Cooperatieve veiling  vereniging Steenwijk

en Omstreken

De groentenkwekers brachten vroeger hun groenten altijd per punter naar

Steenwijk; voor het gemaaltje moesten hun vaar-tuigen dan worden geschut.

Hier waren namelijk sluizen, die later ook zijn verdwenen. De

groentenkwekerij kwam toen op volle gang en de Oostermeenthe speelde

een grote rol bij de tuinbouw. Er zijn wel tijden geweest, dat er in Steenwijk

en omgeving gebrek was aan groente, maar sinds de ontginning van de

Oostermeenthe had men ruimschoots voldoende. Wisten aan-vankelijk de

tuinders zelf de groenten aan de man te brengen, toen de kwekerij op de

Meenthen zich steeds uitbreidde, werd het initiatief genomen om in

Steenwijk een Coöperatieve Veilingvereni-ging op te richten. Op 9

september 1912 werd de oprichting een feit en op 10 juni 1913 veilde men de eerste groente op een stukje grond, dat door de gemeente was

afgestaan. Deze groenteverkoop werd gehouden bij het z.g. „wiede gat" achter de voormalige Pasman's fabrieken. De opzet was zeer klein,

maar het ging voorspoe-dig met de jonge veilingvereniging, zodat deze weldra moest worden

uitgebreid. Het geschiedenisboek vertelt, dat de heer L. ter Horst voorzitter was en tevens

veilingmeester. J. Visser was tweede voor-zitter en de heren H. M. J. Doom secretaris, J. J. Bijkerk

Czn. tweede secretaris, G. Jansen penningmeester en verder hadden nog in het eerste bestuur

zitting de heren R. Beute en A. Aalderson. De kwe-kers moes-ten in het begin zelf voor

verpakkingsmateriaal zorgen en een ieder ging zijn eigen gang. De verkoopgeschiedde geheel

anders dan tegenwoordig. Augurken bijvoor-beeld werden per duizend stuks verkocht. Deze

manier van verkoop voldeed echter niet en er werd overgegaan tot een andere methode: de

vereniging stelde verpak-kingsmateriaal beschikbaar. Eerst waren het manden, maar in 1936

kwamen pas de houten kisten, waar allerlei kleingoed in verpakt kon worden. In het eerste jaar,

dat de veiling op gang kwam, werd voor een bedrag van f 49.978,— aan groenten ge-veild. In de

oorlogsjaren 1914—'18 ging het uitstekend met de groentekwekerij in Steenwijk. Er werd toen

een omzet geboekt van f 225.296,68. Deze aanvoer was te danken aan de tuinbouw op de

Oostermeenthe. In die tijd was er veel export naar Duitsland, maar na 1918 kwam er een grote

teruggang voor de veiling. Zelfs zo, dat er in 1922 voor slechts f 60.000,— werd verhandeld.In

1925 verhuisde de veiling naar het terrein van de Spoorwegen en een jaar later werd de

Coöperatieve Veilingver-eniging Steenwijk en Omstreken W.A. opgericht. Dit W.A. werd later

gewijzigd in G.A. De vereniging beschikte over een veilingklok, die in het jaar 1923 in gebruik

werd ge-nomen. Voordien was de heer P. Zwolle lange tijd afslager. De veilingvereniging kreeg

in 1939 een definitieve plaats: het terrein waar ze nu nog is gevestigd en dat toebehoorde aan de

houthandel firma Aberson. Zo heeft de Meenthe bij de Steen-wijken tuinders lange tijd een

belangrijke rol vervuld. Toen echter een terugslag kwam in de groentekwekerij, besloot de N.V.

de gezamenlijke tuinders  het tuin-bouwbedrijf op te geven, waardoor de Oostermeenthe als

tuin-bouwgebied verlo-ren ging. Dit betekende een versmalling van de tuinbouwbasis, die in

latere jaren ongetwijfeld haar invloed heeft doen gelden. Het groenten kweken op de Meenthe

had zeker enkele nadelen, want in het voorjaar waren de gewassen vrij spoedig aan vorst

onderhevig. Ook ontstond er in de appel- en pruimenbomen veel ziekte. Mede door deze

moeilijkheden werd in de twintiger jaren het groenten kweken op de Oostermeenthe gestaakt en werden de gronden ingezaaid voor grasland. De Meenthen hebben nog een andere betekenis gekregen door de destijds in gebruik genomen ijsbaan, de z.g. „Vlakte". Deze landerijen waren toen bij de winterdag een plekje van vermaak, want wanneer het vele Drentse water door de oude Steenwijken Aa kwam op- dringen, liepen de meeste landerijen onder water en was het één grote ijsvloer. Jacob Bijkerk bezat een ijsslee en suisde toen, als de wind een beetje krachtig was, over de grote ijsvlakte. Daarnaast hebben hier vele Steenwijkers de eerste stappen gedaan op de gladde ijzers, want men kende nog geen ijsbaan Op de Woldmeenthe kreeg men ander vertier, want in de begintijd van de vliegmachine werden op het zogenaamde „hoge tin" de-monstraties gehouden met vliegtuigen en parachutespringers. Wat zal dit complex grond, of tenminste een deel daarvan, nog in de toekomst voor Steenwijk gaan betekenen? Immers een grote strook hiervan is bestemd voor industrieterrein en misschien zullen daar in de komende tijd weer velen werk vinden, zo-als dat vroeger het geval was met het weiden van vee, het afgraven van veen en het kweken van groenten.