© Albert
STEENWIEK

Historische winkels en befrijven

Aberson

De grondlegger voor het bedrijf was de in Steenwijk geboren Gerrit Jan Aberson (1765-1825. Zijn ouders en  voorouders waren afkomstig uit de Gelderse Achterhoek. Toen hij in 1794 trouwde met de Steen- wijker Annigje  Henderiks, was hij timmerman van beroep. Waarschijnlijk was hij van jongs af aan al timmermansknecht; in later  archiefstukken wordt hij als aannemer vermeld. Het gezin woonde aan het eind van de Neerwoldstraat, tegenover  het toenmalige Posthuis (nu Chi- nees). Naast hun woning was de timmerwerkplaats en winkel, onderaan  de  stadswal,op de hoek van de latere  Paardenmarkt. Bedrif ging over van vader op zoon. Hun kleinzoon Hendrik (1833- 1893) bouwde het markante witte huis  aan de Paardemarkt, dat in 1980 voor de bouw van Prinsen- hoven moest  wijken. Het was Gerrit Jan Aberson (1876-1955) die naam maakte met de bouw van de huidige spits van de int  Clemnstoren. Sinds 1558 moest de toren het zonder spits stellen.De spits was er afgewaaid tijdens een zware  zuidwesterstorm.De archi- tect W.A.M. ter Riele  stelde een restauratieplan op. Op 23 maart 1913 werd het werk  gegund  aan Aberson voor Fl. 7223,00. Op 1 augustus 1914 vond de oplevering plaats. De constructie bestaat  sindsdien uit een 34 meter hoge spits en vier 7 m hoge hoektoren- stjes met een balustrade rondom. De toren onderging  in de jaren 1999-2005 een volledige restau- ratie die ook door Aberson werd uit gevoerd. De grote - of Sint Clemskerk werd meerdere malen door de firma Aberson onder handen genomen. Ansluitend op  de bouw van de torenspits werd in de jaren 1914-1916 een uitwendige restauratie van de kerk uitgevoerd. En inwendig werd in 1930- 1932  een aan-tal zaken uigevoerd. Maar de meest ingrijpende restauratie was  in 1974-1981. Op 2 mei 1981 werd de kerk de kerk weer in gebruik genomen in aanwezigheid van H.M.Koningin Beatrix en Z.K.H.  Prins Claus. De Kleine - of Onze lieve Vrouwekerk werd twe maal gerestaureerd foor de firma Aberson.Tijdens de rastauratie  van 1960-1957, en begeleid door de Steenwijker architect H.J. van Ommen. Men kwam daarbij in de westgevel een  fraai gebeeld-houdanker (uit het stadswapen van Steenwijk) te voorsschjijn.De laatste restauratie vondt plaats  in de  jaren 2001-2002 toen werd het pannendek vernieuwd en de westgevel  met het torentje gerestaureerd. Hendrik Aberson (1915- 1976) was degene die het bedrijf leide na de tweede wereldoorlog hij genoot bekendheid  door zijn vele maatschappelijke functies die hij bekleede. In 1967 was hij gemeenteraadslid voor de VVD. Vier jaren na zijn overlijden verhuisde het bedriJf naar het huidige adres de Dolderweg. H.J. van den brink, die in  1978 in dienst van de firma was getreden, nam het bedrijf in 1984 over.Er werd veel bouw en restauratiewerk in Steenwijk en omgeving uitgevoerd, maar later breide het werkgebied gestaag uit over het gehele land. Enkele werken  die in Steenwijk onderhanden werden genomen waren 't Geveltien aan de Markt, voormalig Varkenwaag aan de  Scholenstraat en na- tuurlijk de prachtige villa RamsWoerthe. Ook nieuwbouw zoals de hotel Hiddingerberg wat nu Flet- cher is, en particuliere woningbouw. Van de restauratieprojecten buiten Steenwijk waar mee de firma naam maakte naam  maakte noemen we Stroinkgemaal aan de Zuiderzeedijk tussen Blokzijl en Vollenhove, de Grote kerk in Vollenhove  en voormalig gemeentehuis, de havezate Oldruiten- borgh, eveneens in Vollenhove, In Kampen  werd de  Broederpoort gerastaureerd, in Zwolle kantoor van de voormalige Rijks Planologische Dienst, in Hattem het  stadhuis en in Deventer de toren van de Sint Lebuïnuskerk en de beide westertorens van de Bergkerk.                                                                                                                                              

Dijka

Het bedrijf floreerde  en kreeg de vraag om PVC hulpstukken te produceren uit Emmeloord. Maar een  directe oplossing lag niet voor de hand. Tijdens een bezoek van Katers bij hem thuis, kwamen ze op enkele  goede ideeën, die ze later samen uit werkten. Katers trad in 1956 in  dienst bij van Dijk. Er  werd gezocht naar een nieuwe locatie voor het bedrijf en die werd gevonden  in de voor- malige Beschuit - koek en banketfabriek ‘De Beuk gelegen aan de Tukseweg 26 (nu nr. 170 naast slagerij Ter Schure). Nadat  het pand enige tijd had leeg had gestaan, is er tot 1954  een meubel- fabriek van Scholten & Greven in gevestigd geweest. Daarna huurde van Dijk het pand in 1957 Na het succes van alles begon men op bescheiden schaal met de productie van  de eerste bochten De kennis van het vervormingsproces nam snel te van van Dijk en Katers. Het bedrijf liep gesmeerd. Na ongeveer  anderhalf jaar was de  locatie de ‘Beuk ‘ook weer te klein en zocht men weer na een nieuwe locatie. Aan het Steenwijkerdiep stond de oude ‘Stoom-leerlooierij’ van de firma Rijkmans te koop. Het voormalige pand is in 1857 gebouwd als leerlooierij door J.Meesters. In 1898 werd het bedrijf overgenomen door de firma H.Rijkmans, die daar tot de jaren vijftig zijn stoomlederfabriek voerde. Na moeizame onderhandelingen met Michiel Huisman die ook een deel kocht van het be- drijf,omdat het  totale pand te groot was voor de Dijka, kon in 1959 begonnen worden met de op- knapbeurt van de gebouwen. Al snel had van Dijk spijt dat hij niet het gehele pand had  gekocht. Er werd werd met de gemeente gesproken over een strook grond naast het terrein om dit te kopen en  de  gemeente ging akkoord en er werd weer uit gebreid.  Ook dit pand werd al snel te klein in 1963  kocht men van de Gemeente een stuk grond aan de  Produktieweg groot 1 hectare groot en weer later werd nog een optie genomen op 1 hectare. Na enige  hobbels binnen de fami-lie hoe het alle- maal verder moest in 1982 . Werden de knopen goed door gehakt, en dat kwam het bedrijf ten goe- de. In 1984 overlijdt A. Dijk in het Belgische Neerpelt. In 1987 werden er gesprekken begonnen met pvc-producent LVM (Limburgse Vinylmaatschappij), destijds  een joint venture van de Nederlandse DSM en het Belgische Tessenderlo Chemie. Op 1 juli 1987 ging de  DYKA Groep over in de handen van VLM, Het bedrijfsterrein, inmiddels 18 ha groot.                   

Eleveld wijnhandel

In 1918 begon Egbert Eleveld met grietje een winkel in de  Oosterstaart waar zij verse vis en fruit, groenten en later een  automatiek !!! hadden. Jan Eleveld met Grietje deden de vis er uit in 1949. En begonnen met gesneden groeten te verkopen. En natuurlijk kwamen de beste aardappelen van de Steenwijker Kamp. In 1978 toen Bert en Ginette de zaak over hadden genomen. Begon men met rauwkosten  en salades en verse pasta’s en olijven. In 2007  heeft Bert zich toe gelegd op  de wijnen, door zelfstudie en  het zoveel mogelijk proeverijen mee te maken en uit wisselen van  ervaringen. Het is de bedoeling dat Bert in mei-juni  2010 gaat stoppen  met fruit en de zaak gaat verbouwen als wijnwinkel.

Eleq Steenwijk B.V. (Faget)

Dit bedrijf vindt zijn oorsprong in een geslaagd samenwerkingsverband van K. Getreuer (1896- 1962), zijn zoon  E.Getreuer (1923) en diens compagnon H. Faber (1916-1994). In 1946 richten zij, in een pand naast de toemalige Steenwijker Bank aan de Vrouwen straat te Steenwijk, Faget  Elektri- sche Meetinstrumenten en Apparatenfabriek op. De naam Faget is samen gesteld uit de beginlet- ters van de beide familienamen. Faber had de uistekende contactuele eigenschappen en commer- ciële inslag. En deed dus de acquisitie en verkoop..Zijn commpafnon E.Getreuer was de man met kennis van de elektrotechniek en hield zich bezig  met de  ontwikkeling van produchten en gaf de leiding over het fabricageproces. De bedrijfsruimte aan de Vrouwenstraat bleek te klein te zijn. Men verhuisde in 1950 naar de voormalige sigarenfabriek De Witte Raaf aan de Tukseweg. Alles liep voorspoedig  en men besloot tot nieuwbouw in 1961. Men vestigde zich toen aan de Pruduktieweg. Maar ook daar groeide men uit het jasje en besloot men  in 1971 en  1978 uit tebreiden. De huidige directie van Eleq wordt gevoerd door Robert Getreuer (1955). kleinzoon van K. Getreuer die in 1996  afscheid nam van het bedrijf.

Hovens Greve

G.Hovens Greve  vond eigenlijk  dat de krant een te- genhanger moest zijn van de Steenwijker Cou- rant, deze werd namelijk in Meppel gedrukt..Hij Noemde zijn krant de “Oprechte Steenwijker Courant”. In 1866 begon hij zijn drukkerij in de Woldstraat en sinds 1894 in de Onnastraat, Begon op 1 juli 1869 met het drukken en uitgeven van de Opregte Steenwijker Courant, in 1957 overgeno- men door Boom in Meppel. Hij was een man die wilde zeker de streekfunctie on- derstrepen bij het opzetten er van. Het heden anno 21ste eeuw, moet je met de tijd mee gaan,en is het nu een mo- dern bedrijf met geautomatiseerde offsetmethoden. Het bedrijf word nog steeds door de familie Hovens Greve geleid, maar wel onder leiding  van de familie Van Doorne. Men mag trots zijn op dit familie bedrijf, dat  het predikaat Hofleverancier heeft gekregen door Hare Majesteit Koningin Beatrix  in 1991

Kornelis

Bescheiden begon J. Kornelis met zijn bedrijf in 1935 „Eén van de eerste produkten die ik hier maakte, waren zalfpotjes voor Brocades en Stheeman. En verder bakjes voor wijnflessen. Dat alles gebeurde toen op mijn eerste Proefmachine  die ik had opgesteld, een eenvoudig handpersje". „En om nu ook maar meteen één van de allergrootste orders te noemen, die ik heb uitgevoerd, die kreeg ik van de Artillerie-inrichtingen. Dat waren verbindingsstukken tussen gasmasker en mond- stuk Maar toen had er zich hier reeds een hele ontwikkeling voorgedaan. „Die snelle ontwikkeling was mede te danken aan de heer Getreuer een Tsjech, die in zijn land in de telefoonindustrie had gewerkt en die ik reeds vlug na het begin had aangetrokken. Hij kende dit métier ook. Maar hij is vooral de technicus, waar wij het aan te danken hebben, dat wij er zeker van zijn, dat wij produkten kunnen afleveren, die aan de te stellen eisen voldoen.” Nu een modern bedrijf gespecialisseerd in het ontwerpen  van sluitingen op maat, maar leveren ook een breed assortiment aan standaard artikelen voor plastic en glazen verpakkingen.

Oosterhof

Het pand was destijds nog ingevuld met 2 winkel, huisnummer 13 en 15. In de jaren 50 werd het rechter gedeelte (van vooraf gezien) aangekocht en aan de winkel toegevoegd. In de jaren '60 kwam de 2e kwam J.F. (Jan) Oosterhof in het bedrijf en samen werd het bedrijf verder vergroot met 2 installatiemonteurs en doordat er steeds meer elektrische apparatuur op de markt kwam, denk aan de opkomst van de tv, wasdroger, afwasautomaat, werden ook 2 monteurs voor reparatie van audio-, video- en witgoedproducten aangetrokken. Ook kwam het pand op nr. 17 beschikbaar en werd aangekocht om de winkel verder te vergroten. De opmars van consumentenelektronica ver- eiste een groter assortiment en een ruimere presentatie. In het bestaande gedeelte werd het assor- timent verlichting en aanverwante artikelen gepresenteerd, in het nieuwe gedeelte de audio-, video- en witgoedapparatuur. Oosterhof Elektro bevindt zich sinds 1938 in het centrum van Steenwijk.                                   

Rijkmans

In 1872 kocht de uit Zuidveen afkomstige Thijs Rijkmans van Jan Meesters een schorsmolen en  schorshandel,een leerlooierij en een houtzaagmolen aan de noordzijde van het Steenwijkerdiep, vlak bij  de Woldpoort. Meesters had de molen in 1843 in Groningen gekocht,waar deze als papier- molen was gebruikt, maar  bpuwde de molen om tot houtzaagmolen,. Rijkmans veranderde de molen in een korenmolen en vestigde  in de voormalige zagerij,het lange onderstuk can de molen, een grutterij. Samen met zijn drie zoons, Klaas, Hendrik en Roelof had Thijs Rijkmans de leerlooie- rij, de graanmolen en de grutterij aan wat men  toen aanduide Woldpoort 19. Vele jaren maalde de Molen van Rijkmans, zoals deze door de bevolking werd genoemd. Met de komst van de stoomma- chine en de dieselmotor verdwenen de molens uit het Stadsbeeld, zo ook deze molen. Omdat de molen al een aantal jaren niet was gebruikt werd besloten dat hij in 1917  door Opel Rijkmans afge- broken zou worden, en verdween het beeldbepalende bouwerk van het  Steenwijkerdiep. Maar al- les veranderde snel in het bdrijf Thijs Rijkmans. De meelhandel en handel in grutterswaren verdwe- nen en de looiextractproductie was gestopt, omdat men op chemische wijze het  looizuur veel goedkoper en sneller kon vervaardigen. Kort daarna  in 1919 begonnen Klaas en Roelof met  een garage en reparatiebedrijf aan de Tukseweg.Hendrik kreeg de leiding over de leerlooierij en Roelof  vertrok al spoedig naar Meppel waar eveneens een autohandel was gesticht. De band met Meppel  (Tweelo) is altijd gebleven. Klaas Rijkmans begon in de bestaande gebouwen van de voormalige korenmolen met reparatie en stalling van auto’s, de verkoop van onderdelen, motorbrandstoffen en olie en men kon er zelfs een auto huren: met of zonder chauffeur.De stallingruimte was zo groot dat er ter plaats voor veertig  automobielen. De verkoop van auto’s was heel belangrijk en al spoe- dig verwierf men het dealerschap van  Ford.Om de T- en A- Fords aan het publiek te  tonen werd, naast de woning van Thijs Rijkmans, aan de  Tukseweg een showroom gebouwd. De eerste auto verkocht  Klaas Rijkmans in 1920 aan een  boer uit de  Wijk bij Meppel. De Ford Sedan de Luxe kost- te destijds elfhonderdtwintig gulden. In die beginjaren moesten de auto’s eerst nof gedeeltelijk  worden geassembleerd. Vóór de showroom stond een  benzinepomp waar de autobezitters konden tanken. Im 1926 verruilde Rijkmans het dealerschap  van Ford  voor dat van Generaal Moters. Er kwamen andere typen auto’s op de markt met merken als Buick, Oldsmobile n Pontiac. In 1927 organiseerde,  op initiatief van Hendrik ijkmans, een groep Steenwijker  particulieren voor de eerst maal de Zonnedag, een autotocht voor bejaarden.Tot 1968 werden  dergelijke  tochten georgani- seerd. In 1931 kwam zoon Thijs (1911-1993), de vader van de huidige diecteur, in het bedrijf en ging men zich  uitsluiten  toeleggen op de automobielbranche. De leerlooierij werd een apart bedrijf en ook de autohandel in Meppel werd verzelfstandigd. Het bedrijf in Steenwijk  werd nu de Fa. K. Rijk- mans & Zoon. In de jaren  vóór de tweede wereldoorlog ging het slecht met de economie en de au- toverkoop viel vrijwel stil. Er was gebrek aan olie en benzine en in het begin van de oorlog werden er steeds meer auto’s, voor zover ze  niet door de Duitse bezetter gevorderd waren, uitgerust met een gasgenerator die hout, turf of steenkool  als brandstof gebruikte, Rijkmans verzorgde onder- meer de verkoop en de inbouw van degelijke motoren.  Het duurde vele jaren eer het bedrijf na de oorlog de normale werkzaamheden kon hervatten. Omstreeks 1950 trok de handel aan en  legde men zich vooral toe op de oude Amerikaanse legertrucks, met de komst  van de Chevrolet-model- len en al vrij spoedig daarna ook met het merk Opel kwam er weer een gezonde  basis voor het bedrijf. Auto’s moesten in die tijd nog echt door de verkoper aan de man worden gebracht.  Zo  ver- zorgde Jaap Lok ruim dertig jaar de verkoop in deze omgeving. In 1952 werd een grote werk-plaats  gebouwd aan de Tukseweg, In 1964 werd in  Meppel het autobedrijf Tweelo gesticht het doorliep een  stormachtige ontwik-keling en al spoedig (1967) betrok men een nieuw pand op het  industrie- terrein. In 1966 werd de huidige  directeur Klaas Rijkmans, geboren in 1944, in het bedrijf opgeno- men. Ook in  Steenwijk verliep alles voorspoedig. Opel brak verkooprecords en er kwam behoefte aan meer ruimte.  Deze werd verkregen door in de jaren zeventig van de vorige eeuw de  restanten van de oude korenmolen  te verwijderen, evenals de garage-boxen. In 1976 kwam er een nieuwe showroom aan de zijde van de Tukseweg en  in 1992 gevolgd door een nog fraaiere showroom aan de westzijde van het kantoorpand. Inmiddels waren in 1982 aan de Steenwijkerdiepzijde de  maga- zijn en receptieruimte geheel gerenoveerd en uitgebreid. In 1983 een online verbinding met  Tweelo-Meppel. In 1988 kreeg de kant van het  Steenwijkerdiep een heel ander aanzien door de bouw van een creditkaart tankstation en de opslag van  gebruikte auto’s. In 1986 was Henk Alberts bij  Rijkmans komen werken. Inmiddels deelt hij als mede- aadeelhouder de dagelijkse leiding met directeur Klaas Rijkmans. In december 1994 wrd op grootse wijze gevierd dat men 65 jaar geleden begon met de verkoop van het merk Opel. In 2009 stond een grote verhuizing voor de deur. Na 136 jaar verliet het bedrijf de locatie Tukseweg/Steenwijkerdiep voor een prachtig pand aan de Dolder- weg. Aan de Tukseweg was geen uitbreiding meer mogelijk.

Polak

Op 1 mei 1854 begon Izak (hebreeeuws: Jitschak) Salomon Polak op 20 jarige leeftijd aan het begin van de Oosterstraat in Steenwijk een groothandel in grutterswaren, zuidvruchten, specerijen en bakkerij waren. Naast zijn drukke werkzaamheden als directeur van de maalderij en groothandel was J.S. Polak ook nog negen jaar lid van de Steenwijker gemeenteraad (1886-1895). De op 31 de- cember 1834 in Steenwijk geboren Polak overleed op 28 januari 1902. Zoon Bernard had de zaak al overgenomen in 1894 en was nog steeds  gevestigd in de Oosterstraat. Wel had men opslagruimte bij de Molenwal in gebruik genomen. In 1902 liet men een pakhuis bouwen aan de Scholenstraat tegen de toen nog intact zijnde wal. Er naast stonden nog enige woningen. Verschillende werkne- mers verbleven lang bij het bedrijf. Zoals de familie Kroon ,familie Aaldert Bult en Jan Lantinga en de familie Koppel uit Utrecht. De koekkruiden waren zeer hoog  gewaardeerd in 1899 J.S Polak in Antwerpen waar men de gouden medaille kreeg en even zo in 1901 in Rotterdam. Bernard Polak liet zich in 1905 als woonhuis de villa Zonnehoek bouwen. Toen nog aan de Nieuwe Stationsweg, in 1908 omgedoopt tot Jan Hendrik Tromp Meestersstraat. De fraaie Jugendstil-villa was ontworpen door de Steenwijker architect Bato Rouwkema in samenwerking met de uit Kampen afkomstige architect G.B. Broekema. Helaas is het pand door brand verwoest op 22 september 1986 en niet weer op gebouwd.Berend Polak was raadslid van 1911-1917 en wethouder van 1914-1917. Bestuurslid van de Kamer van Koophandel en plaatselijk vertegenwoodiger van de Nederlandse Bond van Bakkersgezellen. In 1924 werd de firmanaam gewijzigd in N.V. Handelsmaatschappij J.S. Polak (in 1975 werd de N.V. een BV). In 1932 kwam Bernards zoon Frederik Leo Polak (Frits,geboren in Steenwijk op 11 juni 1913) ook in het bedrijf werken. Het bedrijf groeide was nog steeds in de Oosterstraat gevestigd, en men keek nu echt om naar meer ruimte. Die werd gevonden in de Scho- lenstraat. In 1942  werd er naast het magazijn, een nieuwe fabriek en kantoor ruimte gebouwd. In dat zelfde jaar 1942 overleed Bernard Polak. In 1967 trad de heer J.J. Draaisma, die al sinds 1954 in dienst was bij Polak, tot de directie toe wegens gebrek aan opvolging binnen de familie Polak. In 1973 werd besloten om een nieuwe, moderne specerijenmaalderij te bouwen op het nieuwe indu- strieterrein Groot Verlaat. Na de pensionering van directeur Frits Polak in 1978, kwam het  bedrijf onder leiding van de heer Draaisma. Het bedrijf groeide uit tot de specialist in specerijen voor het bakkerijbranche in Nederland,Belgie,uitsland en en Zwitserland. De kroon op het werk kwam in 1979, toen Hare Majesteit Koningin Juliana de firma Polak het recht verleende tot het voeren van het predikaat Koninklijk. Deze onderscheiding kreeg men ter ere van het 125 jarig bestaan en de positie als marktlijder in Nederland in de bakkerijbranche. Het embleem van Polak werd aangepast (de Steenwijker Toren) door de toren in een rechthoek te plaatsen en daar boven een kroon, naar ontwerp van Fred Zoer. In 1995 trad  de heer Draaisma zich terug als directeur en werd opgevolgd door de heer J.G.A. Sars, onder wiens leiding het bedrijf verder uitgroeide tot de grootste kaneelim- porteur en daarmee de grootste leverancier van bakkerijspecerijen in Europa. De laatste jaren is de opslagruimte uitgebreid tot 20.000 m en de productie ruimte van ongeveer 2000 m. Sinds 1991 maakt De Weerd Specerijen, specialist in exclusieve specerijenmelanges voor vlees-, vis- en kipindu- strie onderdeel uit van de holding.

Wicherson

Hendrik Schuite en Jan Wicherson besloten in 1853, na al jaren samen handel te hebben gedreven, een  vergunning aan te vragen voor het  bouwen van een molen. Een korenmolen die echter al vrij snel in  1854 tevens geschikt gemaakt werd voor het zagen van hout. De molen kreeg de naam Het Anker en stond aam de Zwateweg (de huidige Bernhardstraat) te Steenwijk. In 1864 besloot Dirk Hendrik Schuite te stoppen en Jan Wicherson ging zelfstandig verder. Hij legde zich  helemaal toe op de houthandel en hout- bewerking en stootte alle andere activiteiten af. Aangezien hij niet lan- ger allen van windkracht afhankelijk wilde zijn, schafte hij in 1866 een stoommachine aan met een vermogen van 10 pk aan om zijn hout te zagen aan te drijven. De houthandel  van Wicherson fami- lie Tromp Meesters, die aan de zuidzijde van het Steenwijkerdiep gevestigd was, was hem  daarin reeds voorgegaan met een motor van 20 pk. In 1868 liet Jan Wicherson een windhoutzaagmolen  plaatsen aan het Steenwijkerdiep op perceel dat aangeduid werd als sectie Eno. 1348. En kort daar- na  werden er plannen gemaakt voor een geheel nieuwe vesting aan de noordzijde van het Steen- wijkerdiep.  De in 1866 aangeschafte syoommachine verhuisde mee naar het nieuwe terrein en in 1871 kon J van Wicherson zijn houthandel en zagerij De Eikel aan het Steenwijkerdiep in gebruik nemen. De molen Het  Anker werd verkocht aan Willem Kuiper. Jan Wicherson overleed in 1898. Hij was begonnen als timmerman en was getrouwd met Johanna  Francina de Boer, werd hij in Steen- wijk bekend als ‘Houder van de Bank van Leening’. De Steenwijker  bank van lening was al genera- ties lang in handen van de familie De Boer en bevond zich achter hun  woning aan de Markt. Aangezien deze bank onvoldoende rendeerde werd deze in 1871 verkocht. Veel  meer succes had hij- zoals we zagen- met zijn houthandel en houtzagerij:”de Eerste Fabriek van zuiver  op maat ge- zaagd Rijtuig-,Wagen- en Meubelmakershout”. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Dirk Hendrik  (1856-1934) die de onderneming tot grote bloei wist te brengen. In 1899 schafte hij een tweede  stoommachine aan met een vermogen van 20 pk.Met de in gebruiknming van deze machine was de  windmolen overbodig geworden. Aan het begin van de twingste eeuw kreeg de houtonderneming de  officiële naam Stoomzagerij De Eikel. De groei nam toe en men had zelfs de bschikking over een eigen schip: De Eikenhouthandel. Rond de eeuwwisseling was de enige zoon Dirk Hendrik Wicher- son- Pieter  Johan - in het bedrijf opgenomen. In diezelfde periode trad zijn zwager Louis Schrijver- ook tot het  bedrijf toe. Schrijver, die aanvankelijk voor onderwijzer had gestudeerd, was getrouwd met Johanna  Francina Wicherson, de oudste dochter van Dirk Hendrik Wicherson. In 1909 wed naast de bestaande  nog een stoommachine geplaatst met 6 pk. Deze diende voor drijven van een dynamo tenbehoeve der  verlichting van de fabrirk. Hiermee had de onderneming zich ontwikkeld tot één der modernste van  Steenwijk en drie jaar later werd zelfs de grote concurent, de houtzage- rij van de familie Tromp Meesters, voorbij gestreefd. Toen laatsgenoemde in 1909 zijn deuren moest sluiten, waren er in Steenwijk nog twee houtbedrijven over: de firma Wicherson en de veel kleinere houtzagerij van de firma B.Volkers. In 1909 vond er en belangrijke uitbreiding plaats met de aanschaf van een houtdraaierij en drie jaar later  werd er een Stumfnachine met max. van 275 pk bij Stork aangekocht. In 1917 werd de Eerste Nederlandse Looi-Extract Fabriek - de ENLEF- opge- richt, een dochteronderneming van de firma  Wicherson.De Looi-extracten werden vervaardigd uit afvalproducten van de stoomzagerij. De  leerlooierijen gebruikten deze extracten voor het bewer- ken van huiden. Louis Schrijver werd de dorecteur van deze onderneming. Het bedrijf was geen lang leven beschoren : in 1936 heeft het de deuren moeten sluiten, wegens grote concurentie van- uit het buitenland. In 1925 werd de firma Wicherson omgevormd in  een naamloze vennotschap. De officiële naam luide vanaf die tijd: Stoomzagerij De Eikel, voorheen  J.Wicherson & zoon. Er kwa- men twee directeuren: Johan Pieter Wicherson en Louis Schrijver. Dirk  Erndrik Wicherson werd commissaris, maar niet voor lang, want een jaar later trad hij tot de directie toe en legde hij zijn commissariaat neer. Schrijver nam in 1931 ontslag “na verschil van inzicht in de  bedrijfsvoering”. In 1934 werd het bedrijf door een andere en wel zware slag getroffen, want op 26 april van dat jaar overleed Dirk Hendrik Wicherson. Niet alleen bekend vanwege zijn houtbedrijf, maar ook door tal van zijn  maatschappelijk activiteiten. Als progressief-liberaal was hij van 1897 tot 1909 lid van Steenwijker gemeenteraad. Onder leiding van Dirk Hein Wicherson’s zoon Pieter Johan (1884-1955) werd het bedrijf voortgezet. In 1942 werd de directie versterkt met Jan Hendrik Wicherson (1913- 1952), zoon van Pieter Johan. Groot was de verslagenheid toen bekend werd dat de’, jonge’Jan  Hendrik Wicherson op 15 december 1952  was gestorven. Een jaar na zijn dood trok Pieter Johan zich terug als directeur van de houthandel. Ruim drie jaar later overleed hij ook. Een opvolger werd gevonden in de heer Hendrik Vissinga die rond 1920  zijn loopbaan bij het bedrijf van de familie Wicherson was begonnen. Gezina Wicherson-Rijkmans (1916- 1973) - de echtgenote van de pas overleden Jan Hendrik Wicherson werd benoemd tot adjunct- directeur. Vissinga is tot 1963 aange- bleven en werd op gevolgd door de uit Amsterdam afkomstige  Gerard Theuwkens. In 1972 werd de BV omgezet in een BV met beperkte aansprakelijkheid. De nieuwe naam werd: Houthandel Wicher- son BV. Theuwkens trad in 1991 terug als directeur. Houthandel Wicherson BV werd in 1889 een 100%  dochteronderneming van Wicherson-Groen Holding BV, met Wirt B. Groen - zoon van Johan- na Jacomina  - als directeur. De heer H.J. Nibbering volgde Theuwkens op als directeur van Hout- handel Wicherson BV.  n 1996 werd Pieter L.Lukas door Wicherson-Groen Holding benoemd tot op- volger van de gepensioneerde  H.J. Nibbering. De heer Siemon  Groen, gehuwd met Johanna Jaco- mina Wicherson - dochter van Jan  Henrik Wicherson - werd gedelgeerd commissaris.   Hout-handel Wicherson BV heeft de beschikking over eigen zagerij, schaverij en drogerij, zodat vrijwel alle  hard- houtwensen van klanten vervuld kunnen worden.  
Meer  Info Meer  Info Meer  Info Meer  Info Meer  Info Meer  Info
© Albert Steenweik.nl
STEENWIEK

Historische winkels

en befrijven

Aberson

De grondlegger voor het bedrijf was de in Steenwijk geboren Gerrit Jan Aberson (1765-1825. Zijn ouders en  voorouders waren afkomstig uit de Gelderse Achterhoek. Toen hij in 1794 trouwde met de Steen- wijker Annigje  Henderiks, was hij timmerman van beroep. Waarschijnlijk was hij van jongs af aan al timmermansknecht; in later  archiefstukken wordt hij als aannemer vermeld. Het gezin woonde aan het eind van de Neerwoldstraat, tegenover  het toenmalige Posthuis (nu Chi-nees). Naast hun woning was de timmerwerkplaats en winkel, onderaan  de  stadswal,op de hoek van de latere  Paardenmarkt. Bedrif ging over van vader op zoon. Hun kleinzoon Hendrik (1833- 1893) bouwde het markante witte huis  aan de Paardemarkt, dat in 1980 voor de bouw van Prinsen-hoven moest  wijken. Het was Gerrit Jan Aberson (1876-1955) die naam maakte met de bouw van de huidige spits van de int  Clemnstoren. Sinds 1558 moest de toren het zonder spits stellen.De spits was er afgewaaid tijdens een zware  zuidwesterstorm.De archi- tect W.A.M. ter Riele  stelde een restauratieplan op. Op 23 maart 1913 werd het werk  gegund  aan Aberson voor Fl. 7223,00. Op 1 augustus 1914 vond de oplevering plaats. De constructie bestaat  sindsdien uit een 34 meter hoge spits en vier 7 m hoge hoektoren-stjes met een balustrade rondom. De toren onderging  in de jaren 1999-2005 een volledige restau-ratie die ook door Aberson werd uit gevoerd. De grote - of Sint Clemskerk werd meerdere malen door de firma Aberson onder handen genomen. Ansluitend op  de bouw van de torenspits werd in de jaren 1914-1916 een uitwendige restauratie van de kerk uitgevoerd. En inwendig werd in 1930-1932  een aan-tal zaken uigevoerd. Maar de meest ingrijpende restauratie was  in 1974-1981. Op 2 mei 1981 werd de kerk de kerk weer in gebruik genomen in aanwezigheid van H.M.Koningin Beatrix en Z.K.H.  Prins Claus. De Kleine - of Onze lieve Vrouwekerk werd twe maal gerestaureerd foor de firma Aberson.Tijdens de rastauratie  van 1960-1957, en begeleid door de Steenwijker architect H.J. van Ommen. Men kwam daarbij in de westgevel een  fraai gebeeld- houdanker (uit het stadswapen van Steenwijk) te voorsschjijn.De laatste restauratie vondt plaats  in de  jaren 2001-2002 toen werd het pannendek vernieuwd en de westgevel  met het torentje gerestaureerd. Hendrik Aberson (1915- 1976) was degene die het bedrijf leide na de tweede wereldoorlog hij genoot bekendheid  door zijn vele maatschappelijke functies die hij bekleede. In 1967 was hij gemeenteraadslid voor de VVD. Vier jaren na zijn overlijden verhuisde het bedriJf naar het huidige adres de Dolderweg. H.J. van den brink, die in  1978 in dienst van de firma was getreden, nam het bedrijf in 1984 over.Er werd veel bouw en restauratiewerk in Steenwijk en omgeving uitgevoerd, maar later breide het werkgebied gestaag uit over het gehele land. Enkele werken  die in Steenwijk onderhanden werden genomen waren 't Geveltien aan de Markt, voormalig Varkenwaag aan de  Scholenstraat en na- tuurlijk de prachtige villa RamsWoerthe. Ook nieuwbouw zoals de hotel Hiddingerberg wat nu Flet-cher is, en particuliere woningbouw. Van de restauratieprojecten buiten Steenwijk waar mee de firma naam maakte naam  maakte noemen we Stroinkgemaal aan de Zuiderzeedijk tussen Blokzijl en Vollenhove, de Grote kerk in Vollenhove  en voormalig gemeentehuis, de havezate Oldruiten- borgh, eveneens in Vollenhove, In Kampen  werd de  Broederpoort gerastaureerd, in Zwolle kantoor van de voormalige Rijks Planologische Dienst, in Hattem het  stadhuis en in Deventer de toren van de Sint Lebuïnuskerk en de beide westertorens van de Bergkerk.                                                                                                                                              

Dijka

Het bedrijf floreerde  en kreeg de vraag om PVC hulpstukken te produceren uit Emmeloord. Maar een  directe oplossing lag niet voor de hand. Tijdens een bezoek van Katers bij hem thuis, kwamen ze op enkele  goede ideeën, die ze later samen uit werkten. Katers trad in 1956 in  dienst bij van Dijk. Er  werd gezocht naar een nieuwe locatie voor het bedrijf en die werd gevonden  in de voor-malige Beschuit - koek en banketfabriek ‘De Beuk gelegen aan de Tukseweg 26 (nu nr. 170 naast slagerij Ter Schure). Nadat  het pand enige tijd had leeg had gestaan, is er tot 1954  een meubel-fabriek van Scholten & Greven in gevestigd geweest. Daarna huurde van Dijk het pand in 1957 Na het succes van alles begon men op bescheiden schaal met de productie van  de eerste bochten De kennis van het vervormingsproces nam snel te van van Dijk en Katers. Het bedrijf liep gesmeerd. Na ongeveer  anderhalf jaar was de  locatie de ‘Beuk ‘ook weer te klein en zocht men weer na een nieuwe locatie. Aan het Steenwijkerdiep stond de oude ‘Stoom-leerlooierij’ van de firma Rijkmans te koop. Het voormalige pand is in 1857 gebouwd als leerlooierij door J.Meesters. In 1898 werd het bedrijf overgenomen door de firma H.Rijkmans, die daar tot de jaren vijftig zijn stoomlederfabriek voerde. Na moeizame onderhandelingen met Michiel Huisman die ook een deel kocht van het be-drijf,omdat het  totale pand te groot was voor de Dijka, kon in 1959 begonnen worden met de op-knapbeurt van de gebouwen. Al snel had van Dijk spijt dat hij niet het gehele pand had  gekocht. Er werd werd met de gemeente gesproken over een strook grond naast het terrein om dit te kopen en  de  gemeente ging akkoord en er werd weer uit gebreid.  Ook dit pand werd al snel te klein in 1963  kocht men van de Gemeente een stuk grond aan de  Produktieweg groot 1 hectare groot en weer later werd nog een optie genomen op 1 hectare. Na enige  hobbels binnen de fami-lie hoe het alle-maal verder moest in 1982 . Werden de knopen goed door gehakt, en dat kwam het bedrijf ten goe-de. In 1984 overlijdt A. Dijk in het Belgische Neerpelt. In 1987 werden er gesprekken begonnen met pvc-producent LVM (Limburgse Vinylmaatschappij), destijds  een joint venture van de Nederlandse DSM en het Belgische Tessenderlo Chemie. Op 1 juli 1987 ging de  DYKA Groep over in de handen van VLM, Het bedrijfsterrein, inmiddels 18 ha groot.                   

Eleveld wijnhandel

In 1918 begon Egbert Eleveld met grietje een winkel in de  Oosterstaart waar zij verse vis en fruit, groenten en later een  automatiek !!! hadden. Jan Eleveld met Grietje deden de vis er uit in 1949. En begonnen met gesneden groeten te verkopen. En natuurlijk kwamen de beste aardappelen van de Steenwijker Kamp. In 1978 toen Bert en Ginette de zaak over hadden genomen. Begon men met rauwkosten  en salades en verse pasta’s en olijven. In 2007  heeft Bert zich toe gelegd op  de wijnen, door zelfstudie en  het zoveel mogelijk proeverijen mee te maken en uit wisselen van  ervaringen. Het is de bedoeling dat Bert in mei-juni  2010 gaat stoppen  met fruit en de zaak gaat verbouwen als wijnwinkel.

Eleq Steenwijk B.V. (Faget)

Dit bedrijf vindt zijn oorsprong in een geslaagd samenwerkingsverband van K. Getreuer (1896- 1962), zijn zoon  E.Getreuer (1923) en diens compagnon H. Faber (1916-1994). In 1946 richten zij, in een pand naast de toemalige Steenwijker Bank aan de Vrouwen straat te Steenwijk, Faget  Elektri- sche Meetinstrumenten en Apparatenfabriek op. De naam Faget is samen gesteld uit de beginlet-ters van de beide familienamen. Faber had de uistekende contactuele eigenschappen en commer- ciële inslag. En deed dus de acquisitie en verkoop..Zijn commpafnon E.Getreuer was de man met kennis van de elektrotechniek en hield zich bezig  met de  ontwikkeling van produchten en gaf de leiding over het fabricageproces. De bedrijfsruimte aan de Vrouwenstraat bleek te klein te zijn. Men verhuisde in 1950 naar de voormalige sigarenfabriek De Witte Raaf aan de Tukseweg. Alles liep voorspoedig  en men besloot tot nieuwbouw in 1961. Men vestigde zich toen aan de Pruduktieweg. Maar ook daar groeide men uit het jasje en besloot men  in 1971 en  1978 uit tebreiden. De huidige directie van Eleq wordt gevoerd door Robert Getreuer (1955). kleinzoon van K. Getreuer die in 1996  afscheid nam van het bedrijf.

Hovens Greve

G.Hovens Greve  vond eigenlijk  dat de krant een te- genhanger moest zijn van de Steenwijker Cou-rant, deze werd namelijk in Meppel gedrukt..Hij Noemde zijn krant de “Oprechte Steenwijker Courant”. In 1866 begon hij zijn drukkerij in de Woldstraat en sinds 1894 in de Onnastraat, Begon op 1 juli 1869 met het drukken en uitgeven van de Opregte Steenwijker Courant, in 1957 overgeno-men door Boom in Meppel. Hij was een man die wilde zeker de streekfunctie on- derstrepen bij het opzetten er van. Het heden anno 21ste eeuw, moet je met de tijd mee gaan,en is het nu een mo-dern bedrijf met geautomatiseerde offsetmethoden. Het bedrijf word nog steeds door de familie Hovens Greve geleid, maar wel onder leiding  van de familie Van Doorne. Men mag trots zijn op dit familie bedrijf, dat  het predikaat Hofleverancier heeft gekregen door Hare Majesteit Koningin Beatrix  in 1991

Kornelis

Bescheiden begon J. Kornelis met zijn bedrijf in 1935 „Eén van de eerste produkten die ik hier maakte, waren zalfpotjes voor Brocades en Stheeman. En verder bakjes voor wijnflessen. Dat alles gebeurde toen op mijn eerste Proefmachine  die ik had opgesteld, een eenvoudig handpersje". „En om nu ook maar meteen één van de allergrootste orders te noemen, die ik heb uitgevoerd, die kreeg ik van de Artillerie- inrichtingen. Dat waren verbindingsstukken tussen gasmasker en mond-stuk Maar toen had er zich hier reeds een hele ontwikkeling voorgedaan. „Die snelle ontwikkeling was mede te danken aan de heer Getreuer een Tsjech, die in zijn land in de telefoonindustrie had gewerkt en die ik reeds vlug na het begin had aangetrokken. Hij kende dit métier ook. Maar hij is vooral de technicus, waar wij het aan te danken hebben, dat wij er zeker van zijn, dat wij produkten kunnen afleveren, die aan de te stellen eisen voldoen.” Nu een modern bedrijf gespecialisseerd in het ontwerpen  van sluitingen op maat, maar leveren ook een breed assortiment aan standaard artikelen voor plastic en glazen verpakkingen.

Oosterhof

Het pand was destijds nog ingevuld met 2 winkel, huisnummer 13 en 15. In de jaren 50 werd het rechter gedeelte (van vooraf gezien) aangekocht en aan de winkel toegevoegd. In de jaren '60 kwam de 2e kwam J.F. (Jan) Oosterhof in het bedrijf en samen werd het bedrijf verder vergroot met 2 installatiemonteurs en doordat er steeds meer elektrische apparatuur op de markt kwam, denk aan de opkomst van de tv, wasdroger, afwasautomaat, werden ook 2 monteurs voor reparatie van audio-, video- en witgoedproducten aangetrokken. Ook kwam het pand op nr. 17 beschikbaar en werd aangekocht om de winkel verder te vergroten. De opmars van consumentenelektronica ver-eiste een groter assortiment en een ruimere presentatie. In het bestaande gedeelte werd het assor-timent verlichting en aanverwante artikelen gepresenteerd, in het nieuwe gedeelte de audio-, video- en witgoedapparatuur. Oosterhof Elektro bevindt zich sinds 1938 in het centrum van Steenwijk.                                   

Rijkmans

In 1872 kocht de uit Zuidveen afkomstige Thijs Rijkmans van Jan Meesters een schorsmolen en  schorshandel,een leerlooierij en een houtzaagmolen aan de noordzijde van het Steenwijkerdiep, vlak bij  de Woldpoort. Meesters had de molen in 1843 in Groningen gekocht,waar deze als papier-molen was gebruikt, maar  bpuwde de molen om tot houtzaagmolen,. Rijkmans veranderde de molen in een korenmolen en vestigde  in de voormalige zagerij,het lange onderstuk can de molen, een grutterij. Samen met zijn drie zoons, Klaas, Hendrik en Roelof had Thijs Rijkmans de leerlooie- rij, de graanmolen en de grutterij aan wat men  toen aanduide Woldpoort 19. Vele jaren maalde de Molen van Rijkmans, zoals deze door de bevolking werd genoemd. Met de komst van de stoomma-chine en de dieselmotor verdwenen de molens uit het Stadsbeeld, zo ook deze molen. Omdat de molen al een aantal jaren niet was gebruikt werd besloten dat hij in 1917  door Opel Rijkmans afge-broken zou worden, en verdween het beeldbepalende bouwerk van het  Steenwijkerdiep. Maar al-les veranderde snel in het bdrijf Thijs Rijkmans. De meelhandel en handel in grutterswaren verdwe-nen en de looiextractproductie was gestopt, omdat men op chemische wijze het  looizuur veel goedkoper en sneller kon vervaardigen. Kort daarna  in 1919 begonnen Klaas en Roelof met  een garage en reparatiebedrijf aan de Tukseweg.Hendrik kreeg de leiding over de leerlooierij en Roelof  vertrok al spoedig naar Meppel waar eveneens een autohandel was gesticht. De band met Meppel  (Tweelo) is altijd gebleven. Klaas Rijkmans begon in de bestaande gebouwen van de voormalige korenmolen met reparatie en stalling van auto’s, de verkoop van onderdelen, motorbrandstoffen en olie en men kon er zelfs een auto huren: met of zonder chauffeur.De stallingruimte was zo groot dat er ter plaats voor veertig  automobielen. De verkoop van auto’s was heel belangrijk en al spoe-dig verwierf men het dealerschap van  Ford.Om de T- en A- Fords aan het publiek te  tonen werd, naast de woning van Thijs Rijkmans, aan de  Tukseweg een showroom gebouwd. De eerste auto verkocht  Klaas Rijkmans in 1920 aan een  boer uit de  Wijk bij Meppel. De Ford Sedan de Luxe kost-te destijds elfhonderdtwintig gulden. In die beginjaren moesten de auto’s eerst nof gedeeltelijk  worden geassembleerd. Vóór de showroom stond een  benzinepomp waar de autobezitters konden tanken. Im 1926 verruilde Rijkmans het dealerschap  van Ford  voor dat van Generaal Moters. Er kwamen andere typen auto’s op de markt met merken als Buick, Oldsmobile n Pontiac. In 1927 organiseerde,  op initiatief van Hendrik ijkmans, een groep Steenwijker  particulieren voor de eerst maal de Zonnedag, een autotocht voor bejaarden.Tot 1968 werden  dergelijke  tochten georgani-seerd. In 1931 kwam zoon Thijs (1911-1993), de vader van de huidige diecteur, in het bedrijf en ging men zich  uitsluiten  toeleggen op de automobielbranche. De leerlooierij werd een apart bedrijf en ook de autohandel in Meppel werd verzelfstandigd. Het bedrijf in Steenwijk  werd nu de Fa. K. Rijk-mans & Zoon. In de jaren  vóór de tweede wereldoorlog ging het slecht met de economie en de au-toverkoop viel vrijwel stil. Er was gebrek aan olie en benzine en in het begin van de oorlog werden er steeds meer auto’s, voor zover ze  niet door de Duitse bezetter gevorderd waren, uitgerust met een gasgenerator die hout, turf of steenkool  als brandstof gebruikte, Rijkmans verzorgde onder-meer de verkoop en de inbouw van degelijke motoren.  Het duurde vele jaren eer het bedrijf na de oorlog de normale werkzaamheden kon hervatten. Omstreeks 1950 trok de handel aan en  legde men zich vooral toe op de oude Amerikaanse legertrucks, met de komst  van de Chevrolet-model-len en al vrij spoedig daarna ook met het merk Opel kwam er weer een gezonde  basis voor het bedrijf. Auto’s moesten in die tijd nog echt door de verkoper aan de man worden gebracht.  Zo  ver-zorgde Jaap Lok ruim dertig jaar de verkoop in deze omgeving. In 1952 werd een grote werk-plaats  gebouwd aan de Tukseweg, In 1964 werd in  Meppel het autobedrijf Tweelo gesticht het doorliep een  stormachtige ontwik-keling en al spoedig (1967) betrok men een nieuw pand op het  industrie-terrein. In 1966 werd de huidige  directeur Klaas Rijkmans, geboren in 1944, in het bedrijf opgeno-men. Ook in  Steenwijk verliep alles voorspoedig. Opel brak verkooprecords en er kwam behoefte aan meer ruimte.  Deze werd verkregen door in de jaren zeventig van de vorige eeuw de  restanten van de oude korenmolen  te verwijderen, evenals de garage-boxen. In 1976 kwam er een nieuwe showroom aan de zijde van de Tukseweg en  in 1992 gevolgd door een nog fraaiere showroom aan de westzijde van het kantoorpand. Inmiddels waren in 1982 aan de Steenwijkerdiepzijde de  maga-zijn en receptieruimte geheel gerenoveerd en uitgebreid. In 1983 een online verbinding met  Tweelo-Meppel. In 1988 kreeg de kant van het  Steenwijkerdiep een heel ander aanzien door de bouw van een creditkaart tankstation en de opslag van  gebruikte auto’s. In 1986 was Henk Alberts bij  Rijkmans komen werken. Inmiddels deelt hij als mede- aadeelhouder de dagelijkse leiding met directeur Klaas Rijkmans. In december 1994 wrd op grootse wijze gevierd dat men 65 jaar geleden begon met de verkoop van het merk Opel. In 2009 stond een grote verhuizing voor de deur. Na 136 jaar verliet het bedrijf de locatie Tukseweg/Steenwijkerdiep voor een prachtig pand aan de Dolder-weg. Aan de Tukseweg was geen uitbreiding meer mogelijk.

Polak

Op 1 mei 1854 begon Izak (hebreeeuws: Jitschak) Salomon Polak op 20 jarige leeftijd aan het begin van de Oosterstraat in Steenwijk een groothandel in grutterswaren, zuidvruchten, specerijen en bakkerij waren. Naast zijn drukke werkzaamheden als directeur van de maalderij en groothandel was J.S. Polak ook nog negen jaar lid van de Steenwijker gemeenteraad (1886-1895). De op 31 de-cember 1834 in Steenwijk geboren Polak overleed op 28 januari 1902. Zoon Bernard had de zaak al overgenomen in 1894 en was nog steeds  gevestigd in de Oosterstraat. Wel had men opslagruimte bij de Molenwal in gebruik genomen. In 1902 liet men een pakhuis bouwen aan de Scholenstraat tegen de toen nog intact zijnde wal. Er naast stonden nog enige woningen. Verschillende werkne-mers verbleven lang bij het bedrijf. Zoals de familie Kroon ,familie Aaldert Bult en Jan Lantinga en de familie Koppel uit Utrecht. De koekkruiden waren zeer hoog  gewaardeerd in 1899 J.S Polak in Antwerpen waar men de gouden medaille kreeg en even zo in 1901 in Rotterdam. Bernard Polak liet zich in 1905 als woonhuis de villa Zonnehoek bouwen. Toen nog aan de Nieuwe Stationsweg, in 1908 omgedoopt tot Jan Hendrik Tromp Meestersstraat. De fraaie Jugendstil-villa was ontworpen door de Steenwijker architect Bato Rouwkema in samenwerking met de uit Kampen afkomstige architect G.B. Broekema. Helaas is het pand door brand verwoest op 22 september 1986 en niet weer op gebouwd.Berend Polak was raadslid van 1911-1917 en wethouder van 1914-1917. Bestuurslid van de Kamer van Koophandel en plaatselijk vertegenwoodiger van de Nederlandse Bond van Bakkersgezellen. In 1924 werd de firmanaam gewijzigd in N.V. Handelsmaatschappij J.S. Polak (in 1975 werd de N.V. een BV). In 1932 kwam Bernards zoon Frederik Leo Polak (Frits,geboren in Steenwijk op 11 juni 1913) ook in het bedrijf werken. Het bedrijf groeide was nog steeds in de Oosterstraat gevestigd, en men keek nu echt om naar meer ruimte. Die werd gevonden in de Scho-lenstraat. In 1942  werd er naast het magazijn, een nieuwe fabriek en kantoor ruimte gebouwd. In dat zelfde jaar 1942 overleed Bernard Polak. In 1967 trad de heer J.J. Draaisma, die al sinds 1954 in dienst was bij Polak, tot de directie toe wegens gebrek aan opvolging binnen de familie Polak. In 1973 werd besloten om een nieuwe, moderne specerijenmaalderij te bouwen op het nieuwe indu-strieterrein Groot Verlaat. Na de pensionering van directeur Frits Polak in 1978, kwam het  bedrijf onder leiding van de heer Draaisma. Het bedrijf groeide uit tot de specialist in specerijen voor het bakkerijbranche in Nederland,Belgie,uitsland en en Zwitserland. De kroon op het werk kwam in 1979, toen Hare Majesteit Koningin Juliana de firma Polak het recht verleende tot het voeren van het predikaat Koninklijk. Deze onderscheiding kreeg men ter ere van het 125 jarig bestaan en de positie als marktlijder in Nederland in de bakkerijbranche. Het embleem van Polak werd aangepast (de Steenwijker Toren) door de toren in een rechthoek te plaatsen en daar boven een kroon, naar ontwerp van Fred Zoer. In 1995 trad  de heer Draaisma zich terug als directeur en werd opgevolgd door de heer J.G.A. Sars, onder wiens leiding het bedrijf verder uitgroeide tot de grootste kaneelim-porteur en daarmee de grootste leverancier van bakkerijspecerijen in Europa. De laatste jaren is de opslagruimte uitgebreid tot 20.000 m en de productie ruimte van ongeveer 2000 m. Sinds 1991 maakt De Weerd Specerijen, specialist in exclusieve specerijenmelanges voor vlees-, vis- en kipindu-strie onderdeel uit van de holding.

Wicherson

Hendrik Schuite en Jan Wicherson besloten in 1853, na al jaren samen handel te hebben gedreven, een  vergunning aan te vragen voor het  bouwen van een molen. Een korenmolen die echter al vrij snel in  1854 tevens geschikt gemaakt werd voor het zagen van hout. De molen kreeg de naam Het Anker en stond aam de Zwateweg (de huidige Bernhardstraat) te Steenwijk. In 1864 besloot Dirk Hendrik Schuite te stoppen en Jan Wicherson ging zelfstandig verder. Hij legde zich  helemaal toe op de houthandel en hout- bewerking en stootte alle andere activiteiten af. Aangezien hij niet lan-ger allen van windkracht afhankelijk wilde zijn, schafte hij in 1866 een stoommachine aan met een vermogen van 10 pk aan om zijn hout te zagen aan te drijven. De houthandel  van Wicherson fami-lie Tromp Meesters, die aan de zuidzijde van het Steenwijkerdiep gevestigd was, was hem  daarin reeds voorgegaan met een motor van 20 pk. In 1868 liet Jan Wicherson een windhoutzaagmolen  plaatsen aan het Steenwijkerdiep op perceel dat aangeduid werd als sectie Eno. 1348. En kort daar- na  werden er plannen gemaakt voor een geheel nieuwe vesting aan de noordzijde van het Steen- wijkerdiep.  De in 1866 aangeschafte syoommachine verhuisde mee naar het nieuwe terrein en in 1871 kon J van Wicherson zijn houthandel en zagerij De Eikel aan het Steenwijkerdiep in gebruik nemen. De molen Het  Anker werd verkocht aan Willem Kuiper. Jan Wicherson overleed in 1898. Hij was begonnen als timmerman en was getrouwd met Johanna  Francina de Boer, werd hij in Steen-wijk bekend als ‘Houder van de Bank van Leening’. De Steenwijker  bank van lening was al genera-ties lang in handen van de familie De Boer en bevond zich achter hun  woning aan de Markt. Aangezien deze bank onvoldoende rendeerde werd deze in 1871 verkocht. Veel  meer succes had hij- zoals we zagen- met zijn houthandel en houtzagerij:”de Eerste Fabriek van zuiver  op maat ge-zaagd Rijtuig- ,Wagen- en Meubelmakershout”. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Dirk Hendrik  (1856-1934) die de onderneming tot grote bloei wist te brengen. In 1899 schafte hij een tweede  stoommachine aan met een vermogen van 20 pk.Met de in gebruiknming van deze machine was de  windmolen overbodig geworden. Aan het begin van de twingste eeuw kreeg de houtonderneming de  officiële naam Stoomzagerij De Eikel. De groei nam toe en men had zelfs de bschikking over een eigen schip: De Eikenhouthandel. Rond de eeuwwisseling was de enige zoon Dirk Hendrik Wicher-son- Pieter  Johan - in het bedrijf opgenomen. In diezelfde periode trad zijn zwager Louis Schrijver- ook tot het  bedrijf toe. Schrijver, die aanvankelijk voor onderwijzer had gestudeerd, was getrouwd met Johanna  Francina Wicherson, de oudste dochter van Dirk Hendrik Wicherson. In 1909 wed naast de bestaande  nog een stoommachine geplaatst met 6 pk. Deze diende voor drijven van een dynamo tenbehoeve der  verlichting van de fabrirk. Hiermee had de onderneming zich ontwikkeld tot één der modernste van  Steenwijk en drie jaar later werd zelfs de grote concurent, de houtzage-rij van de familie Tromp Meesters, voorbij gestreefd. Toen laatsgenoemde in 1909 zijn deuren moest sluiten, waren er in Steenwijk nog twee houtbedrijven over: de firma Wicherson en de veel kleinere houtzagerij van de firma B.Volkers. In 1909 vond er en belangrijke uitbreiding plaats met de aanschaf van een houtdraaierij en drie jaar later  werd er een Stumfnachine met max. van 275 pk bij Stork aangekocht. In 1917 werd de Eerste Nederlandse Looi-Extract Fabriek - de ENLEF- opge-richt, een dochteronderneming van de firma  Wicherson.De Looi-extracten werden vervaardigd uit afvalproducten van de stoomzagerij. De  leerlooierijen gebruikten deze extracten voor het bewer-ken van huiden. Louis Schrijver werd de dorecteur van deze onderneming. Het bedrijf was geen lang leven beschoren : in 1936 heeft het de deuren moeten sluiten, wegens grote concurentie van-uit het buitenland. In 1925 werd de firma Wicherson omgevormd in  een naamloze vennotschap. De officiële naam luide vanaf die tijd: Stoomzagerij De Eikel, voorheen  J.Wicherson & zoon. Er kwa-men twee directeuren: Johan Pieter Wicherson en Louis Schrijver. Dirk  Erndrik Wicherson werd commissaris, maar niet voor lang, want een jaar later trad hij tot de directie toe en legde hij zijn commissariaat neer. Schrijver nam in 1931 ontslag “na verschil van inzicht in de  bedrijfsvoering”. In 1934 werd het bedrijf door een andere en wel zware slag getroffen, want op 26 april van dat jaar overleed Dirk Hendrik Wicherson. Niet alleen bekend vanwege zijn houtbedrijf, maar ook door tal van zijn  maatschappelijk activiteiten. Als progressief-liberaal was hij van 1897 tot 1909 lid van Steenwijker gemeenteraad. Onder leiding van Dirk Hein Wicherson’s zoon Pieter Johan (1884-1955) werd het bedrijf voortgezet. In 1942 werd de directie versterkt met Jan Hendrik Wicherson (1913-1952), zoon van Pieter Johan. Groot was de verslagenheid toen bekend werd dat de’, jonge’Jan  Hendrik Wicherson op 15 december 1952  was gestorven. Een jaar na zijn dood trok Pieter Johan zich terug als directeur van de houthandel. Ruim drie jaar later overleed hij ook. Een opvolger werd gevonden in de heer Hendrik Vissinga die rond 1920  zijn loopbaan bij het bedrijf van de familie Wicherson was begonnen. Gezina Wicherson-Rijkmans (1916- 1973) - de echtgenote van de pas overleden Jan Hendrik Wicherson werd benoemd tot adjunct- directeur. Vissinga is tot 1963 aange-bleven en werd op gevolgd door de uit Amsterdam afkomstige  Gerard Theuwkens. In 1972 werd de BV omgezet in een BV met beperkte aansprakelijkheid. De nieuwe naam werd: Houthandel Wicher-son BV. Theuwkens trad in 1991 terug als directeur. Houthandel Wicherson BV werd in 1889 een 100%  dochteronderneming van Wicherson-Groen Holding BV, met Wirt B. Groen - zoon van Johan-na Jacomina  - als directeur. De heer H.J. Nibbering volgde Theuwkens op als directeur van Hout-handel Wicherson BV.  n 1996 werd Pieter L.Lukas door Wicherson-Groen Holding benoemd tot op-volger van de gepensioneerde  H.J. Nibbering. De heer Siemon  Groen, gehuwd met Johanna Jaco-mina Wicherson - dochter van Jan  Henrik Wicherson - werd gedelgeerd commissaris.   Hout-handel Wicherson BV heeft de beschikking over eigen zagerij, schaverij en drogerij, zodat vrijwel alle  hard-houtwensen van klanten vervuld kunnen worden.