© 2019 Albert
STEENWIEK

Ode aan Steenwijk

Lang geleden moet ik jou verlaten al ging het met spijt in mijn hart Maar ik ging met die ander die zijn werk in de vreemde had Toch zal ik jou niet vergeten wat jij hebt dat is niet hier Al in mijn jongste jaren beleefde ik bij jou heel veel plezier Spelen op zandheuvels waar nu de leeszaal staat Of zwerven door de veste met je oeroude gezellige straat Jij met oude eigenschappen bindt een ieder aan je stad Bouwmarkt, wand'len en elfduizend 0, wat mis ik soms toch dat Waar je kind' ren ook heen trokken een andere streek, een andere bouw Durf ik uit alle naam te zeggen Een Steenwijker blijft Steenwijk trouw mevr. Bron-Bruinenberg. Spijkenisse

Gedicht Steenwiek

Jaoren bint veurbij evleugen Ik raeke droevig estemd ’t Hef mij veule goeds egeven Mar waorom veult ‘t now zo vremd Gien foto’s of films meer Die kan ik now niet zien Al die vervleugen erinneringen Brengen olderwetse pien Levenslijnen lopen Niet altied soepel deur Soms staot de wereld stille En krie-j gien geheur De woorden bin verzachtend Veulen soms as los zaand Ie durven oe aost niet uut te spreken En ’t lek zo veur de haand Veult als grote rotspartijen An een butenlaanse kust Zunder te streven Bedenk ik mij in rust ’t Mak mij bewust We kriegen mit dat woorden helpen Wanneer begrip en waarmte mist ’t Vrag enkel zelfvertrouwen A-j naor de toekomst gist Ervaringen bin soms wonderlijk Staon aeks op elkaer En net a-j daenken da-j ’t neet meer an kan Is de oplossing er Mooi minse, prachtig wezen ‘k Wete zeker da-j dat bint Ook al draeg ie een masker ‘k Eb oe echt wel erkend Laot mi’j now maor weten Desnoods met geluud Laot een aander maor wat denken Maor spreek oezelf uut. Sarah Buisman

Stof of mens

mens, klein deeltje Van het grote onmetelijk geheel. Wat amok maak je toch Jij kleine deeltie stof. De aarde is vol van jou Vruchtbaar lig jij te wezen. Is zij nog niet verzadigd? Heeft zij nog niet genoeg van jou? Omdat jij mens vermenigvuldigt Groeit en groeit de aarde aan. Zijn buik is overvol Door jouw vruchtbaar wezen. E. Brattinga-Arendsen; Steenwijk

Jumbo

ik voel nog de spot van de t.v. mensen als één om het bord de tijd van het even zijn in een minuut of twee de worp, de gok, het spel terwille van de tijd ingekort de twijfel van de teerling de naam van het onverwoestbare beest of het andere, de gooi van de ontgoocheling gespeeld door een eenzaam spel van de geest Jumbo liet je even in de waan even, als boodschap voor de buis even, als je het toetste thuis och, sinterklaas is bij ons altijd zo snel gegaan René v. d. Velde, Marijenkampen

Zoals wonderen in

wonderland

Zoals wonderen in wonderland Waar vandaan kwamen die geluiden wat had dat te beduiden een plotselinge warmte kwam naast me vandaan de zolder werd verlicht door de heldere maan m'n oude viool danste op de houten planken de harp streek z'n snaren en maakte de mooiste klanken ook de harmonika was van de partij die maakte er ook muziek bij een grote en kleine gitaar vormden al zingend het dansende paar de trom aan de wand zorgde voor leiding in de band ze haalden me uit bed met hen deelde ik de pret het was een sprookjesachtige nacht ik zal het nooit vergeten al deze pracht Anita Preuter, Steenwijkerwold Twee meerkoeten Twee meerkoeten hadden een nacht In zuid-België doorgebracht. Toen men hen vroeg: ,,Hoe was het daar?’’ Antwoorden zij: ..Het ging wel, maar Wij moesten, naar ons is gebleken, Steeds meerkoeterwaals daar spreken.” J.G. De Groot, Steenwijk Schrijven Schrijven is je zelf zien als een toren beklimmen Eindelijk overzicht! Mary Heylema,Steenwijk Oefeningen De generaal was goedgemutst vandaag dat kon zien Oorlog zei hij en floot een kogel Een vogel viel bijna achterover van z’n tak. Hannes W. Dinkel, Steenwijk Mens Wat is nu heel de mens wat houdt ons leven in, Het vervullen van elke wens, Geeft dat ons leven zin? Wanneer is een mens dan heel, als ieder krijgt zijn deel Nee, want geen enk’le levenslijn, loopt zonder sporen, zonder pijn. Wonden soms groot, soms klein, Die wel of niet te helen zijn, Van alles krijgt ieder zijn deel, En dat maakt ons een mens in zijn geheel. H.J.Jacobs-Heinhuis,Steenwijk De trouw van dieren De trouw van dieren Is meer waard Dande van mannen, Hoewel die vaak Béésten kunnen zijn. Petra Mindertsma, Steenwijk Danny… Klein arm ventje wezenloos zie je me aan en langzaam bloeit een glimlach op je misvormd, getekend gezicht een glimlach, diep en innig een glimlach die je doet stralen als een engeltje en je doet opbloeien als een roos als een bloem, volop in bloei maar geknakt, geschonden gedoemd om te worden geplukt ja, weggerukt uit de natuur….. Och, maar wat weet jij van bloemen van de mensen van de wereld… Jij, jij wordt daartegen beschermd door hoge dikke muren een traliehek van goud….. klein arm ventje … of ben misschien ben jij juist rijk? Jij, die nog kunt glimlachen zo innig en zo diep zo, dat je straalt als een kleine gelukkige engel O, lief, lief, kleintje….. Roelie Schipper, Steenwijk

Gedichten

Steenwijk

Steenwijk, stad, o oude veste, Sieraad van ons Nederland. Gij bezit veel van het beste, In de mooie grote rand, Waarmee gij steeds zijt omgeven. In de Lente en Zomertijd, Dan geniet men hier van ’t leven In bonte verscheidenheid. Zie maar eens de wijde meren, Waar men zwemmen, zeilen kan. Deze sport kan men hier leren….. Giethoorn trekt een ieder an. En hoe groot zijn er de bossen, Waar de vinken lustig slaan, Waar de herten en ook de vossen Nog in volle vrijheid gaan. Rustig dwaalt men door de heide, ’t hunebed ligt ongestoord. Wallen, veentjes, bloemen, weide, Alles wat het hart bekoort, Nergens ziet men schoner streken Dan om steenwijk’s toren heen. Nooit raakt men hier uitgekeken. Steenwijk, stad voor iedereen. P.J. Plat

Uit het dagboek der ellende

Weg onder de vleugels van Pa en Moe. Laten vieren al je teugels, 't geeft niet hoe. Geen gejammer meer over je leven, zo van: "Moet je nu alweer weg?" Of: "Kun je nou geen greintje geven om wat ik tegen je zeg?" "En hoe zit het met je huiswerk? heb je die rafelige broek weer aan' W at had je toch te kletsen in de kerk? Nou, met fuiven is het voorlopig weer gedaan. Wat zoek je in die vieze gore troep? Ze hangen versuft, vol valse schijn, maar bij mekaar - te kijken naar een groep die ook niet al te nuchter blijkt te zijn. Nee, kijk liever naar dat meisje van hiernaast, die doet aan sport, die zit vol fut." En ik denk: "Ach ouwe, je daast, da's wel zo'n degelijke trut Ik heb tenminste vrienden genoeg. Okay, de één die drinkt wel es teveel, maar is dit het leven waar hij om vroeg? 't Hangt ons mijlenver uit de keel. Ook zo stom; bij Duits zit je net wat te eten, dan moet je alweer naar de gang. met economie ben je je boek vergeten; reglementen schrijven - ellenlang." Je hebt genoeg van dat maffe gedoe, ze trekken alles over één bekrompen lijn. Het vrije leven lacht je toe: genieten en helemaal ,jij - zijn". Hoe gek dan ook, toch heb ik het meest gehad aan dit bemoeizuchtig brein. Juist omdat dát er is geweest, is het mogelijk dat ik nu ik mag zijn. Inge Eleveld, Steenwijk

Kriesus

't Wil neet so ai'j woll'n 't wort oe allemoal te veule ok de mee z'n, dee van oe 'oll'n zeg'n: i'j kreeg een klap van de meul'n ien ding loat oe neet mit rust "weg goan, op de vlugt!" Woord'n, zin' well'n in oe op so moe'k 't zeg'n, dan komp 't goet 't blieft allien bi'j: hol oe'n kop verdween' is weer oe'n veurgeneum' moet in oe'n 'euft bIef sonder rust: "weg goan, neem de vlugt!" Praot'n 'ef so gien zin al liekt dat so gemakkeluk ze bin oe allemaol te min oe'n besluut staot vast, onverbiddeluk en van binn' roerig, van buut'n vol rust zeg ie: ,,'k gao weg, 'k vlugt!" Olt uut Baark'n, Steenwijk

Tijd

Ik kijk op mijn horloge en schrik, Als ik niet doorloop kom ik te laat, En dat is iets dat écht niet gaat, Voor me verschijnt de leraar's kwade blik. Wat is het jammer dat ik niet kan blijven staan, Om te kijken naar de mensen die hier lopen, En misschien hetzelfde als ik hopen; Dat de tijd niet zo snel zal gaan. Alsof een jager de mensen achterna gaat, Lopen ze naar hun werk, Maar ze gaan voorbij aan die mooie berk, Die daar aan de rand van het plantsoen staat Het huilend kind gaat hen niets aan, Het leven glijdt langs hen heen, Ze hebben het alleen te leen, Hun leven is hun baan. Als ze uitgeput van hun werk thuis komen, Hebben ze hoofdpijn en gaan gapen, Ze proberen dan te slapen, Maar ze kunnen alleen nog over zaken dromen. De tijd wordt aan de mens gegeven, Om er van te genieten, Niet om het voorbij te laten schieten, Als je dat doet, heb je geen leven. Maar ik moet nu verder gaan, De tijd dringt, En in mijn hoofd zingt: "Ik kan jammer genoeg niet blijven staan." Marja Keyl, Steenwijk Steenwijk om trots op te zijn Fietsend over De Bult via de Baars zie ik daar als baken in zee, bij rivier de aa de Steenwijker toren, gebouwd omstreeks 1500. Mijn houvast in de branding want hij gaat mee als ik de weg niet meer weet! Ik voel mij dan niet meer alleen, zo verloren! Zomaar genieten Zo kom ik in Steenwijk aan. Toegangspoort naar het land van de Friezen. Dit historische stadje, mij zo dierbaar in de kop van Overijssel wel ter verstaan. Een stad rijk aan monumenten, die in 1327 haar stadsrechten kreeg, eerlijk waar! Rondom de Woldberg, de heide en Gieterse meren. Bij mij in de buurt Want zie de vesting en de prachtige wallen omringd door de grachten. Getooid met eendenkroos en grazende schapen. Vroeger, heel lang gelee, liepen hier tijdens de bezetting, enkele wachten. Zomaar geschiedenis. Honderden jaren later, Steenwijk mag vol trots haar glorie laten zien. Zie de haven, het Steenwijker Diep waar vele bootjes op het water deinen. En dan de Steenwijker markt een ontmoetingsplaats voor vele evenementen. Gezelligheid en saamhorigheid Handelscentrum Steenwijk, een stadje van goud. Het zal blijven groeien. Maar zorg dat het haar waarde behoudt! En zie de midweekfeesten een ieder die deze dagen steeds zal blijven boeien! Met aan het roer onze eigen burgemeester Apotheker! Zo is Steenwijk Zomaar genieten, winkelen dichtbij. Wandelen in het park Ramswoerthe Een kleine oase van rust, even alleen voor mij! Een kostbaar iets! Dat is Steenwijk. Een stad voor ons allemaal Rijk aan vele bedrijven. Steenwijk Echt om trots op te zijn! Geschreven door: Marianne van der heide- Schelhaas De Boom Ik heb gedroomd Toen nog klein was dat ik een prachtig landschap liep vol met kleuren, vruchten, heerlijkheden. Toen zag ik een boom. en die vond ik mooi en daar wilde ik naar toe. Ik liep er heen ik wilde hem bereiken want ik had er mijn zinnen op gezet. Maar hoe ik ook liep - de boom bleef op de zelfde afstand. En ik rende maar de boom kwam niet dichterbij. En wat ik ook probeerde ik kwam er niet. En terwijl het overal zo mooi was om me heen werd ik treurig omdat ik de boom niet kon bereiken. Roelof Groeneboom, Steenwijk Afscheid van een vakantie Als de nerven van een blad Zijn de kerven in je gezicht En wanneer je naast me ligt Ontstaat er in me een hefstgedicht Jeanette v.d. Meulen, Steenwijk 18e eeuwse gedicht van de roeper Dirk de Ram over de volmacht Clarenberg die zijn gelag en boeten niet had betaald Dees boetten die hier onder staan Moet gij niet om na huijs toe gaen Zonder te zeggen goede nagt En zelfs te hebben overdagt Een burgemeester van de raad En mede lid der magistraad Gaad zonder spreken van 't stadhuijs Sluijp stanten na zijn eijgen huijs Niet eens betaald zijn eijgen schuld Ses stuijvers hebben wij geduld Het spijt mijn van die goede man Dat hij niet meerder drinken kan Ik drink voor hem een glas of vier Een ander seeven nae de zwier Wij hebbent al daer opgezet De man is ziek hij moet nae bet Deeze aan Clarenberg geintineert Zijn vrouw gesproken en worde verveert Hij lag te bed zijn hooft deed zeer Zijn vrouw ging wegh en sprak niet meer Dit zeg en luijg ik als ik daer kwam Dat dit de waerheijt is Dirk de Ram'