Nederlandse gebruiker van het Pointillisme is Bremans  tijdgenoot Vincent van Gogh geweest. Breman gebruikte het Pointil- lisme alleen als het hem  uitkwam. Zo is het mogelijk, dat zijn werk wel en niet gepointilleerde delen vertoont. Op de  wandschilderingen in het gemeentehuis komen geen gepointilleerde delen voor.Het maken van  wandschilderingen in Rams-Woerthe was één van Bremans grote werken. De uitbeelding van de  agra- rische taferelen is in perfecte harmonie met de gebrandschilderde glas-inloodramen in het  trapportaal.De wandschilderingen laten de gehele kringloop zien van het agrarisch gebeuren. Van  het ploegen en het zaaien, via dorsen en het schei-den van het kaf van het koren, naar het malen  en brood bakken zijn de gangen van het graan aan-gegeven. Deze beschilderingen kunnen als  uniek worden ervaren. Breman maakte twee andere wandschilderingen in gebouwen in Utrecht  en Laren, maar beide zijn inmiddels afgebroken, zodat Bremans werk in deze omvang alleen in  Steenwijk nog te aanschouwen is.Helaas zijn deze wand- schilderingen op veel plaatsen zwaar  beschadigd door afbladderen van de verf. Al een paar maal is men tot restauratie overgegaan,  echter zonder doeltreffend resultaat.Moest de gemeenteraad in 1919 nog een bedrag uitgeven  van 10.000 gulden voor de inrichting en verbouwing van RamsWoer- the ,in de toekomst zal de  gemeenteraad wellicht een bedrag dat aanmerkelijk hoger ligt uitgeven voor de restauratie en  het behoud van de unieke wandschilderingen van Cc Breman, wil men deze voor het nageslacht  bewaren.Van Breman is in het raadhuis van Steenwijk nog een ander werk te vinden: een  schilderij, voorstellende een moeder, die haar kind sprookjes vertelt. Het in Jugend- stijl  geschilderde schoorsteen werk, dat in de raadzaal hangt, is in 1976 door Christiaan Frederik, een  zoos van Jan Hendrik Tromp Meesters, aan de gemeente Steenwijk geschonken.Volgens  Chris-tiaan Frederik heeft het laten vervaardigen van dit doek, in opdracht van zijn vader, meer  ten doel gehad dan een muur te sieren. ,Ik zie in het schilderij een droom en een wensdroom,  namelijk dat vaders wens en hoop, dat met en door het stichten van een grote villa en een mooi  park, niet al-leen voor zichzelf en zijn gezin voor lange tijd, maar ook voor de bevolking van zijn  geliefde en ge-waardeerde stad, een bijzondere verrijking zou ontstaan voor nog veel langere  tijd: daarom werd het park van het begin of aan voor iedereen vrij toegankelijk gesteld.