Tijden van cholera

Het voorkomen en bestrijden van epidemieën, zoals de Mexicaanse griep, is

al eeuwen een overheidstaak. In de 19e eeuw had de overheid bijvoorbeeld

haar handen vol aan het bestrijden van besmettelijke ziektes als pokken,

tyfus en tuberculose, die zich razendsnel konden verspreiden in de steeds

dichter bevolkt rakende steden.

Tot de jaren dertig van de negentiende eeuw was Nederland gevrijwaard

gebleven van de cholera, een zeer besmettelijke darmziekte. Men besefte

dat het slechts een kwestie van tijd zou zijn voor ook Nederland ten prooi

zou vallen aan de cholera, die ook wel 'Aziatische braakloop' genoemd werd.

In 1831 besloot het kabinet daarom als voorzorgsmaatregel alle gemeenten een informatieboekje over cholera te sturen en richtlijnen op te

stellen, zodat men zou weten wat te doen als de cholera ook Nederland zou bereiken. In het archief van Kuinre bevinden zich nog enkele van

deze boekjes, zie onderstaande afbeelding.

In de boekjes staan tips die wij nog steeds zouden onderschrijven: was je handen, lucht de ziekenkamers, trek schone kleding aan en doe aan

lichaamsbeweging. Andere adviezen zijn nu niet meer zo serieus te nemen: bezoek geen zieken zonder ontbeten te hebben, ontbijt eventueel

met sterke drank en verander vooral niet van gewoontes!

Slachtoffers

Op 25 juni 1832 brachten vissers in Scheveningen de cholera aan land. Vijf weken later had

de epidemie zich uitgebreid tot Kampen. De ziekte verspreidde zich vooral snel via

scheepvaartroutes, waardoor juist de vissersplaatsen in ons gebied gevaar liepen het

eerst getroffen te worden. In Blokzijl begint het Register van alle personen die door den

Aziatischen Braakloop zijn aangetast op 26 augustus. Die dag overleden drie jongens uit

één gezin. Hun zusje overleed een dag later in het gemeentelijke lokaal waar zij behan-

deld werd. In totaal zijn er negen slachtoffers geregistreerd in Blokzijl, waarvan de meeste

in de eerste paar dagen na de uitbraak vielen. De ziekte lijkt eind september verdwenen te

zijn uit Blokzijl, maar woedde over heel Nederland door tot januari van het daarop volgen-

de jaar. Overal werden commissies opgericht om de ziekte te bestrijden. Zieken werden

zoveel mogelijk onder één dak gebracht, om verdere besmetting te voor-komen. Zo werd

in Kuinre een cholerahospitaal ingericht. In Nederland werden 14.000 mensen ziek, bijna

de helft overleed. Het merendeel van de slachtoffers viel in Zuid-Holland. Hoeveel

mensen in de kop van Overijssel overleden is niet bekend.

De cholera bleef af en toe terugkomen. De laatste grote cholera-epidemie in Nederland

woedde in 1866. De eerste slachtoffers in Ambt Vollenhove waren toen twee rondtrek-

kende turfstekers die een tent deelden. Uiteindelijk zouden 20 mensen ziek worden,

waarvan er 15 overleden. Angst voor een nieuwe epidemie bleef. Daarom hing men in

Blokzijl in 1894 nog posters op waarvan de tekst duidelijk gericht was op schippers, zie

onderstaande afbeelding.